Apologeet.nl
Waarom zijn er zoveel Evangelische kerken?De verschillen tussen baptisten, Vrije Evangelische Gemeenten, pinksterkerken, Volle Evangelie-gemeenten en andere evangelische gemeenten
Stel je voor: in de ene kerk zingen ze rustige liederen en is de preek een uur lang een diepe Bijbelstudie. Twee straten verderop staat een band met rookmachines, gaan de handen de lucht in en wordt er gebeden om genezing. Toch noemen beide gemeenten zich ‘evangelisch’. Hoe kan een beweging die hetzelfde Evangelie belijdt zó enorm verschillend zijn?
De ene gemeente is baptist. De andere pinkster. Een derde is een Vrije Evangelische Gemeente. Dan heb je nog Vergaderingen van Gelovigen, Volle Evangeliegemeenten, Vineyard, Calvary Chapel en allerlei onafhankelijke Evangelische Gemeenten. En dan hebben we het nog niet eens over evangelische gemeenten die onderdeel zijn van een groter kerkverband.
Hoe zit dat nou? Ze geloven toch allemaal in de Bijbel? Ze geloven toch allemaal in Jezus Christus? Ze geloven toch in bekering, wedergeboorte en redding door genade? Waarom zijn er dan zoveel evangelische kerken?
Dat is eigenlijk een heel interessante vraag.
Want als je de geschiedenis van de evangelische beweging gaat bestuderen, ontdek je dat deze kerken niet zomaar uit de lucht zijn komen vallen. Er zit een lange geschiedenis achter.
Een geschiedenis van de Reformatie. Van wederdopers. Van piëtisme. Van opwekkingen. Van John Wesley en het methodisme. Van baptisten. Van vrije gemeenten. Van de heiligingsbeweging. En uiteindelijk van de pinkster- en charismatische beweging. En als je die geschiedenis eenmaal begrijpt, wordt het evangelische landschap van vandaag ineens een stuk minder ingewikkeld.
Dus laten we beginnen bij het begin.
Eerst: wat hebben ze allemaal gemeen?
Voordat we naar de verschillen gaan, moeten we één ding heel duidelijk stellen. Evangelische christenen hebben ontzettend veel gemeenschappelijk. Het woord evangelisch komt van het Griekse woord euangelion . Dat betekent: goed nieuws — Evangelie.
En met evangelisch bedoelen we vandaag meestal een brede protestantse beweging die sterk de nadruk legt op het Evangelie van Jezus Christus.
Daarbij horen meestal een aantal overtuigingen. De Bijbel heeft gezag. Jezus Christus is de Zoon van God en de enige Verlosser. Zijn kruisdood en opstanding staan centraal. De mens is zondig en heeft verlossing nodig. Een mens moet persoonlijk in Christus geloven. Bekering en wedergeboorte zijn belangrijk. Evangelisatie en zending hebben een belangrijke plaats. En de gemeente bestaat niet alleen uit mensen die toevallig in een bepaalde kerk geboren zijn.
Het persoonlijke geloof is belangrijk.
Dus niet alleen: “Ik ben christen omdat mijn ouders christen zijn.”
Maar: “Ik heb zelf mijn vertrouwen op Jezus Christus gesteld.”
Dat persoonlijke karakter van het geloof is een van de belangrijkste kenmerken van het evangelicalisme.
Maar daar begint ook meteen het probleem. Want evangelisch is geen kerkgenootschap. Het is een brede beweging. En binnen die beweging bestaan behoorlijke verschillen. Een baptist en een pinksterchristen kunnen allebei evangelisch zijn. Maar ze kunnen heel verschillend denken over de doop. Een Vrije Evangelische Gemeente en een Vineyardgemeente kunnen allebei evangelisch zijn. Maar hun eredienst en visie op de Heilige Geest kunnen behoorlijk verschillen. En daarom moeten we terug naar de geschiedenis.
De reformatie
Zoals ik al in mijn vorige artikel over de reformatorische kerken schreef verliep de geschiedenis van de evangelische beweging anders. We beginnen in de zestiende eeuw. De Reformatie. Maarten Luther komt in verzet tegen belangrijke onderdelen van de Rooms-Katholieke Kerk. Later ontstaat ook de gereformeerde Reformatie onder andere onder invloed van Johannes Calvijn. De Reformatie benadrukt het gezag van de Bijbel. De rechtvaardiging door het geloof. De genade van God. En het verlossende werk van Christus.
Maar niet iedereen die zich bij de Reformatie aansloot, dacht precies hetzelfde. Sommige mensen vonden zelfs dat Luther en Calvijn nog niet ver genoeg gingen. Want volgens hen moest niet alleen de leer van de kerk worden hervormd. Ook de gemeente moest opnieuw worden ingericht. En daar ontstaat een belangrijke tweede beweging.
