Apologeet.nl
De geestesgaven vandaag: wat mogen we verwachten?Introductie – Verwachten we te veel, of juist te weinig?
Stel dat iemand tegen je zegt: “God heeft mij een boodschap voor jou gegeven.” Wat doe je dan? Of iemand beweert: “Als je genoeg geloof hebt, word je genezen.” Moet je dat meteen geloven? Of denk je juist: “Die bijzondere gaven waren alleen voor de tijd van de apostelen?”
Vandaag duiken we in een van de meest beladen vragen onder christenen: wat mogen we vandaag écht verwachten van geestesgaven, en hoe onderscheiden we Gods werk van menselijke emotie?
Waarom geeft God geestesgaven?
Laten we beginnen met een eenvoudige vraag: waarom geeft God geestesgaven? In 1 Korinthe 12 en Romeinen 12 legt Paulus uit dat de Heilige Geest verschillende gaven uitdeelt aan gelovigen. Hij spreekt over woord van wijsheid, woord van kennis, geloof, gaven van genezingen, werking van krachten, profetie, onderscheiden van geesten, verschillende soorten tongentaal, uitleg van tongentaal, dienstbetoon, onderwijzen, vermanen, uitdelen of geven, leidinggeven en barmhartigheid bewijzen.
In vers 7 van 1 Korinthe 12 maakt Paulus duidelijk dat de openbaring van de Geest wordt gegeven tot nut van de ander. Dat is een belangrijk uitgangspunt. Geestesgaven zijn niet bedoeld om jezelf geestelijk op de kaart te zetten. Ze zijn niet bedoeld om te bewijzen dat jij een bijzondere christen bent. En ze zijn zeker niet bedoeld om anderen te laten geloven dat jij een hogere geestelijke status hebt. De gaven zijn gegeven tot welzijn van de gemeente.
Paulus vergelijkt de gemeente met een lichaam. Een lichaam bestaat uit verschillende leden. Niet ieder lid heeft dezelfde functie, maar ieder lid is nodig. Zo is het ook met de gemeente van Christus. De één ontvangt een bepaalde gave, de ander een andere gave. Maar uiteindelijk dienen ze allemaal hetzelfde doel: de opbouw van het lichaam van Christus. En dat betekent ook dat we geestesgaven niet mogen gebruiken om een onderscheid te maken tussen eerste- en tweederangs christenen.
Dat was juist een probleem in Korinthe. Sommige gelovigen hechtten zoveel waarde aan bepaalde gaven dat er verdeeldheid ontstond. Paulus corrigeert dat. In 1 Korinthe 12:29-30 stelt hij een reeks vragen. Zijn alle gelovigen apostelen? Zijn ze allemaal profeten? Hebben ze allemaal dezelfde gaven? Het antwoord is duidelijk: nee. Niet iedereen ontvangt dezelfde gave. En dat is belangrijk wanneer we nadenken over de Heilige Geest. De aanwezigheid van de Heilige Geest in je leven wordt niet bewezen doordat je één specifieke geestesgave bezit. De Geest werkt in iedere gelovige, maar Hij deelt zijn gaven uit zoals Hij wil.
Zijn de geestesgaven opgehouden?
Maar nu komen we bij de vraag waar christenen onderling van mening verschillen. Zijn de bijzondere geestesgaven vandaag nog werkzaam? Binnen het christendom zijn er grofweg twee posities.
De eerste positie wordt cessationisme genoemd. Je zou het woord kunnen vertalen als ‘Ophoudingsleer,’ de leer van het ophouden van de bijzondere geestesgaven.
Cessationisten geloven dat bepaalde wondergaven — zoals profetie, tongentaal en wondertekenen — een tijdelijke functie hadden in de begintijd van de kerk. Ze dienden vooral om het fundament te leggen en het apostolische getuigenis te bevestigen. Nu dat fundament er ligt, zijn die gaven in hun oorspronkelijke vorm gestopt.
Dit betekent overigens niet dat cessationisten geloven dat God geen wonderen meer kan doen. Velen geloven dat God zeker op gebed kan genezen. Het verschil is dat zij niet geloven dat individuele gelovigen die gaven vandaag nog structureel bezitten.
De tweede positie wordt continuationisme genoemd. Het woord kan ook vertaald worden als ‘voortzettingsvisie,’ God zet Zijn werk gewoon voort. Continuationisten geloven dat de gaven die we in het Nieuwe Testament zien, in principe ook vandaag nog werkzaam kunnen zijn. Dat geldt voor onderwijs en barmhartigheid, maar ook voor profetie, tongentaal en genezing.
