Apologeet.nl
Een baby van 23 weken: redden of aborteren?Gynaecologen willen abortus na 22 weken uitbreiden
waar zijn we in vredesnaam mee bezig?
De afgelopen jaren hebben mijn vrouw en ik het wonder van een zwangerschap vijf keer mogen meemaken.
Vijf keer zagen we op een echo een klein kloppend hartje. Vijf keer zagen we hoe een kindje groeide voordat we hem of haar ooit konden vasthouden. Iedere zwangerschap maakte opnieuw diepe indruk op mij. Als je die beelden ziet, is het moeilijk om niet te beseffen dat daar niet zomaar ‘iets’ groeit, maar dat daar een uniek menselijk leven in ontwikkeling is.
Misschien is dat ook de reden waarom dit nieuws mij zo raakt.
Gynaecologen pleiten ervoor om abortussen tussen de 22 en 24 weken zwangerschap gemakkelijker in ziekenhuizen uit te voeren. Er wordt gesproken over betere zorg. Over toegankelijkheid. Over een verbetering van de abortuszorg.
En eerlijk gezegd… Ik kan er niet met mijn hoofd bij, dit nieuws heeft me diep verontwaardigd.
Het lijkt dat we steeds minder beseffen over wie we het eigenlijk hebben.
Wat is het voorstel?
Het voorstel is niet om de wettelijke abortusgrens te verhogen. In Nederland kan een zwangerschap tot ongeveer 24 weken worden beëindigd binnen de wettelijke kaders. Maar nu gaat het om abortussen tussen 22 en 24 weken zonder enige medische reden. In Nederland worden abortussen tot week 22 uitgevoerd in abortuscentra. De zwangerschappen die tussen de 22 en 24 weken liggen worden in Nederland eigenlijk alleen beëindigd in ziekenhuizen, en alleen als er medische redenen voor zijn. Dit betekent dat vrouwen die hun late zwangerschap vanwege sociale redenen willen beëindigen moeten uitwijken naar het buitenland.
Nu heeft de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) gezegd dat de abortuszorg beter over het land verspreid moet worden en heeft ze de ziekenhuizen opgeroepen om hier aan mee te werken.
De baby die we redden vs. de baby die we aborteren
Denk hier eens over na. Een baby wordt met 23 weken veel te vroeg geboren. Artsen zetten alles op alles. Een heel team vecht voor zijn leven. Iedere ademhaling telt. Iedere gram gewicht is belangrijk. Iedereen hoopt dat hij het haalt.
Maar dezelfde baby… dezelfde leeftijd… dezelfde ontwikkeling… kan, zolang hij nog in de baarmoeder zit, doelbewust worden gedood.
Welke eigenschap is er precies veranderd?
Dat is geen retorische vraag. Dat is volgens mij dé vraag waar het om draait.
Een ethisch dilemma voor het ziekenhuis
Er is nog een vraag waar ik bijna niemand over hoor.
Wat betekent dit eigenlijk voor artsen, verpleegkundigen en verloskundigen?
Mensen die in een ziekenhuis werken, kiezen meestal voor hun vak omdat ze levens willen redden. Ze worden opgeleid om een te vroeg geboren baby van 23 weken alle mogelijke zorg te geven.
En nu wordt voorgesteld dat juist diezelfde ziekenhuizen vaker abortussen tussen de 22 en 24 weken gaan uitvoeren.
Bij een zwangerschapsafbreking in deze fase van de zwangerschap wordt de bevalling meestal kunstmatig opgewekt. In veel landen, en volgens de richtlijn van het Britse Royal College of Obstetricians and Gynaecologists, wordt vóór de inleiding van de bevalling eerst een foeticide uitgevoerd: met een injectie wordt geprobeerd de hartslag van het ongeboren kind beëindigd.
Je hoort het goed! Dat kindje wordt door middel van een injectie met kaliumchloride in of rond het hartje geprikt en zo dood gemaakt. Met andere woorden: er wordt geprobeerd om het kindje aan een hartstilstand te laten sterven. De reden die de richtlijn daarvoor geeft, is dat men wil voorkomen dat het kind levend geboren wordt.
Sta daar eens een moment bij stil.
Waarom is zo’n handeling volgens die richtlijn nodig?