De radicale reformatie
We noemen deze beweging de radicale Reformatie .
Een bekende groep daarbinnen waren de wederdopers. Zij kwamen onder andere tot de overtuiging dat de doop verbonden moest zijn met persoonlijk geloof. Een baby kan immers nog geen bewust geloof belijden. Dus waarom zou je een baby dopen? Volgens de wederdopers moest iemand eerst zelf tot geloof komen en daarna worden gedoopt.
Dat klinkt vandaag misschien niet zo revolutionair. Maar in de zestiende eeuw was dat enorm ingrijpend. Vrijwel iedereen werd als kind gedoopt. De wederdopers kregen daardoor niet alleen problemen met de Rooms-Katholieke Kerk. Ook de protestantse overheden waren vaak fel tegen hen. De wederdopers benadrukten daarnaast een gemeente van mensen die bewust Jezus wilden volgen. Het christelijke geloof moest zichtbaar worden in het dagelijks leven. Dat betekende onder andere nadruk op discipelschap, gemeenschap en een leven dat bij het Evangelie past. Uit deze brede wederdoperse traditie ontstaan later onder andere de doopsgezinden.
Maar nu moeten we meteen een belangrijk onderscheid maken. Want je kunt niet simpelweg zeggen: “De baptisten komen rechtstreeks uit de wederdopers.” De geschiedenis is ingewikkelder. Er zijn verschillende historische lijnen. Maar er zijn wel duidelijke overeenkomsten. Vooral de overtuiging dat de doop verbonden is met persoonlijk geloof. En de gedachte dat de gemeente bestaat uit mensen die bewust Christus volgen. En juist die ideeën worden later belangrijk voor de baptisten.
Maar ondertussen gebeurt er nog iets anders.
Het geloof wordt persoonlijk
In de zeventiende en achttiende eeuw ontstaat binnen het protestantisme het piëtisme . En als je de evangelische beweging wilt begrijpen, moet je het piëtisme echt begrijpen. Want het piëtisme stelt een ongemakkelijke vraag. Je kunt de juiste leer kennen. Je kunt orthodox zijn. Je kunt naar de kerk gaan. Je kunt de Bijbel kennen. Maar: leef je ook werkelijk met God? Dat is de vraag.
Het piëtisme legt daarom sterk de nadruk op persoonlijk geloof. Op gebed. Op Bijbellezen. Op heiliging. Op bekering. En op het daadwerkelijk doorleven van het geloof.
Niet alleen: “Ik geloof dat Jezus Christus de Zaligmaker is.”
Maar: “Vertrouw ik zelf op Christus?”
Niet alleen: “De Bijbel zegt dat God genadig is.”
Maar: “Ken ik Gods genade persoonlijk?”
Dat accent op persoonlijk geloof en een veranderd leven wordt later ontzettend belangrijk voor het evangelicalisme.
John Wesley en het methodisme
Dan komen we in de achttiende eeuw bij een man die een enorme invloed zou krijgen: John Wesley. Wesley was predikant binnen de Anglicaanse Kerk. Maar hij begon steeds sterker te benadrukken dat het christelijk geloof niet alleen een kwestie was van kerk en leer. Het moest zichtbaar worden in het leven. Hij trok eropuit om te preken. Niet alleen in kerkgebouwen. Ook buiten. Voor grote groepen mensen. En hij organiseerde kleine groepen waarin christenen elkaar hielpen om werkelijk als volgelingen van Christus te leven.
Hier zien we opnieuw een aantal elementen die later kenmerkend worden voor de evangelische beweging: bekering, evangelisatie, discipelschap en heiliging.
Het methodisme verspreidt zich vervolgens snel. Vooral in Amerika krijgt het grote invloed. En daarmee komen we bij een volgende belangrijke ontwikkeling.
De grote opwekkingen
In de achttiende en negentiende eeuw vinden verschillende grote opwekkingsbewegingen plaats. In Engeland. In Amerika. Maar uiteindelijk over de hele wereld. Predikers roepen mensen op tot bekering. Mensen worden aangesproken op hun persoonlijke geloof. Er ontstaan gebedsbijeenkomsten. Bijbelkringen. Zondagsscholen. Zendingsorganisaties. Bijbelgenootschappen. Evangelisatieverenigingen.
En ineens wordt iets heel normaal wat in sommige oudere kerkelijke tradities minder centraal stond: de persoonlijke beslissing om Christus te volgen.
Dat betekent niet dat alle evangelische christenen geloven dat een mens zichzelf kan redden. Integendeel. De genade van God blijft centraal. Maar er wordt sterk benadrukt dat het Evangelie ook daadwerkelijk moet worden aangenomen.
