Apologeet.nl
Noemt de Bijbel dinosaurussen? | Wat zijn Behemoth en Leviathan?Introductie
"Als dinosaurussen echt hebben bestaan, waarom staat er dan niets over in Genesis?"
Dat is een vraag die veel mensen stellen, en ik heb al heel vaak op geantwoord wat ik nu ook met jullie wil delen. Want, wat als ik jullie zou vertellen dat er in de Bijbel wel degelijk dinosaurussen worden genoemd, maar dat ze gewoon anders worden genoemd, aangezien de Bijbel in het Hebreeuws en Grieks is geschreven?
Wat als ik jullie zou vertellen dat mensen in de oudheid, inclusief de mensen uit de Bijbel, van ze wisten, ze zagen, en mogelijk met ze vochten en er op jaagden?
Het grootste probleem is volgens mij niet de wetenschap zelf. Het grootste probleem is dat veel van deze informatie nauwelijks aan bod komt—niet op school, en vaak ook niet in de kerk. Als bonus laat ik straks ook zien waarom de ark van Noach misschien helemaal niet zo’n groot probleem in de discussie is als vaak wordt gedacht.
Twee heel bekende voorbeelden zijn Behemoth en Leviathan uit het boek Job. God spreekt Zelf over deze wezens en dat maakt deze beschrijvingen op zichzelf al heel interessant. Maar wacht maar tot je ziet hoe God deze dieren beschrijft. Vooral één detail over Behemoth heeft al eeuwenlang geleid tot felle discussie.
Het woord dinosaurus bestond niet in Bijbelse tijden
Het woord "dinosaurus" is modern.
Pas in 1841 werd deze naam bedacht door de Britse wetenschapper Richard Owen.
Hij combineerde twee Griekse woorden:
deinos — verschrikkelijk, machtig of indrukwekkend
sauros — hagedis
Het woord dinosaurus betekent dus letterlijk ongeveer:
"machtige hagedis" of "indrukwekkende hagedis".
Maar natuurlijk gebruikten de Bijbelschrijvers dat woord niet. De Bijbel is duizenden jaren ouder dan deze naam. En dat is ook niet vreemd. De Bijbel noemt bijvoorbeeld ook geen moderne wetenschappelijke categorieën zoals:
- zoogdieren
- reptielen
- amfibieën
- dinosauriërs
Dat zijn woorden die wij later hebben bedacht om de wereld om ons heen te beschrijven.
De mensen in Bijbelse tijden hadden hun eigen taal en hun eigen manier om dieren te beschrijven.
Dus de vraag moet daarom niet zijn:
"Waarom staat het woord dinosaurus niet in de Bijbel?"
Maar:
"Welke dieren beschrijft de Bijbel?"
Grote dieren in de Bijbel
In het Oude Testament komen we verschillende woorden tegen voor grote en indrukwekkende dieren.
Een daarvan is het Hebreeuwse woord tannin.
Dit woord kan vertaald worden als:
- zeemonster
- grote slang
- draak
In Genesis 1:21 lezen we:
En God schiep de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan het water wemelt, naar hun soort, en alle gevleugelde vogels naar hun soort. En God zag dat het goed was.
(Genesis 1:21 HSV)
Het woord dat hier gebruikt wordt voor grote zeedieren is verwant aan woorden die elders met "draak" worden vertaald.
Bewaar dat woord ‘draak’ even in je achterhoofd. Later zul je merken dat dit veel verder reikt dan alleen deze ene Bijbeltekst.
Nu moeten we daar wel eerlijk in zijn. Het woord betekent niet automatisch dinosaurus. Het beschrijft simpelweg een groot of indrukwekkend schepsel. De vertaling hangt af van de context.
Soms wordt het woord ook figuurlijk gebruikt. Maar het laat wel iets interessants zien: De Bijbel gebruikt taal voor grote, indrukwekkende schepselen die wij vandaag niet meer precies kennen.
Behemoth – een bijzonder dier in Job 40
Een van de meest interessante passages vinden we in Job 40.
God spreekt tegen Job en wijst hem op Zijn machtige schepping. Hij zegt:
Zie toch, de Behemoth, die Ik gemaakt heb, evenals u, hij eet gras zoals een rund.
(Job 40:10 HSV)
En:
Zie toch zijn kracht in zijn lendenen, en zijn sterkte in de spieren van zijn buik.
(Job 40:11 HSV)
En vervolgens… En hier komen we bij het detail waar ik het aan het begin al over had.