Omdat er zonder foeticide een reële mogelijkheid bestaat dat het kind levend geboren wordt. Juist daarom adviseert de richtlijn om de hartslag vooraf te stoppen. We hebben het dus over een situatie waarin artsen een procedure uitvoeren met als doel te voorkomen dat het kind levend ter wereld komt. Dat is voor mij geen detail. Dat zegt iets over de ontwikkelingsfase waarin de baby zich bevindt.
Medische procedures zijn niet honderd procent voorspelbaar. Er zijn gevallen beschreven waarin, ondanks deze procedure, een kind toch levend ter wereld kwam.
Een recente studie1 uit Québec, Canada, onderzocht ruim 13.000 zwangerschapsafbrekingen die in ziekenhuizen werden uitgevoerd tussen 15 en 29 weken zwangerschap. In totaal werden 1.541 kinderen levend geboren na deze procedures. Dat is 11,2 procent.
Vooral bij zwangerschappen tussen 20 en 24 weken was het risico op een levende geboorte verhoogd.
De onderzoekers beschrijven dat foeticide wordt gebruikt om de kans op een levende geboorte te verminderen. Uit het onderzoek bleek dat een foeticide-injectie het risico op een levende geboorte met ongeveer 57 procent verminderde. Maar het risico werd daarmee niet volledig weggenomen.
Hoe gaat een zorgverlener om met zo’n situatie? Iemand die is opgeleid om kwetsbaar leven te beschermen, kan geconfronteerd worden met een situatie waarin het doel van de behandeling juist het voorkomen van een levende geboorte was.
En dan kom ik terug bij mijn vraag.
Wat doet dit met het ziekenhuispersoneel?
Met de verpleegkundige die maandag alles op alles zet om een baby van 23 weken in leven te houden…
…en die later betrokken is bij een procedure waarbij een ongeboren kind van vrijwel dezelfde zwangerschapsduur bewust niet levend ter wereld mag komen.
Dat is geen politieke vraag. Dat is een gewetensvraag. En ik vraag me oprecht af of we die vraag in Nederland wel serieus genoeg stellen.
De stem die ontbreekt
Er is nog iemand over wie in deze hele discussie bijna nooit wordt gesproken. Het kind zelf.
Iedereen lijkt een stem te hebben. De moeder. De artsen. De politiek. De beroepsverenigingen. De media. Maar degene over wie uiteindelijk de beslissing wordt genomen, heeft helemaal geen stem.
Dat is natuurlijk niet vreemd voor een ongeboren kind. Ook een pasgeboren baby kan zijn eigen belangen niet verdedigen. Ook een ernstig gehandicapte volwassene of iemand in coma is afhankelijk van anderen om voor hem op te komen.
Juist daarom rust er op ons een grote verantwoordelijkheid. De vraag is niet alleen wat wij willen. De vraag is ook: wie komt op voor degene die dat zelf niet kan?
De kracht van taal
Wat mij opvalt, is hoe woorden ons denken beïnvloeden.
We spreken over: zorg, weefsel, foetus, zwangerschapsafbreking, procedure.
Maar als dezelfde zwangerschap onverwacht eindigt en ouders hun kindje verliezen…
dan spreken we ineens over: je zoon, je dochter, jullie baby, jullie kindje.
Waarom verandert onze taal zodra de uitkomst verandert? Want het kind zelf is niet veranderd
Waar ligt de grens?
Vaak hoor je: ‘Vanaf levensvatbaarheid.’
Maar waarom eigenlijk? Maakt afhankelijkheid iemand minder mens? Een pasgeboren baby kan ook niet zelfstandig overleven. Een ernstig gehandicapte volwassene evenmin. Een IC-patiënt is volledig afhankelijk van anderen. Hun afhankelijkheid maakt hun leven toch niet minder waardevol?
Waarom zou dat voor een ongeboren kind anders zijn?
Als christen…
Ook als je niets met de Bijbel hebt, hoop ik dat je eerlijk over deze vragen wilt nadenken. Maar als christen komt daar voor mij nog iets bij. De Bijbel leert niet dat een mens waarde krijgt doordat hij gewenst is. Of doordat hij zelfstandig kan leven. Of doordat hij buiten de baarmoeder is geboren.