Beide groepen baseren zich op de Bijbel. Een cessationist wijst vaak op Efeze 2:20, waar staat dat de gemeente gebouwd is op het fundament van de apostelen en profeten. Een fundament leg je maar één keer; het unieke werk is afgerond.
Een continuationist wijst juist naar 1 Korinthe 13, waar staat dat profetieën pas verdwijnen wanneer ‘het volmaakte’ komt. Velen zien daarin de wederkomst van Christus, wanneer we Hem pas echt van aangezicht tot aangezicht zien.
Binnen beide stromingen bestaan verschillen. Niet iedere cessationist denkt hetzelfde over wonderen, en niet iedere continuationist verwacht dat alle gaven op dezelfde manier functioneren als in de tijd van de apostelen.
Mijn punt is dit: de apostolische bediening was uniek, maar dat bewijst niet automatisch dat elke gave meteen met hen is verdwenen. Tegelijk leert de Bijbel nergens dat elke christen dezelfde spectaculaire ervaringen moet hebben als de apostelen. We moeten onderscheid maken tussen wat God kán doen, wat Hij heeft beloofd en wat Hij ons opdraagt te verwachten.
Profetie: spreekt God vandaag nog?
Laten we eens beginnen met profetie. Wanneer we het woord profetie horen, denken we vaak aan iemand die de toekomst voorspelt. Maar in de Bijbel heeft profetie een bredere betekenis. In 1 Korinthe 14:3 legt Paulus uit dat profetie gericht is op de opbouw, aansporing en vertroosting van mensen. Paulus zegt niet dat zij nieuwe Bijbelse openbaring ontvangen of dat hun woorden hetzelfde gezag hebben als de Schrift. Hij bedoelt dat God mensen kan gebruiken om anderen te bemoedigen, te vermanen, richting te geven of te bevestigen.
Maar niet iedere geestelijke indruk is automatisch een boodschap van God. En niet iedere uitspraak die begint met “God heeft mij gezegd” of “zo spreekt de Heer” heeft daarmee goddelijk gezag. Paulus roept de gemeente daarom op om profetieën te toetsen. In 1 Thessalonicenzen 5:20-21 geeft hij twee opdrachten die bij elkaar horen: profetieën niet verachten, maar alles beproeven en het goede behouden.
Dat vraagt om evenwicht: we mogen profetie niet bij voorbaat verachten, maar ook niet alles zomaar aannemen. Wie zegt een profetische boodschap te hebben ontvangen, staat niet boven de toetsing van de gemeente. Zo’n uitspraak moet zorgvuldig worden onderzocht, want God spreekt de waarheid.
Maar ook als een uitspraak niet rechtstreeks met de Bijbel in strijd is, zijn we er nog niet. Ze kan Bijbels klinken en toch voortkomen uit menselijke gedachten, emoties of verkeerde interpretaties. Daarom kijken we naar de inhoud, de context, de vrucht en de manier waarop iemand met de boodschap omgaat. Persoonlijke indrukken mogen nooit het gezag van de Schrift vervangen.
Ik heb al vaak goedbedoelende christenen op mijn pad gekregen die dan een woord van de Heer hadden voor mij. Meer dan eens was het iets algemeens en voor meerdere uitleg vatbaar. Het was niet iets wat tegen Gods Woord inging, maar ook niet iets waarbij je dacht: “Wauw, dat kon hij niet weten, dat moet wel van de Heer zijn!” We hoeven niet gelijk te zeggen dat iemand misleid is want meestal wordt het goed bedoeld, maar het laat zien dat we ook gewoon nuchter mogen kijken naar wat er gezegd wordt. Je bedankt de broeder of zuster en houdt zijn woorden gewoon in je achterhoofd.
Tongentaal: wat zegt de Bijbel?
Dan komen we bij een andere controversiële gave: tongentaal. In Handelingen 2 lezen we dat de discipelen op de Pinksterdag in andere talen begonnen te spreken. Mensen uit verschillende landen hoorden hen spreken in hun eigen taal. Dat was een bijzonder teken van Gods handelen. Maar in 1 Korinthe 12 tot en met 14 gaat Paulus uitgebreider in op het gebruik van tongentaal binnen de gemeente. En daar zien we dat tongentaal niet zomaar een ervaring is die iedereen moet hebben.
Zoals we al zagen, vraagt Paulus in 1 Korinthe 12:30 of soms alle gelovigen in talen spreken. Het antwoord is nee. Dat is belangrijk. Sommige christenen leren dat iedere gelovige in tongen zou moeten spreken als bewijs dat hij of zij met de Heilige Geest is gedoopt. Anderen zeggen dat je tongentaal kunt aanleren of dat je er door oefening in kunt groeien. Maar dat is niet wat Paulus hier leert. Hij maakt juist duidelijk dat de Geest verschillende gaven uitdeelt.