En dat brengt ons bij de baptisten.
De baptisten
De baptisten ontwikkelen zich in de zeventiende eeuw vooral in Engeland. Zij leggen sterk de nadruk op de gemeente van gelovigen. Een christen wordt niet automatisch christen omdat hij in een christelijk gezin geboren is. Persoonlijk geloof in Christus staat centraal. Daarom dopen baptisten traditioneel mensen die zelf hun geloof belijden. En meestal gebeurt dat door onderdompeling. Maar baptisten geloven niet alleen anders over de doop. Ook de plaatselijke gemeente krijgt een belangrijke plaats. De gemeente is verantwoordelijk voor haar eigen leven. En het priesterschap van alle gelovigen wordt sterk benadrukt. Niet alleen de predikant is verantwoordelijk voor het geestelijke leven. Iedere gelovige heeft een taak. Ook evangelisatie en zending krijgen een belangrijke plaats.
Maar er is iets interessants.
Als je vandaag zegt: “Ik ben baptist,” weet je eigenlijk nog niet precies wat iemand gelooft over alles. Er zijn baptisten die heel sterk gereformeerd denken. Er zijn baptisten die meer arminiaans denken. Er zijn baptisten die heel terughoudend zijn met geestesgaven. En er zijn baptisten die juist charismatisch zijn. Dus ook hier geldt: een kerknaam vertelt niet altijd het hele verhaal.
De vrije evangelische gemeenten
Dan komen we bij een andere belangrijke Nederlandse traditie: de Vrije Evangelische Gemeenten .
En ook hier kan de naam voor verwarring zorgen. Het woord “vrij” betekent niet: vrijzinnig. Het gaat om het karakter van de gemeente. Vrije gemeenten ontwikkelden zich buiten de traditionele staatskerkelijke structuur. De nadruk kwam sterk te liggen op het Evangelie, persoonlijk geloof, Bijbel en evangelisatie. Ook de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente kreeg een belangrijke plaats.
Maar een Vrije Evangelische Gemeente is niet simpelweg een baptistengemeente. En ook niet automatisch een pinkstergemeente. Het is een eigen historische traditie.
En dat is iets wat we in deze hele geschiedenis moeten blijven onthouden. Want verschillende evangelische bewegingen kunnen dezelfde overtuiging hebben zonder dezelfde historische oorsprong te hebben.
De vergadering van gelovigen
En dan is er nog een groep die voor veel Nederlanders wat onbekender is: de Vergadering van Gelovigen.
Deze beweging is verbonden met de negentiende-eeuwse Plymouth Brethren. En hier komt een sterke kritiek op traditionele kerkstructuren naar voren. Waarom zou je een ingewikkelde kerkelijke hiërarchie nodig hebben? Waarom zou iedere dienst noodzakelijk door één predikant geleid moeten worden? Waarom zouden alleen bepaalde mensen een geestelijke taak mogen vervullen?
De Vergadering van Gelovigen legt daarom sterk de nadruk op: de plaatselijke gemeente, het priesterschap van alle gelovigen, de Bijbel en de werking van de Heilige Geest.
Daarom kan een samenkomst van een Vergadering er behoorlijk anders uitzien dan een traditionele kerkdienst. Maar ook hier bestaan verschillende richtingen. Dus zelfs binnen deze beweging is niet alles hetzelfde.
De heiligingsbeweging
En nu komen we bij een ontwikkeling die we nodig hebben om de pinksterbeweging te begrijpen. De heiligingsbeweging . Deze ontstaat vooral in de negentiende eeuw en staat sterk onder invloed van het methodisme.
John Wesley had sterk gesproken over heiliging. Maar binnen de holiness movement groeit de overtuiging dat christenen een diepere ervaring van Gods werk in hun leven kunnen kennen. Sommigen spreken over een tweede werk van genade. De gedachte is dat God een gelovige op een bijzondere manier kan heiligen en toerusten. En daar ontstaat steeds meer verwachting van de bijzondere werking van de Heilige Geest.
En nu komen we heel dicht bij de geboorte van de pinksterbeweging.
Tot aan het begin van de twintigste eeuw ging het vooral om persoonlijke bekering en heiliging. Maar in 1906 gebeurt er in Los Angeles iets waardoor de hele evangelische wereld op zijn kop komt te staan.
De pinksterbeweging
Aan het begin van de twintigste eeuw ontstaat er iets nieuws. Christenen beginnen opnieuw sterk te benadrukken wat we lezen in het boek Handelingen:
Tongentaal. Profetie. Genezing. Geestesgaven. En een bijzondere toerusting door de Heilige Geest.