Als hij wil, is zijn staart als een ceder; de pezen van zijn dijen zijn samengevlochten.
(Job 40:12 HSV)
Dit is een bijzondere beschrijving. Sommige Bijbelverklaringen zeggen: "Dit moet een nijlpaard zijn."
Tja, een nijlpaard eet gras en is een enorm krachtig en ronduit gevaarlijk dier. Maar de beschrijving van de staart roept vragen op:
als hij wil, is zijn staart als een ceder
Een nijlpaard heeft geen grote staart die lijkt op een cederboom, het is meer een kwastje. Daarom hebben andere Bijbeluitleggers gedacht aan een groot uitgestorven landdier.
Maar er is nog een tweede reden waarom veel mensen moeite hebben met de uitleg dat Behemoth een nijlpaard zou zijn.
En juist die tweede reden maakt deze discussie voor veel Bijbelonderzoekers eigenlijk nog interessanter dan de beroemde staart.
Een dier dat mogelijk lijkt op een sauropode-dinosaurus. Kunnen we dit met absolute zekerheid zeggen? Nee. Maar het is opvallend dat God Job niet wijst op een mythisch wezen, maar op een schepsel uit de werkelijkheid.
Waarom zeg ik dat?
Omdat Behemoth niet wordt genoemd als onderdeel van een sprookje of een legende.
En hier is die tweede reden waarom veel mensen moeite hebben met de uitleg van een Nijlpaard. God noemt in Zijn antwoord aan Job allerlei bekende dieren:
- de leeuw
- de raaf
- de steenbok
- de hinde
- de wilde ezel
- de wilde os
- de struisvogel
- het paard
- de havik
- de arend
En daarna noemt Hij: Behemoth en Leviathan.
Het zou opmerkelijk zijn als God in deze reeks opeens zou overschakelen naar een volledig mythisch wezen. God gebruikt deze dieren juist als voorbeelden van Zijn scheppingsmacht. Job hoefde niet overtuigd te worden door een fantasiewezen, maar door iets dat hij als onderdeel van Gods schepping kende.
Maar als Behemoth al vragen oproept, dan wordt Leviathan misschien nog interessanter. Want juist hier lezen we een beschrijving waar christenen én sceptici al eeuwen over discussiëren.
Leviathan – het machtige zeedier
Hier gaan we ook zien we waarom het woordgebruik waar we het eerder over hadden zo interessant is. Direct na Behemoth gaat God dus verder met Leviathan. Job 41 begint:
Kunt u de Leviathan met een vishaak trekken, of zijn tong met een touw neerdrukken?
(Job 40:20 HSV)
God beschrijft een dier dat de mens niet kan beheersen.
Hij zegt:
Wie zou de bovenkant van zijn gewaad durven opslaan? Wie durft zijn dubbele pantser te benaderen?
(Job 41:4 HSV)
En:
Zeer machtig zijn zijn sterke schilden, elk gesloten als met een nauwsluitend zegel. Het ene zit zo dicht op het andere, dat de wind er niet tussen kan komen. Zij kleven aan elkaar, zij grijpen in elkaar en kunnen niet gescheiden worden.
(Job 41:6-8 HSV)
Sommigen denken hierbij aan een krokodil. Anderen zien hierin een groot zeedier dat wij vandaag niet meer kennen. Wat we zeker weten: God gebruikt Leviathan als voorbeeld van iets dat voor de mens onmogelijk te beheersen is.
En vervolgens zegt God:
Op de aarde is niets met hem te vergelijken, die gemaakt is om zonder angst te zijn.
(Job 41:24 HSV)
Sommigen vinden vooral het volgende gedeelte opvallend:
Uit zijn bek komen fakkels, vurige vonken ontsnappen eruit.
(Job 41:10 HSV)
Dit klinkt bijna als een vuurspuwende draak uit oude verhalen.
Maar voordat we dit meteen afdoen als onmogelijk, moeten we eerst kijken naar iets opvallends in de natuur zelf.
Als we lezen over een vuurspuwende draak moeten we wel voorzichtig mee omgaan zijn. Het kan een letterlijke beschrijving zijn, maar het kan ook poëtische taal zijn om de enorme kracht en angstaanjagende verschijning van Leviathan te beschrijven.
Maar wat laat de huidige natuur zien? Vandaag zien we ook dieren met bijzondere chemische eigenschappen. Denk bijvoorbeeld aan de bombardierkever, die een hete chemische vloeistof kan uitstoten. Het laat zien dat de natuur veel verrassender is dan wij soms denken—de natuur laat zien dat dieren soms eigenschappen hebben die wij nauwelijks verwachten.
