Apologeet.nl
Kritische beoordeling van bijzondere openbaring: God of griezel
Inhoudsopgave
Joodse en christelijke bijzondere openbaringen door Gabriël
Zacharias, vader van Johannes de Doper
Is Gabriël/Jibra’il kwaadaardig/onrechtvaardig?
De vragen van Zacharias en Maria
Mohammed en de drievoudige omhelzing
Begroeting en duidelijke communicatie
Wederzijds respect, voortkomend uit dienstbaarheid
Bijlage A: Sahih Muslim 160a, Boek 1, Hadith 308
Inleiding
In veel religieuze bewegingen wordt informatie over hun geloofsovertuigingen geopenbaard door middel van bijzondere openbaring, die deze bewegingen ingrijpend vormgeeft. Voorbeelden hiervan zijn het mormonisme, het christendom en de islam. Degenen die de religie aanhangen, nemen aan dat de bijzondere openbaringen van God afkomstig zijn en gebruiken dat om de legitimiteit ervan te ondersteunen.
Een bijzondere openbaring vindt plaats wanneer God Zichzelf bekendmaakt door middel van directe en persoonlijke ervaringen. Dit kan vele vormen aannemen, hoewel dit essay zich voornamelijk zal richten op verschijningen van engelen als bijzondere openbaringen, waarbij God Zijn wil bekendmaakt door een heraut van Hem – een engel – te sturen die met degene voor wie de openbaring bedoeld is, spreekt en hem of haar de woorden vertelt die God in zijn of haar mond heeft gelegd.
Dit kan de vorm aannemen van een visioen, waarbij de engel niet lichamelijk aanwezig is, maar de persoon hem toch kan zien. Het kan ook een lichamelijke verschijning zijn, waarbij de engel samen met de persoon die de openbaring ontvangt in dezelfde ruimte aanwezig is.
Als we teruggaan naar de religies van het mormonisme, het christendom en de islam, hoe kunnen zij er dan zeker van zijn dat hun bijzondere openbaring werkelijk van God afkomstig is? Hoe kunnen zij weten dat de persoon die de openbaring ontving daadwerkelijk bezoek heeft gehad van een boodschapper van God, en niet van een geheel andere entiteit, zoals de duivel zelf of een demon?
Dit essay zal zich richten op zowel de christelijke als de islamitische religie. Zowel het christendom als de islam hebben het jodendom van het Oude Testament als basis – wat de islam aanduidt als ‘Abrahamitische wortels’1. De islam gebruikt ook de evangeliën2 in het Nieuwe Testament in haar geloof, en erkent deze eveneens als een bijzondere openbaring van God aan mensen in geschreven vorm, die Hij aan Jezus heeft geopenbaard. Zij geloven echter niet dat Jezus de Zoon van God was, maar een profeet. Zij geloven echter dat, omdat het een openbaring was, de oorspronkelijke versie van de Injil verloren is gegaan.
Dit essay zal specifiek de eerste bijzondere openbaring beoordelen die het islamitische geloof inluidde en deze vergelijken met soortgelijke bijzondere openbaringen in het Oude en Nieuwe Testament. Door ze met elkaar te vergelijken, wil ik de volgende vraag beantwoorden:
In het bijzonder in het geval van de islam: hoe weten we dat een bijzondere openbaring werkelijk van God afkomstig is?
De eerste Wahi3
Mohammed, ca. 570 n.Chr. – 8 juni 632, was een wees die in Makkah woonde. Hij was een welvarend man en was getrouwd met Khadija.
Makkah was in die tijd belangrijk, voornamelijk vanwege de aanwezigheid van de Ka’bah. De Ka’bah was een tempel die bedoeld was voor de aanbidding van Allah4, maar ten tijde van de eerste Wahi5, zoals moslims de eerste openbaring van Jibra’il6 aan Mohammed noemen, stonden er 360 afgodsbeelden in de Ka’bah. Voor Mohammed, die geloofde dat er maar één God was, was dit een grote belediging en het walgde hem mateloos.