Daarnaast stelt Paulus in 1 Korinthe 14 duidelijke voorwaarden aan het spreken in tongen tijdens een samenkomst. Als iemand in een vreemde tong spreekt, moet er uitleg zijn, zodat de gemeente opgebouwd kan worden. Zonder uitleg heeft de gemeente er weinig aan. Paulus zegt zelfs dat iemand in zo’n geval moet zwijgen in de gemeente. Dat is opvallend. Want het betekent dat zelfs wanneer iemand een gave heeft ontvangen, hij of zij die gave niet zomaar op iedere manier mag gebruiken. De gemeente moet worden opgebouwd.
Tongentaal mag niet worden gebruikt om een geestelijke status te claimen, mensen onder druk te zetten of een ongecontroleerde samenkomst te rechtvaardigen. Paulus sluit 1 Korinthe 14 juist af met de opdracht dat alles op een gepaste en ordelijke manier moet gebeuren.
Als je meer wilt weten over de gave van tongentaal kun je straks na deze video even in de beschrijving kijken. Daar plaats ik de links naar twee eerdere video’s over dit onderwerp.
Gebedsgenezing: geneest God vandaag nog?
Dan is er nog de gave van genezing. Hier is veel over te doen in Nederland. Genezingsdiensten zorgen voor veel controverse onder christenen maar ook in de seculiere media. Die controverse heeft vaak veel meer te maken met de persoonlijkheden van de hoofdpersonen tijdens die diensten. Het gaat dus lang niet altijd om de vraag of genezing vandaag de dag nog wel mogelijk is. De Bijbel leert dat er wel degelijk mensen zijn die de gave van genezing hebben ontvangen. Maar dat wil niet zeggen dat die mensen heiliger zijn dan jij en ik. We kunnen niet accepteren dat ze deze gave gaan gebruiken voor status.
God geneest. In het Oude Testament zien we ook dat God geneest. In de evangeliën zien we hoe Jezus zieken geneest. En in Handelingen zien we dat God ook door de apostelen wonderen en tekenen doet. Maar betekent dat dat iedere gelovige vandaag genezing kan verwachten? Of dat iemand die voldoende geloof heeft, altijd zal genezen? Nee. Dat is een belangrijke nuance.
Grote gelovigen door de geschiedenis heen hebben te maken gehad met ziekte en lichamelijk lijden. De eerste Britse zendelingen op Madagaskar verloren hun leven aan malaria. Hadden ze niet genoeg geloof? Dat zou te makkelijk zijn vanuit onze luie stoel.
In 1 Timotheüs 5:23 adviseert Paulus Timotheüs om een beetje wijn te gebruiken vanwege zijn maag en zijn veelvuldige zwakheden. En in 2 Timotheüs 4:20 schrijft Paulus dat hij Trofimus ziek in Milete heeft achtergelaten. Dat zijn opmerkelijke teksten. Want ze laten zien dat ziekte ook voorkwam onder gelovigen die een bijzondere bediening hadden.
Dat betekent niet dat we moeten stoppen met bidden voor zieken. Integendeel. Jakobus 5:14-16 roept gelovigen op om voor zieken te bidden. We mogen God vragen om genezing. We mogen vertrouwen op Zijn macht. Maar we mogen niet beloven wat God niet heeft beloofd. En we mogen mensen die niet genezen, niet automatisch verwijten dat ze onvoldoende geloof hebben. God is soeverein. En soms geneest Hij op een manier die wij niet begrijpen.
Gaven en taken in de gemeente
Naast deze uitingen van de Geest, noemt Paulus in Efeze 4 ook mensen die zélf als gaven aan de gemeente zijn gegeven: apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars.
Hun doel? Niet om op een voetstuk te staan, maar om de gelovigen toe te rusten tot dienstbetoon en de gemeente geestelijk volwassen te maken.
Apostelen zijn mensen die door Christus worden gezonden om het evangelie te verkondigen en gemeenten te stichten. De oorspronkelijke apostelen hadden een unieke rol als getuigen van Christus en als fundament van de gemeente (Efeze 2:20).
Profeten dienen de gemeente door profetische woorden die gericht kunnen zijn op opbouw, bemoediging, vermaning en troost (1 Korinthe 14:3). Profetische woorden moeten altijd worden getoetst aan de Bijbel (1 Thessalonicenzen 5:20-21).
Evangelisten zijn toegerust om het evangelie van Jezus Christus te verkondigen en mensen op te roepen tot geloof. Filippus wordt in Handelingen 21:8 een evangelist genoemd.