Draken in de Bijbel
Een interessant punt is dat het woord "draak" in oudere Bijbelvertalingen regelmatig voorkomt. Dat komt omdat de Bijbel oorspronkelijk niet geschreven is met onze moderne diercategorieën. De Hebreeuwse woorden werden vertaald naar de woorden die mensen in die tijd kenden.
Een voorbeeld is Jesaja 27:1:
Op die dag zal de HEERE vergelding doen met Zijn hard, groot en sterk zwaard aan de Leviathan, de snelle slang, ja, de Leviathan, de kronkelende slang; Hij zal het monster dat in de zee is, doden.
(Jesaja 27:1 HSV)
Het woord dat hier vertaald wordt als zeemonster is verwant aan woorden die elders met draak worden vertaald.
Maar de vraag is natuurlijk: zijn dit alleen Bijbelse beelden? Of vinden we vergelijkbare verhalen ook buiten de Bijbel?
Wanneer wij vandaag het woord draak horen, denken we vaak aan fantasieverhalen. Maar in de oudheid kon een draak ook verwijzen naar een groot, indrukwekkend reptielachtig wezen. En misschien nog opvallender: zulke beschrijvingen vinden we niet alleen in de Bijbel, maar ook bij verschillende oude geschiedschrijvers.
Draken in de geschiedenis – herinneringen aan echte dieren?
Laten we daar eens naar kijken. Door de geschiedenis heen vinden we bij verschillende culturen verhalen over grote slangen, draken en indrukwekkende dieren.
Natuurlijk moeten we daar voorzichtig mee omgaan. Niet elk oud verhaal is automatisch een historisch verslag, en mensen hebben verhalen door de tijd heen soms uitgebreid of aangepast. Maar het is opvallend dat het beeld van grote reptielachtige wezens wereldwijd voorkomt.
Zo beschrijft de Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio een verhaal over Romeinse soldaten die in Noord-Afrika een enorme slang zouden hebben gedood en als trofee meenamen. De exacte details kunnen we niet controleren, maar het laat zien dat mensen in de oudheid verhalen vertelden over uitzonderlijk grote reptielen. Maar dit is niet het enige historische voorbeeld.
Ook Herodotus en Flavius Josephus spreken over bijzondere slangachtige wezens.
En juist hier moeten we een belangrijke vraag stellen: als grote dieren echt hebben bestaan, betekent hun verdwijnen dan automatisch dat ze miljoenen jaren geleden leefden?
Dat bewijst niet automatisch dat al deze verhalen letterlijk waar zijn, maar het laat wel zien dat het idee van grote slangachtige of draakachtige dieren geen modern verzinsel is.
Daarnaast moeten we bedenken dat het verdwijnen van grote dieren helemaal niet uitzonderlijk is. In de geschiedenis zijn veel indrukwekkende dieren verdwenen.
Denk bijvoorbeeld aan:
- de mammoet;
- de wolharige neushoorn;
- Een ander voorbeeld vinden we op Madagaskar, waar tot enkele honderden jaren geleden de olifantsvogel leefde. Deze enorme vogel kon ongeveer 3 meter hoog worden en meer dan 500 kilo wegen. Toch is dit dier door menselijke invloed verdwenen. Het laat zien dat grote dieren ook in de recente geschiedenis kunnen uitsterven.
En dit voorbeeld is belangrijk, want het helpt ons straks ook om anders naar dinosauriërs te kijken.
Vaak speelde de mens hierbij een belangrijke rol. Mensen jaagden op grote dieren en veranderden hun leefomgeving. Ook vandaag zien we dat sommige grote dieren bedreigd worden door menselijke activiteit.
Ook een interessant punt hierbij is dat er bij sommige dinosaurusfossielen structuren zijn gevonden die lijken op zacht weefsel. Onderzoekers hebben bijvoorbeeld resten beschreven die lijken op bloedvaten, celstructuren en eiwitachtige materialen zoals collageen. Voor veel onderzoekers die uit gaan van een jonge aarde is dit een belangrijke aanwijzing.
Maar wat betekent dit nu precies? Betekent zacht weefsel automatisch dat dinosaurussen jonger zijn dan gedacht? Of zijn er ook andere verklaringen?