Zoals gezegd vindt er in 1906 een belangrijk moment plaats in Los Angeles. Daar ontstaat de bekende opwekking aan Azusa Street. Onder leiding van William Seymour komen mensen bijeen. Er wordt gebeden. Er wordt gesproken over de Heilige Geest. Er zijn getuigenissen van genezing. En vooral het spreken in tongen krijgt een belangrijke plaats. Mensen uit verschillende landen bezoeken de bijeenkomsten. En zij nemen deze overtuigingen mee naar huis. Zo verspreidt de pinksterbeweging zich razendsnel over de wereld. Ook naar Nederland.
Wat maakt pinkster anders?
Nu zou je kunnen zeggen: “Maar zijn pinksterchristenen dan geen evangelische christenen?”
Jawel. In veel opzichten juist wel. Ze geloven in de Bijbel. In Jezus Christus. In bekering. In wedergeboorte. In het kruis. In de opstanding. In evangelisatie.
Maar ze leggen daarnaast veel sterker de nadruk op de actuele werking van de Heilige Geest. Dat betekent bijvoorbeeld ruimte voor: tongentaal, profetie, genezing, woorden van kennis, en andere geestesgaven. En vaak wordt ook gesproken over de doop met de Heilige Geest .
Hier ontstaat dus een nieuwe scheidslijn binnen het evangelische landschap.
Niet: geloven ze in de Heilige Geest of niet? Iedere orthodoxe christen gelooft immers in de Heilige Geest.
Maar: hoe werkt de Heilige Geest vandaag? Zijn de bijzondere geestesgaven nog steeds aanwezig?
En zo ja: hoe moeten we ze gebruiken?
Daarover lopen de meningen uiteen.
Volle evangelie
Uit deze pinksterwereld ontstaan vervolgens verschillende bewegingen. Een bekende term is: Volle Evangelie.
De gedachte achter die naam is dat het hele Evangelie verkondigd moet worden. Niet alleen vergeving van zonden. Maar ook het werk van de Heilige Geest.
Daarom krijgen onderwerpen als: bekering, wedergeboorte, genezing, bevrijding, geestesgaven, gebed en de wederkomst vaak een belangrijke plaats.
Maar ook hier moet je voorzichtig zijn. Volle Evangelie is geen éénvormig kerkgenootschap. Verschillende gemeenten gebruiken dezelfde naam, maar kunnen behoorlijk verschillen in hun theologie en praktijk.
De charismatische beweging
En dan gebeurt er iets bijzonders. De pinksterbeweging blijft niet buiten de traditionele kerken. Vanaf de jaren zestig komen de charismatische gaven ook binnen bestaande kerken.
Binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Binnen anglicaanse kerken. Binnen protestantse kerken. Binnen baptistengemeenten. En binnen andere evangelische kerken.
Mensen spreken over tongentaal. Profetie. Genezing. De werking van de Heilige Geest. Maar ze verlaten hun bestaande kerk niet noodzakelijk. Dat is historisch een belangrijk verschil.
De klassieke pinksterbeweging ontstond grotendeels als een nieuwe kerkelijke beweging. De charismatische beweging ontstond voor een belangrijk deel binnen bestaande kerken . Tegenwoordig lopen de grenzen overigens veel meer door elkaar.
Maar dan krijgen we een nieuwe generatie evangelische kerken
Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw ontstaat er een enorme groei van onafhankelijke evangelische gemeenten. En misschien herken je dat landschap wel.
Een gemeente heet: Evangelische Gemeente. Of: Christelijke Gemeente. Of: Bijbelgemeente. Of: Evangelisch Centrum.
En als je dan vraagt: “Bij welk kerkverband horen jullie?” krijg je soms als antwoord: “Nergens.”
En dat is precies een belangrijk kenmerk van een deel van de moderne evangelische beweging. De zelfstandige gemeente. Een groep christenen die samen een gemeente begint. Met eigen oudsten. Een voorganger. Een eigen gebouw. Een eigen visie. En soms aansluiting bij een groter netwerk. Maar soms ook helemaal niet.
Vineyard, Calvary Chapel en andere bewegingen
En vanuit Engeland en vooral Amerika komen vervolgens allerlei nieuwe bewegingen naar Nederland. Een voorbeeld is Vineyard . Daar worden evangelische prediking en charismatische praktijk met elkaar verbonden. Veel nadruk op aanbidding. Evangelisatie. Gebed om genezing. En de werking van de Heilige Geest.
Een andere beweging is Calvary Chapel . Daar ligt traditioneel sterk de nadruk op Bijbelonderwijs, evangelisatie en gemeentestichting.
Daarnaast zijn er bewegingen als Foursquare , Assemblies of God en Newfrontiers .