Elk jaar vond er in de maand Ramadan een festival plaats bij de Ka’bah, genaamd de Laylatul Qad’r7. Tijdens die nacht aanbaden mensen allerlei soorten goden in deze tempel.
Mohammed, als monotheïst, haatte dit en trok zich in deze periode terug in een nabijgelegen grot, zodat hij het feesten niet hoefde te horen en tijd met Allah kon doorbrengen.
Op een nacht, terwijl Mohammed aan het bidden was, verscheen de engel Jibra’il aan hem in lichamelijke vorm. ‘Iqra!’ beval Jibra’il, wat in het Arabisch ‘Lees!’ betekent. ‘Ma ana bi qari,’ antwoordde Mohammed, wat betekent: ‘Ik kan niet lezen.’ in het Arabisch. Mohammed had nooit het genoegen gehad onderwijs te volgen en was dus analfabeet.
Toen Jibra’il dit antwoord kreeg, ‘drukte hij mij [dat wil zeggen Mohammed] tegen zich aan, totdat ik stevig onder druk werd gezet’8. Of Jibra’il Mohammed wurgde, of hem zo krachtig omhelsde dat Mohammed moeite had met ademhalen, is een onderwerp waarover veel wordt gediscussieerd. Voorlopig houden we het bij wat we met zekerheid kunnen weten: Jibra’il hield Mohammed op de een of andere manier stevig vast, waardoor het voor laatstgenoemde moeilijk was om adem te halen.
Dit gebeurde nog tweemaal, totdat Jibra’il, nadat hij Mohammed voor de derde keer hard had vastgedrukt, zei: ‘Lees voor! In de naam van jouw Heer, Die heeft geschapen, Hij heeft de mens geschapen van een bloedklomp. Lees voor! En jouw Heer is de Meest Edele. Degene Die onderwezen heeft met de pen. Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist.’9. Hierna vluchtte Mohammed bevend en zeer angstig uit de grot en ging terug naar zijn vrouw.
Ze bedekten hem met dekens totdat hij niet langer bang was. Toen hij weer tot rust was gekomen, vertelde hij wat er was gebeurd en zei: ‘Ik vrees voor mijzelf.’ Zijn vrouw stelde hem gerust en zei dat hij blij moest zijn, omdat Allah Mohammed nooit te schande zou maken, gezien het feit dat hij zo’n rechtschapen burger was (hij zorgde voor zijn familie, de armen enzovoort).
Mohammeds vrouw nam hem mee naar haar neef, Waraqa ibn Nauful, die een toegewijd christen was en de Injil10 vertaalde. Hij herkende de entiteit die Mohammed had bezocht onmiddellijk als de engel Gabriël. Vervolgens zei hij dat hij wenste dat hij op dat moment een jonge man was, zodat hij kon meemaken dat Mohammed door zijn eigen volk uit de stad werd verdreven. Mohammed, verrast door deze uitspraak, vroeg of zij hem werkelijk zouden verdrijven.
Waraqa antwoordde: ‘Ja. Nooit is er een man gekomen met iets als wat jij hebt gebracht zonder vijandigheid te ontmoeten. Als ik jouw dag meemaak, zal ik je van ganser harte helpen.’11
Merk op dat sommige delen van deze passage zijn gemarkeerd. Dit is voor latere verwijzing, aangezien aan die gedeelten later bijzondere aandacht zal worden besteed.
Joodse en christelijke bijzondere openbaringen door Gabriël
Ter vergelijking maken we een korte omweg om enkele andere bijzondere openbaringen te bekijken die volgens de Bijbel door de engel Gabriël, die door moslims Jibra’il wordt genoemd, aan bepaalde mensen zijn gegeven.
Daniël
In het derde jaar van de regering van koning Belsazar kreeg Daniël een visioen waarin een bok een ram neersloeg. Toen hij nadacht over de betekenis van het visioen, verscheen de engel Gabriël aan hem (Daniël 8:15-27; SV):
En het geschiedde, toen ik dat gezicht zag, ik Daniël, zo zocht ik het verstand deszelven, en ziet, er stond voor mij als de gedaante eens mans.