Onderzoekers vragen zich terecht af hoe zulke biologische structuren miljoenen jaren intact kunnen blijven, en zien dit als een mogelijke aanwijzing dat sommige dinosauriërs veel recenter leefden dan vaak in de reguliere wetenschap wordt aangenomen.
Tegelijkertijd wijzen sommige wetenschappers die uitgaan van een oude aarde erop dat er mogelijk bijzondere omstandigheden zijn geweest waardoor zulke resten uitzonderlijk lang bewaard konden blijven. Een veelgenoemde verklaring is dat ijzer uit bloed na de dood van het dier een rol kan spelen bij het vertragen van afbraakprocessen, waardoor sommige biologische structuren langer bewaard konden blijven dan normaal verwacht zou worden. Maar anderen zien die verklaring nog niet als toereikend voor een conservering van miljoenen jaren.
Hoe iemand deze ontdekkingen interpreteert, hangt dus mede af van het wereldbeeld waarmee iemand naar het bewijsmateriaal kijkt. Maar het laat in ieder geval zien dat het verhaal van dinosauriërs en fossielen ingewikkelder is dan veel mensen denken.
Wat je conclusie daar ook over is, het laat in ieder geval zien dat er nog volop discussie is over hoe we het fossielenbestand moeten interpreteren. En juist daarom is het voorbeeld van de olifantsvogel zo relevant. Want één ding is zeker, als er na de zondvloed nog grote dieren hebben geleefd die wij vandaag niet meer kennen, dan is het dus niet vreemd dat sommige daarvan verdwenen zijn.
Grote dieren hebben vaak grote leefgebieden nodig, planten zich langzaam voort en zijn daardoor kwetsbaar voor menselijke invloed.
Maar als zulke grote dieren nog na de zondvloed zouden hebben geleefd, komt natuurlijk de volgende vraag: zouden mensen en dinosaurussen elkaar dan ooit hebben kunnen tegenkomen?
En dat is precies de vraag waar we nu naar gaan kijken.
Leefden mensen en dinosaurussen samen?
Hier komen we bij een belangrijk verschil in wereldbeeld. Veel mensen geloven dat dinosaurussen tientallen miljoenen jaren geleden leefden, lang voordat mensen bestonden.
Maar christenen die in een jonge-aarde geloven lezen Genesis anders.
Zij geloven dat:
- God alle dieren schiep naar hun aard (en op dat woord ‘aard’ kom ik zo nog terug, want juist daar ontstaat vaak veel verwarring);
- de mens vanaf het begin onderdeel was van de schepping;
- de dood en het verval pas na de zondeval kwamen;
- de zondvloed grote veranderingen veroorzaakte in de wereld.
Genesis 1:24 zegt:
En God zei: Laat de aarde levende wezens naar hun soort voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren van de aarde, naar zijn soort! En het was zo.
Soort, aard, ‘kind’ en ‘baramin’
Heel even snel een zijstapje, want zoals beloofd wil ik nu eerst even stilstaan bij dat woord ‘aard’.
In moderne Nederlandse Bijbelvertalingen lezen we dat God de dieren maakte "naar hun soort". Het probleem is dat het woord soort in onze taal gemakkelijk verkeerd begrepen kan worden. Wij denken dan al snel aan de moderne biologische indeling: een hond, een wolf of een vos als aparte soorten.
Maar het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt is min. Dat betekent niet noodzakelijk een moderne biologische soort, maar verwijst eerder naar een bepaalde categorie of aard van dieren. Daarom gebruikte de Statenvertaling vroeger het woord "aard": God schiep de dieren naar hun aard.
En dit kleine woordje lijkt misschien onbelangrijk, maar het speelt een enorme rol in de discussie over dinosaurussen, evolutie en de ark.
Binnen het jonge-aarde model wordt dit vaak uitgelegd als dat God oorspronkelijke scheppingsgroepen heeft gemaakt waaruit later verschillende soorten konden ontstaan.
Creationisten gebruiken hiervoor soms het woord baramin.
Dat woord komt van het Hebreeuws:
- bara = scheppen
- min = aard of categorie
Een baramin betekent dus letterlijk: een geschapen aard.
Het idee is bijvoorbeeld dat God niet iedere hondachtige afzonderlijk schiep, maar een oorspronkelijke hondachtige aard, waaruit later verschillende hondachtigen zoals honden, wolven en vossen konden ontstaan.
Dinosaurussen en de ark
Maar hoe konden dinosaurussen de zondvloed overleven?