En dan zijn er nog talloze gemeenten die niet bij een internationale beweging horen.
Dus als je vandaag naar een evangelische gemeente gaat, is het eigenlijk helemaal niet genoeg om te weten dat er “evangelisch” op de gevel staat. Je moet vragen: Welke evangelische traditie zit hierachter?
En dan heb je nog de evangelische beweging binnen andere kerken
En nu wordt het helemaal interessant. Want evangelisch betekent niet altijd: een zelfstandige evangelische kerk. Er zijn ook evangelische christenen binnen bestaande protestantse kerken. Binnen bijvoorbeeld de PKN. Binnen andere gereformeerde kerken. En binnen allerlei andere kerkelijke tradities.
Je kunt dus iemand tegenkomen die zegt: “Ik ben evangelisch.” Maar die gewoon lid is van een kerk die zichzelf helemaal niet “evangelische gemeente” noemt.
Daarom is evangelisch uiteindelijk veel meer een stroming dan een kerknaam.
Waarom zijn er dan zoveel?
En nu komen we bij de oorspronkelijke vraag. Waarom zijn er zoveel verschillende evangelische kerken?
Het antwoord is eigenlijk: omdat evangelische christenen het over veel dingen eens zijn, maar niet over alles.
Neem de doop. De baptist zegt: “Eerst geloof, dan doop.” Een klassieke gereformeerde evangelische christen kan zeggen: “Ook kinderen van gelovigen horen bij het verbond en worden daarom gedoopt.” Dat is een fundamenteel verschil.
Maar neem vervolgens de verkiezing. Ook daar verschillen evangelische christenen. Sommige zijn sterk calvinistisch. Andere zijn arminiaans. Weer andere zijn ergens daartussenin.
En dan de Heilige Geest. Sommige evangelische kerken zijn cessationistisch . Dat betekent dat zij geloven dat bepaalde bijzondere apostolische gaven niet meer op dezelfde manier functioneren als in de begintijd van de kerk. Andere zijn continuationistisch, wat inhoudt dat ze geloven dat de geestesgaven nog steeds functioneren. En binnen de pinksterbeweging krijgt dat nog weer een eigen uitwerking.
Één evangelie, maar verschillende accenten
Dus als je al die kerken naast elkaar zet, zie je eigenlijk een soort familie. Een grote evangelische familie. De ene tak komt voort uit de baptisten. De andere uit vrije evangelische bewegingen. Een andere uit de Vergadering van Gelovigen. Een andere uit het methodisme en de heiligingsbeweging. Daaruit ontstaat de pinksterbeweging. En vervolgens de charismatische beweging. En daaruit ontstaan weer allerlei nieuwe evangelische gemeenten.
Het is dus geen rechte lijn. Het is meer een boom. En sommige takken staan heel dicht bij elkaar. Andere zijn behoorlijk ver uit elkaar gegroeid. Maar de wortels hebben veel gemeen.
Waar zitten de belangrijkste verschillen?
Als je het evangelische landschap wilt begrijpen, zou ik vooral op een paar onderwerpen letten.
Eén: de doop. Kinderdoop of gelovigendoop? En wat betekent de doop?
Twee: de verkiezing. Hoe verstaan we Gods verkiezende genade? En hoe verhoudt die zich tot menselijke verantwoordelijkheid?
Drie: wedergeboorte en bekering. Wat gebeurt er precies wanneer iemand tot geloof komt?
Vier: de Heilige Geest. Welke plaats heeft de Geest in het leven van de gelovige?
Vijf: de geestesgaven. Zijn tongentaal, profetie en genezing vandaag nog actief?
Zes: de gemeente. Hoe moet een gemeente worden geleid? Door een predikant? Door oudsten? Door de gemeente? Of door een combinatie daarvan?
Zeven: de eredienst. Hoeveel ruimte is er voor spontane aanbidding, gebed en geestesgaven? En hoe verhoudt dat zich tot Bijbeluitleg en prediking? En dan zijn er nog allerlei andere onderwerpen. De visie op Israël. De eindtijd. De opname. Het duizendjarig rijk. De rol van vrouwen in het ambt. De verhouding tussen kerk en samenleving. En ga zo maar door.
Maar zijn het dan allemaal verschillende religies?
Nee. Dat zou een enorme overdrijving zijn. Als een baptist en een pinksterchristen verschillend denken over de doop en de geestesgaven, betekent dat niet dat ze in een totaal ander geloof staan.
Er zijn verschillen. Soms belangrijke verschillen. Maar er is ook een enorme gezamenlijke basis.
- De Bijbel.
- De Drie-eenheid.
- Jezus Christus.
- Zijn kruisdood.
- Zijn lichamelijke opstanding.