Herders dragen geestelijke zorg voor de gemeente. Ze begeleiden, beschermen, bemoedigen en helpen gelovigen om geestelijk te groeien (1 Petrus 5:2-3).
Leraars leggen Gods Woord uit en helpen gelovigen om de Bijbel te begrijpen en toe te passen. Zo wordt de gemeente opgebouwd en beschermd tegen verkeerde leer (Efeze 4:13-14).
Het doel van deze bedieningen
Deze bedieningen zijn door Christus aan de gemeente gegeven om gelovigen toe te rusten, de gemeente op te bouwen en haar te laten groeien in geestelijke volwassenheid (Efeze 4:12-13).
Wat mij betreft is het te kort door de bocht om te zeggen dat de bediening van bijvoorbeeld apostel of profeet na de eerste apostelen volledig ophield. Wel kunnen we uit de Bijbel leren dat de eerste apostelen een unieke taak hadden. Zij waren, zoals gezegd, aangewezen om het fundament te leggen waarop de hele kerk van Christus kwam te liggen.
Moderne apostelen zou je kunnen zien als zendelingen die actief bezig zijn met kerkstichtend werk in verre gebieden. Of we zulke mensen ook apostelen moeten noemen, daarover verschillen christenen van mening. Wat in ieder geval duidelijk is, is dat moderne apostelen niet dezelfde unieke rol als de eerste apostelen hebben, omdat het fundament al gelegd is. De apostelen van nu bouwen daar op voort.
Om eerlijk te zijn denk ik dat men het gewoon een beetje eng vindt om de titel ‘apostel’ of ‘profeet’ te gebruiken. We voelen allemaal aan dat daar best wat gewicht aan hangt. Gevoelsmatig vinden we de term ‘evangelist’ of ‘leraar’ dan weer veel minder spannend.
Maar zelfs bij de bediening van evangelist beginnen we ons al snel te verzetten: “Iedere christen moet gewoon evangelist zijn” hoor je dan. Mijn antwoord is eenvoudig. Iedereen moet een getuige zijn maar niet iedereen zal het zo makkelijk afgaan als iemand die de bediening van evangelist heeft ontvangen. Waar ik weinig aanleiding nodig heb om al snel een goed gesprek over het geloof te beginnen, zal mijn vriend soms worstelen om überhaupt een opening te vinden. Toch is ook hij een getuige van Jezus maar hij is beter in andere taken dan ik.
Hoe toetsen we geestelijke claims?
Maar hoe moeten we dan omgaan met alle claims die we vandaag tegenkomen? Iemand beweert een profetische boodschap te hebben ontvangen. Een ander zegt dat hij een gave van genezing heeft. Weer iemand anders beweert dat een bepaalde geestelijke ervaring het bewijs is dat hij een bijzondere relatie met God heeft. Hoe toetsen we dat? Ik denk dat we daarbij een aantal Bijbelse uitgangspunten moeten hanteren.
- Toets alles aan de Schrift.
De Bijbel is ons uiteindelijke gezag. Geen enkele droom, indruk of profetie mag boven Gods Woord worden geplaatst. Spreekt het de Bijbel tegen? Wijs het direct af. - Kijk naar de vrucht.
Jezus zei dat we de boom aan de vruchten herkennen. Zien we nederigheid, dienstbaarheid en zelfbeheersing? Wordt Christus geëerd? Of draait het om macht, geld en geestelijke manipulatie? - Let op hoe men met de claim omgaat.
Iemand die werkelijk namens God spreekt, is niet bang voor toetsing. 1 Korinthe 14:29 zegt dat woorden beoordeeld moeten worden. Niemand kan zich verschuilen achter: “Je mag mij niet beoordelen, want dit komt van God.” Het is lastig om te toetsen wanneer iemand nadrukkelijk zegt: “zo spreekt de Heer” of wanneer iemand begint te spreken alsof God Zelf spreekt: “Ik zie je mijn kind en Ik heb een groot plan voor jouw leven.” Toch, zou het on-Bijbels zijn als we het niet zouden bevragen. Of de boodschapper dat nu leuk of niet. - Onderscheid een ervaring van een belofte.
Een bijzondere genezing of ervaring is prachtig, maar maakt het nog geen algemene regel voor iedereen. Maak van een persoonlijke zegen geen universele theologische wet.
Zijn we bang voor het werk van de Heilige Geest?
Is het met alle misleiding en misbruik niet veiliger om deze gaven maar helemaal te negeren?
Dat gevoel begrijp ik goed. Er is veel schade aangericht door geestelijke manipulatie. Maar de Bijbel waarschuwt ons net zo hard voor het andere uiterste.