De Bijbel leert dat ieder mens zijn waarde ontvangt van God. Psalm 139 zegt dat God ons vormde in de moederschoot. Jeremia 1 zegt dat God Jeremia kende voordat hij geboren werd.
En wanneer Maria zwanger is van Jezus, springt Johannes de Doper op van vreugde in de schoot van Elisabeth. Voor God is het ongeboren leven geen bijzaak.
Jezus zelf behandelt kinderen niet als een onbelangrijk detail. Hij zegt: ‘Laat de kinderen tot Mij komen en verhinder hen niet.’ Voor Jezus hebben kleine en kwetsbare mensen waarde.
Mijn verontwaardiging
En daarom ben ik verontwaardigd. Niet omdat ik denk dat vrouwen die voor een onmogelijke keuze staan mijn veroordeling nodig hebben. Integendeel. Juist zij verdienen liefde, hulp, aandacht en steun.
En er zullen vast heel veel artsen zijn die handelen vanuit de overtuiging dat zij het goede doen.
Mijn verontwaardiging richt zich op een cultuur die steeds betere woorden vindt om iets te beschrijven wat we steeds minder durven benoemen. Want taal kan ons helpen om de werkelijkheid te begrijpen, maar taal kan ons ook helpen om de werkelijkheid op afstand te houden.
Want achter woorden zoals ‘betere abortuszorg’ gaat een werkelijkheid schuil die we niet mogen verbergen achter medische termen: het leven van een ongeboren kind van 22, 23 of 24 weken wordt beëindigd.
En als wij dat niet meer hardop durven zeggen… dan zijn we iets wezenlijks kwijtgeraakt.
Mannen mogen zich er niet mee bemoeien
Voordat ik afsluit, wil ik nog één veelgehoord bezwaar bespreken.
Wanneer mannen zich uitspreken over abortus, krijgen ze vaak te horen: ‘Jij bent een man. Jij kunt niet weten hoe het is om zwanger te zijn.’ En natuurlijk is het waar dat ik nooit een zwangerschap zal dragen. Daar wil ik niets aan afdoen.
Maar de vraag gaat niet over hoe een zwangerschap voelt. De vraag is: wat is de waarde van het leven van het kind?
Daar moeten vrouwen én mannen over nadenken. Want óók dat kind is onderdeel van deze discussie. Zoals gezegd heeft het kind geen stem. Zijn wij als mannen niet geroepen om dan op te staan om te beschermen?
Juist omdat het kind geen stem heeft, mogen wij als mannen onze stem niet verliezen. In onze samenleving verwachten we juist dat mensen opkomen voor kwetsbaren, óók als ze zelf niet tot die groep behoren.
Niemand zegt tegen een man: "Jij bent geen kind, dus bemoei je niet met kindermishandeling." Of: "Jij bent geen slachtoffer van mensenhandel, dus houd je erbuiten."
Als een man ziet dat een bejaarde wordt mishandeld en zijn schouders ophaalt en doorloopt… Wat voor een vent ben je dan?
Waarom zou het dan ineens verkeerd zijn dat een man zich uitspreekt over de bescherming van ongeboren leven?
Afsluiting
Ik weet dat dit onderwerp emoties oproept. En wellicht zullen velen het niet met mij eens zijn.
Maar ik wil je één vraag meegeven.
Als een gewenste baby van 23 weken vandaag te vroeg geboren wordt… verdient hij dan alle mogelijke medische zorg? Als je antwoord daarop ‘ja’ is… wat is er dan precies anders aan een ongewenste baby van dezelfde leeftijd die zich nog in de baarmoeder bevindt?
Als een gewenste baby van 23 weken vandaag te vroeg geboren wordt, noemen we hem een patiënt en doen we alles om zijn leven te redden. Maar als dezelfde baby, met dezelfde leeftijd en dezelfde ontwikkeling, nog in de baarmoeder zit en niet gewenst is, spreken we over abortuszorg.
Voor mij is het antwoord helder. Ieder menselijk leven heeft waarde. Niet omdat wij die waarde geven. Maar omdat God die waarde geeft. En juist daarom geloof ik dat het ongeboren leven bescherming verdient.
Voetnoot
1 https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0002937823008062