- De zonde van de mens.
- De noodzaak van genade.
- Geloof en bekering.
- De Heilige Geest.
- De gemeente.
- Ze geloven allemaal in de wederkomst van Christus
Dus we moeten twee fouten vermijden.
De eerste fout is: “Alle evangelische kerken zijn hetzelfde.” Dat klopt niet.
De tweede fout is: “Ze geloven allemaal iets totaal anders.” Dat klopt óók niet.
De werkelijkheid zit ertussenin.
En hoe zit het met bevinding?
En hier komen we terug bij iets uit mijn vorige artikel, Deze dingen maken jou geen christen. In dat artikel keken we al uitgebreid naar de spanning tussen verbond, doop en wedergeboorte binnen de reformatorische gezindte. Ook hebben we in dat artikel stilgestaan bij de zogenaamde bevindelijkheid. Als je die nog niet hebt gezien, raad ik je aan die zeker even te bekijken.
Maar als je dat artikel al wèl hebt gelezen zul je nu misschien wel denken: “Maar wacht eens even. Dit klinkt toch eigenlijk ook allemaal heel bevindelijk?”
En dat klopt. De nadruk op persoonlijk geloof, bekering, wedergeboorte en het werk van de Heilige Geest is niet exclusief evangelisch. Ook in de gereformeerde traditie vinden we die nadruk.
Het verschil zit vaak in de manier waarop die thema’s worden uitgewerkt.
Een bevindelijk-gereformeerde predikant kan sterk vragen: “Ken je het werk van Gods genade in je hart?” Een evangelische predikant kan eerder vragen: “Heb jij je vertrouwen op Jezus Christus gesteld?” Dat kan soms bijna hetzelfde lijken. Maar de theologische achtergrond kan heel verschillend zijn.
En juist daarom is het interessant om deze tradities naast elkaar te leggen.
Waar sta ik zelf?
En misschien is het nu eerlijk om ook te zeggen waar ik zelf sta.
Ik herken mij sterk in een aantal fundamentele overtuigingen die je zowel in de gereformeerde als in de evangelische traditie tegenkomt.
- Ik geloof dat de mens van nature zondig is en zichzelf niet uit eigen kracht tot God kan brengen.
- Ik geloof dat we Gods genade volledig nodig hebben.
- Ik geloof dat de Heilige Geest ons moet overtuigen, trekken en tot geloof moet brengen.
- En ik geloof dat God volledig soeverein is in het reddingswerk.
Maar op het punt van de verkiezing ligt mijn overtuiging anders dan in de klassieke calvinistische leer. Ik geloof namelijk niet dat God vóór de grondlegging van de wereld een bepaald deel van de mensheid persoonlijk heeft uitgekozen om gered te worden en de rest niet.
Ik geloof dat Gods verkiezing in Christus is en dat God de mensheid heeft bestemd om door Christus gered te worden. Met andere woorden: Gods reddingswil en Zijn uitnodiging zijn niet beperkt tot een vooraf geselecteerde groep mensen. Iedereen wordt geroepen. Iedereen mag tot Christus komen.
Maar dat betekent niet dat iedereen ook daadwerkelijk komt. Want de mens is van nature niet op God gericht. Daarom is het werk van de Heilige Geest zo belangrijk. De Geest overtuigt mensen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel. Hij trekt mensen naar Christus. En Hij maakt het mogelijk dat iemand daadwerkelijk positief reageert op Gods genade.
Maar ik geloof niet dat die genade onweerstaanbaar is. Een mens kan Gods roep weerstaan. Dat betekent niet dat de mens uit zichzelf zijn redding kan kiezen. Integendeel. Zonder Gods Geest komt niemand tot Christus.
Maar wanneer de Heilige Geest iemand overtuigt en naar Christus trekt, blijft er wel een echte menselijke verantwoordelijkheid over. Iemand kan Gods genade aannemen. Maar iemand kan die genade ook verwerpen.
Voor veel mensen roept die nadruk op persoonlijke bekering en verkiezing juist de vraag op: ‘Maar hoe weet ik dan zéker dat ik gered ben?’ Daar heb ik eerder een uitgebreide artikel over gemaakt: GELOOFSTWIJFEL: Ben ik wel echt gered? .
De Heilige Geest werkt ook vandaag
En daarmee kom ik bij een ander punt waarop ik mij herken in delen van de evangelische en pinkstertraditie. Ik geloof namelijk dat de Heilige Geest vandaag nog steeds daadwerkelijk werkt . Ik geloof niet dat de bovennatuurlijke werking van de Heilige Geest beperkt was tot de eerste generatie christenen. Na wat ik door de jaren heen gezien heb in Nederland, maar ook op het zendingsveld hier op Madagaskar, kan ik ook niet anders dan erkennen dat Gods Geest nog steeds dezelfde dingen doet.