Paulus schrijft in 1 Thessalonicenzen 5: “Blus de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar beproef alles.”
We moeten twee uitersten vermijden:
- Het krampachtig afwijzen van Gods werk uit angst voor misbruik.
- Het blindelings accepteren van alles wat zich ‘geestelijk’ noemt uit honger naar sensatie.
Noch cessationisme, noch continuationisme is zaligmakend. Christus moet centraal staan, niet onze theologische kaders. We moeten ook oppassen dat we onze uitleggingen, hoe zorgvuldig die ook zijn opgebouwd, niet vooropstellen en alles langs de meetlat van onze theologie leggen. Dat kan heel veilig voelen maar niet onze ervaringen moeten centraal staan, maar Christus.
Mijn eigen overtuiging
Laat ik ook duidelijk maken waar ik zelf sta. Ik geloof dat de geestelijke gaven nog steeds actief zijn. Misschien niet altijd in dezelfde mate of op dezelfde manier als in de tijd van de apostelen, maar ik ben ervan overtuigd dat God ook vandaag nog door zijn Geest werkt en mensen geestelijke gaven schenkt. Ik lees de bijbel en kom tot de conclusie dat God de gemeente volledig toerust.
Dat is voor mij niet alleen maar theorie, het is praktijk. Ik heb zelf wonderbaarlijke genezing ervaren toen de Heer mij van de ene op de andere dag verloste van astma, en later van acute spit — telkens zonder sensatie, maar heel reëel. Ik heb met eigen ogen gezien hoe een meisje met een vergroeide rug in de gemeente plotseling recht ging staan vóórdat het gebed überhaupt begon.
Daarnaast geloof ik dat God nog steeds door mensen heen spreekt. Niet om nieuwe Bijbelse openbaring toe te voegen, alsof de Schrift niet compleet zou zijn. De Bijbel is ons vaste en gezaghebbende richtsnoer.
En jaren voordat wij het zendingsveld opgingen, deelde een zuster een droom: ze zag mijn vrouw in een rijstveld zwaaien. Wij dachten aan Afrika maar daar waren geen rijstvelden. Uiteindelijk kwamen we op Madagaskar terecht. Toen ik mijn vrouw later zag zwaaien vanuit een rijstveld en daar een foto van maakte, vielen de puzzelstukjes in elkaar.
God kan mensen gebruiken om anderen te bemoedigen, te vermanen, richting te geven, te bevestigen of te onderwijzen.
En juist daarom moeten we zulke woorden toetsen aan de Schrift. We moeten niet alles zomaar aannemen omdat iemand zegt: “God heeft mij verteld…” Maar we moeten ook niet bij voorbaat uitsluiten dat God iemand vandaag kan gebruiken om een ander op te bouwen.
Ik geloof niet dat alles wat mensen tegenwoordig als een geestesgave presenteren werkelijk van God komt. Maar ik wil evenmin de deur sluiten voor wat de Heilige Geest nog steeds doet. Mijn overtuiging is dat de geestelijke gaven niet zijn verdwenen, en dat we ze Bijbels, nuchter en met onderscheidingsvermogen moeten beoordelen.
Afsluiting – Verwacht alles wat God belooft, maar claim niet wat Hij niet belooft
Dus, kunnen we vandaag nog profetie, tongentaal en gebedsgenezing verwachten? Ik denk dat we die vraag niet lichtvaardig moeten beantwoorden. We moeten onderscheid maken tussen de unieke apostolische bediening van de eerste discipelen en de bredere werking van de Heilige Geest door de eeuwen heen.
Als ik de Bijbel lees, en zie wat de Heer in de praktijk vandaag de dag doet, dan kan ik niet anders concluderen dan dat de geestesgaven en de speciale bedieningen nog steeds actief zijn binnen de gemeente van Christus.
We moeten erkennen dat God machtig is om te doen wat Hij wil. Tegelijk moeten we erkennen dat niet iedere geestelijke ervaring van God afkomstig is.
Misschien is dat wel de belangrijkste les: de Heilige Geest is niet gegeven om ons bezig te houden met bijzondere ervaringen. Hij wijst ons op Christus, verandert ons naar Zijn beeld en rust ons toe om Hem te dienen.
Daarom wil ik eindigen met een oproep. Laten we niet bang zijn voor het werk van de Heilige Geest. Maar laten we ook niet naïef zijn. Laten we alles toetsen aan Gods Woord. En laten we vooral niet vergeten dat de grootste gave die we hebben ontvangen, niet een bijzondere ervaring is, maar de genade van God in Jezus Christus.