En ik hoorde tussen Ulai eens mensen stem, die riep en zeide: Gabriël! geef dezen het gezicht te verstaan. Zo kwam hij nevens waar ik stond; en als hij kwam, verschrikte ik, en viel op mijn aangezicht. Toen zeide hij tot mij: Versta, gij mensenkind! want dit gezicht zal zijn tot den tijd van het einde.
Als hij nu met mij sprak, viel ik in een diepen slaap op mijn aangezicht ter aarde; toen roerde hij mij aan, en hij stelde mij op mijn standplaats.
En hij zeide: Zie, ik zal u te kennen geven, wat er geschieden zal ten einde dezer gramschap; want ter bestemder tijd zal het einde zijn.
De ram met de twee hoornen, dien gij gezien hebt, zijn de koningen der Meden en der Perzen. Die harige bok nu, is de koning van Griekenland; en de grote hoorn, welke tussen zijn ogen is, is de eerste koning. Dat er nu vier aan zijn plaats stonden, toen hij verbroken was; vier koninkrijken zullen uit dat volk ontstaan, doch niet met zijn kracht.
En op het laatste huns koninkrijks, als de afvalligen op het hoogste gebracht zullen hebben, zo zal er een koning staan, stijf van aangezicht, en raadselen verstaande. En zijn kracht zal sterk worden, doch niet door zijn kracht; en hij zal het wonderlijk verderven, en zal geluk hebben, en zal het doen; en hij zal de sterken, mitsgaders het heilige volk verderven.
En door zijn kloekheid zo zal hij de bedriegerij doen gedijen in zijn hand; en hij zal zich in zijn hart verheffen; en in stille rust zal hij er velen verderven, en zal staan tegen den Vorst der vorsten, doch hij zal zonder hand verbroken worden.
Het gezicht nu van avond en morgen, dat er gezegd is, is de waarheid; en gij, sluit dit gezicht toe, want er zijn nog vele dagen toe.
Toen werd ik, Daniël, zwak, en was enige dagen krank; daarna stond ik op, en deed des konings werk; en ik was ontzet over dit gezicht; maar niemand merkte het.
Merk op dat ik enkele delen van deze passage heb gemarkeerd. Voor nu is dat onbelangrijk, maar later zal het relevant worden. Ik zal hetzelfde doen met de volgende passages.
Zacharias, vader van Johannes de Doper
Lukas 1:5 – 24, 57-64 (SV)
In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aäron, en haar naam Elizabet. En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk. En zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was, en zij beiden verre op hun dagen gekomen waren.
En het geschiedde, dat, als hij het priesterambt bediende voor God, in de beurt zijner dagorde, naar de gewoonte der priesterlijke bediening, hem te lote was gevallen, dat hij zoude ingaan in den tempel des Heeren om te reukofferen. En al de menigte des volks was buiten, biddende, ten ure des reukoffers.
En van hem werd gezien een engel des Heeren, staande ter rechterzijde van het altaar des reukoffers. En Zacharias, hem ziende, werd ontroerd, en vreze is op hem gevallen. Maar de engel zeide tot hem: Vrees niet, Zacharias! want uw gebed is verhoord, en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam heten Johannes. En u zal blijdschap en verheuging zijn, en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor den Heere; noch wijn, noch sterken drank zal hij drinken, en hij zal met den Heiligen Geest vervuld worden, ook van zijner moeders lijf aan. En hij zal velen der kinderen Israëls bekeren tot den Heere, hun God.
En hij zal voor Hem heengaan, in den geest en de kracht van Elias, om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om den Heere te bereiden een toegerust volk.
En Zacharias zeide tot den engel: Waarbij zal ik dat weten? Want ik ben oud, en mijn vrouw is verre op haar dagen gekomen.
En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben Gabriël, die voor God sta, en ben uitgezonden, om tot u te spreken, en u deze dingen te verkondigen. En zie, gij zult zwijgen, en niet kunnen spreken, tot op den dag, dat deze dingen geschied zullen zijn; om dies wil, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt, welke vervuld zullen worden op hun tijd.