Genesis 6:19 zegt:
En u moet van al wat leeft, van alle vlees, twee van elk in de ark laten komen om ze met u in leven te houden: een mannetje en een vrouwtje moeten het zijn.
Veel mensen stellen zich enorme volwassen dinosaurussen voor die de hele ark zouden vullen. Maar dat is niet noodzakelijk. Noach hoefde geen volwassen dieren mee te nemen. Bij veel dieren zou het juist logischer zijn geweest om jonge exemplaren mee te nemen. Jonge dieren eten minder, nemen minder ruimte in en kunnen zich na de zondvloed nog verder voortplanten.
Dit geldt ook voor dinosaurussen. Zelfs de grootste dinosaurussen kwamen uit eieren die ongeveer zo groot waren als een voetbal. Een jonge dinosaurus zou dus relatief klein zijn geweest in vergelijking met een volwassen exemplaar.
Maar nu komen we bij een bezwaar dat veel mensen meteen hebben: zelfs als je jonge dinosaurussen neemt, was die ark eigenlijk wel groot genoeg?
Maar is dat bezwaar terecht? Zodra we de afmetingen uit Genesis eens uitrekenen, ontstaat een verrassend beeld.
Volgens Genesis had de ark ongeveer deze afmetingen:
- 300 el lang
- 50 el breed
- 30 el hoog
Als we een el berekenen op ongeveer 45 centimeter, komt dat neer op ongeveer:
- 135 meter lang
- 22,5 meter breed
- 13,5 meter hoog
De totale inhoud zou daarmee ongeveer 40.000 kubieke meter zijn geweest. Ter vergelijking: een moderne grote vrachtwagen met oplegger heeft een laadruimte van ongeveer 85 tot 100 kubieke meter. De inhoud van de ark komt dus overeen met ongeveer 400 tot 450 grote vrachtwagens met oplegger.
En daarmee komen we terug bij die eerder gestelde vraag. Het blijkt dat de ark toch een stuk groter was dan veel mensen zich voorstellen.
En nu wordt het interessant, want de vraag is niet alleen hoeveel dieren er op de ark konden, maar vooral: hoe groot waren die dieren gemiddeld eigenlijk?
Over algemeen wordt er van uit gegaan dat de gemiddelde grootte van landdieren veel kleiner is dan mensen vaak denken. Als je alle dieren zou middelen, zou de gemiddelde grootte ongeveer vergelijkbaar zijn met een schaap.
Als je uitgaat van dieren ter grootte van een schaap, zouden er vele duizenden dieren in de beschikbare ruimte passen. Zelfs als je rekening houdt met grotere dieren, kooien, voedselopslag en ruimte om te bewegen, blijft er volgens deze berekeningen veel capaciteit over.
Binnen het jonge-aarde model is het daarom niet nodig om te denken aan duizenden volwassen dinosaurussen op de ark. Het idee is dat Noach waarschijnlijk vertegenwoordigers van de verschillende geschapen aarden meenam, waaronder jonge dieren, waarna deze groepen zich later verder konden verspreiden en ontwikkelen.
Dus het grootste probleem blijkt misschien niet de ruimte op de ark te zijn, maar de vraag hoe iemand de Bijbelse geschiedenis interpreteert.
Conclusie
Noemt de Bijbel dinosaurussen? Niet met het moderne woord. Maar de Bijbel beschrijft wel indrukwekkende dieren die vragen oproepen.
Behemoth; Leviathan; Grote zeedieren; Draken.
Of deze allemaal rechtstreeks naar dinosaurussen verwijzen, daarover kunnen christenen verschillend denken. Maar één ding is duidelijk:
De Bijbel presenteert God als de Schepper van een ongelooflijk rijke en indrukwekkende wereld.
Zoals Psalm 104:24 zegt:
Hoe groot zijn Uw werken, HEERE, U hebt alles met wijsheid gemaakt, de aarde is vol van Uw rijkdommen.
Misschien moeten we daarom niet beginnen met de vraag:
"Past de Bijbel bij mijn moderne ideeën?"
Maar met de vraag:
"Wat zegt Gods Woord werkelijk?"
Want uiteindelijk gaat deze discussie niet alleen over dinosaurussen. Het gaat over de vraag wie God is en of wij bereid zijn om naar Zijn Woord te luisteren.
Jezus Zelf had daar heel duidelijke ideeën over. Wat Hij geloofde over de Schrift en Genesis leg ik uit in dit artikel: Waarom ik een jonge-aarde christen ben.