- Ik geloof dat God ook vandaag wonderen kan doen.
- Ik geloof dat we mogen bidden om genezing.
- Ik geloof dat God mensen op bijzondere manieren kan leiden.
- Ik geloof ook dat demon uitdrijving nog steeds plaatsvindt.
- En ik geloof dat ook de geestelijke gaven waarover Paulus spreekt vandaag nog kunnen functioneren. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan profetie, tongentaal, woorden van kennis en andere gaven die de Heilige Geest aan gelovigen geeft.
Maar dat betekent voor mij niet dat we iedere bijzondere ervaring of iedere claim op een wonder onmiddellijk als afkomstig van God moeten aannemen. Juist omdat we geloven in de werking van de Heilige Geest, moeten we ook serieus nemen wat de Bijbel zegt over het toetsen van geestelijke uitingen. Niet iedere geest is van God. Niet iedere profetie is noodzakelijk waar. En niet iedere genezing die aan God wordt toegeschreven, kunnen wij zomaar als een wonder van God verklaren.
Daarom blijft voor mij de Bijbel de norm. Geestelijke ervaringen mogen nooit boven Gods Woord komen te staan. De vraag is niet alleen: “Heb ik iets bijzonders meegemaakt?” Maar ook: “Is wat hier gebeurt in overeenstemming met Gods Woord en wijst het werkelijk naar Christus?”
Daarom wil ik enerzijds ruimte laten voor het bovennatuurlijke werk van de Heilige Geest, zonder anderzijds kritiekloos iedere charismatische claim over te nemen.
Ik geloof dus niet dat we moeten kiezen tussen: een christendom waarin alleen het verstand en de Bijbel overblijven, of: een christendom waarin iedere geestelijke ervaring automatisch van God afkomstig is.
Ik geloof dat we beide nodig hebben. De Bijbel als norm. En de levende werking van de Heilige Geest. God is vandaag niet minder God dan in de tijd van de apostelen. En de Heilige Geest is vandaag niet minder de Heilige Geest. Daarom wil ik ook ruimte houden voor Gods bovennatuurlijke handelen.
Als God vandaag iemand geneest, wil ik daar niet bij voorbaat van zeggen dat dit onmogelijk is. Als God iemand op een bijzondere manier leidt, wil ik dat niet bij voorbaat uitsluiten. Als iemand een geestelijke gave ontvangt, wil ik die mogelijkheid niet vooraf ontkennen. Maar ik wil het altijd toetsen aan Gods Woord. Want uiteindelijk gaat het niet om het wonder. Het gaat om God . En niet om de gave. Maar om de Gever.
Soms zijn christenen terughoudend als het gaat om toetsing. Juist rondom de uitingen en werking van de Heilige Geest zijn sommige n bang om een verkeerd oordeel te vellen of de ‘onvergeeflijke zonde’ te begaan. Mocht je daarmee worstelen, lees dan ook mijn artikel over de De ONVERGEEFLIJKE ZONDE: Wat Jezus écht bedoelde .
Gods soevereiniteit en de werking van de Geest
En juist hier komen voor mij verschillende onderdelen van mijn theologie samen. God is soeverein. De mens is verantwoordelijk. De Heilige Geest overtuigt en trekt. De genade van God kan worden weerstaan. En tegelijkertijd werkt de Heilige Geest ook vandaag daadwerkelijk en bovennatuurlijk in de gemeente.
Ik zie daarom mijn positie niet als een keuze tussen: “gereformeerd” of “pinkster.” Ik herken mij in bepaalde elementen van beide tradities.
Ik deel met de gereformeerde traditie een diepe overtuiging over Gods genade, de ernst van de zonde en de noodzaak van het werk van de Heilige Geest.
Maar ik kan mij niet vinden in de klassieke calvinistische opvatting dat God vóór de grondlegging van de wereld bepaalde individuen tot redding heeft uitgekozen en dat Gods genade voor hen uiteindelijk onweerstaanbaar is.
En ik deel met de evangelische en pinkstertraditie de overtuiging dat het Evangelie aan iedereen verkondigd moet worden en dat de Heilige Geest ook vandaag actief en bovennatuurlijk werkt.
Maar ook daar wil ik alles blijven toetsen aan de Schrift.
Voor mij komen die lijnen uiteindelijk samen in één overtuiging:
- God werkt.
- Hij werkt door Zijn Woord.
- Hij werkt door Zijn Geest.
- Hij werkt door de gemeente.
- Hij werkt door mensen die het Evangelie verkondigen.
- En soms werkt Hij op manieren die wij alleen maar als wonder kunnen omschrijven.
Daarom wil ik Gods bovennatuurlijke handelen niet beperken tot wat ik zelf kan verklaren. Maar ik wil ook niet alles wat bovennatuurlijk lijkt, automatisch aan God toeschrijven. Open voor de werking van de Geest, maar onder het gezag van het Woord. Dat is denk ik een goede samenvatting van waar ik zelf sta.
Dus: waarom zijn er zoveel evangelische kerken?
En dan kunnen we onze oorspronkelijke vraag beantwoorden. Waarom zijn er zoveel? Niet omdat iedereen zomaar een eigen kerk wilde beginnen. Althans, dat is zeker niet het hele verhaal. Het is een geschiedenis van bewegingen. Van opwekkingen. Van theologische discussies. Van verschillende visies op de doop. Van verschillende visies op de verkiezing. Van verschillende visies op de Heilige Geest. Van verschillende ideeën over hoe een gemeente georganiseerd moet worden. En soms natuurlijk ook van menselijke conflicten en kerkelijke scheuringen.
Maar wanneer je die geschiedenis kent, zie je dat het evangelische landschap niet zomaar een verzameling losse gemeenten is. Er zitten lijnen in. De Reformatie. De radicale Reformatie. Het piëtisme. Het methodisme. De opwekkingsbewegingen. De baptisten. De Vrije Evangelische Gemeenten. De Vergaderingen van Gelovigen. De heiligingsbeweging. De pinksterbeweging. De charismatische beweging. En vervolgens de moderne evangelische beweging.
Één evangelische familie?
Misschien kun je het evangelische landschap daarom het beste vergelijken met een grote familie. En zoals in iedere familie zijn er overeenkomsten. Maar ook verschillen. De één is baptist. De ander pinkster. De ander Vrij Evangelisch. De ander charismatisch. En weer een ander noemt zichzelf gewoon christen en heeft helemaal geen behoefte aan een kerkelijk label.
Maar uiteindelijk is de belangrijkste vraag niet: “Welk bordje staat er op het kerkgebouw?” De belangrijkste vraag is: “Wat geloven deze mensen over Jezus Christus en Zijn Evangelie?”
Want twee gemeenten met dezelfde naam kunnen behoorlijk van elkaar verschillen. En twee gemeenten met verschillende namen kunnen juist heel veel gemeenschappelijk hebben.
Dus als je iemand ontmoet die zegt: “Ik ben evangelisch.” vraag dan eens: “Wat bedoel je precies met evangelisch?”
Misschien ontdek je wel een heel verhaal achter dat ene woord.
Afsluiting
En misschien is dat uiteindelijk precies waarom ik deze geschiedenis zo interessant vind. Want wanneer je alleen naar het huidige Nederlandse kerklandschap kijkt, lijkt het soms een enorme wirwar.
Baptisten. Vrije Evangelischen. Pinkstergemeenten. Volle Evangelie. Vergaderingen van Gelovigen. Vineyard. Calvary Chapel. Evangelische Gemeenten. En nog tientallen andere vormen.
Maar wanneer je de geschiedenis kent, zie je ineens de lijnen. Je ziet waar bepaalde ideeën vandaan komen. Waarom sommige gemeenten kinderen dopen en andere alleen gelovigen. Waarom sommige kerken sterk spreken over verkiezing en andere juist over de vrije reactie van de mens. Waarom de ene gemeente profetie en tongentaal een belangrijke plaats geeft en de andere daar heel voorzichtig mee omgaat. En waarom sommige gemeenten een heel traditionele kerkdienst hebben en andere veel vrijer en spontaner samenkomen.
Het evangelische landschap is dus niet zomaar ontstaan. Het is gegroeid uit eeuwen van kerkgeschiedenis. En daarom denk ik dat we voorzichtig moeten zijn met het snelle oordeel: “Die kerk is goed en die kerk is fout.” Soms zijn verschillen werkelijk belangrijk. Soms zijn ze vooral verschillen in accent. Maar als christenen elkaar willen begrijpen, moeten we eerst weten: waarom geloven zij wat zij geloven?
En misschien is dat ook wel de belangrijkste les van de kerkgeschiedenis. Niet dat we uiteindelijk het perfecte kerkgenootschap vinden. Maar dat we leren om onderscheid te maken tussen wat werkelijk de kern van het Evangelie is en wat onze verschillende tradities, gewoonten en interpretaties zijn.
Want uiteindelijk draait het christelijk geloof niet om het juiste etiket. Het draait om Jezus Christus.
En misschien is dat een veel belangrijkere vraag dan: “Bij welke evangelische kerk hoor jij?” Namelijk: “Hoor jij bij Christus?”