En het volk was wachtende op Zacharias, en zij waren verwonderd, dat hij zo lang vertoefde in den tempel. En als hij uitkwam, kon hij tot hen niet spreken; en zij bekenden, dat hij een gezicht in den tempel gezien had. En hij wenkte hun toe, en bleef stom. En het geschiedde, als de dagen zijner bediening vervuld waren, dat hij naar zijn huis ging.
[..] En de tijd van Elizabet werd vervuld, dat zij baren zoude, en zij baarde een zoon. En die daar rondom woonden, en haar magen hoorden, dat de Heere Zijn barmhartigheid grotelijks aan haar bewezen had, en waren met haar verblijd. En het geschiedde, dat zij op den achtsten dag kwamen, om het kindeken te besnijden, en noemden het Zacharias, naar den naam zijns vaders.
En zijn moeder antwoordde en zeide: Niet alzo, maar hij zal Johannes heten. En zij zeiden tot haar: Er is niemand in uw maagschap, die met dien naam genaamd wordt. En zij wenkten zijn vader, hoe hij wilde, dat hij genaamd zou worden.
En als hij een schrijftafeltje geëist had, schreef hij, zeggende: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen. En terstond werd zijn mond geopend, en zijn tong losgemaakt; en hij sprak, God lovende.
Maria, moeder van Jezus
Lukas 1:26-38 (SV)
En in de zesde maand werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth; tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit den huize Davids; en de naam der maagd was Maria.
En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen.
En als zij hem zag, werd zij zeer ontroerd over dit zijn woord, en overleide, hoedanig deze groetenis mocht zijn.
En de engel zeide tot haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden. En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam heten JEZUS. Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.
En Maria zeide tot den engel: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne?
En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.
En zie, Elizabet, uw nicht, is ook zelve bevrucht, met een zoon, in haar ouderdom; en deze maand is haar, die onvruchtbaar genaamd was, de zesde. Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.
En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging weg van haar.
Is Gabriël/Jibra’il kwaadaardig/onrechtvaardig?
Wanneer we naar al deze openbaringen kijken, zijn er bepaalde dingen die ons vreemd voorkomen – de dingen die ik heb gemarkeerd. Toen Jibra’il aan Mohammed verscheen, drukte/hield hij hem zo hard vast dat Mohammed nauwelijks kon ademen. Toen Daniël met hem had gesproken, viel hij flauw en was hij enkele dagen ziek. Toen Zacharias de openbaring in twijfel trok, werd hij stomgeslagen. Het lijkt erop dat alleen Maria geen negatieve gevolgen ondervond van Gabriëls bezoek – afgezien van de gevolgen met Jozef, die dacht dat zij overspel had gepleegd. Maar net als Zacharias stelde zij de vraag hoe datgene wat Gabriël haar had verteld mogelijk kon zijn. Waarom werd hij dan stomgeslagen en kwam zij er zonder gevolgen vanaf? Was Gabriël onrechtvaardig?
Zijn al deze gebeurtenissen rechtvaardig? Had Gabriël het recht om Zacharias stom te slaan? Was het Gabriëls schuld dat Daniël ziek werd? Handelde Jibra’il eerlijk toen hij Mohammed wurgde/stevig omhelsde?
Alleen als we antwoorden hebben op deze vragen, kunnen we er zeker van zijn dat deze bijzondere openbaringen van God afkomstig waren, aangezien God liefde is en rechtvaardig. Gabriël zou God immers vertegenwoordigen, die liefde en rechtvaardigheid is, en als Gabriël verkeerd handelde, is óf God kwaad, óf hij vertegenwoordigde God helemaal niet. En aangezien we weten dat God goed is, is alleen de tweede optie mogelijk.
Daniëls verdedigingscascade
Daniël ontving zijn visioen uit hoofdstuk acht rond 551 v.Chr.12. De profetie die hij zag strekte zich uit van het Medo-Perzische tijdperk, via de vervolging van Gods volk, helemaal tot aan de antichrist.
Het visioen dat Daniël zag liet hem veel schokkende dingen zien: de ontwijding van de tempel; de slachting van veel Joden; het einde der tijden en ook de geestelijke strijd achter de oorlogen die tussen aardse rijken woedden. Voor ieder mens zou dit veel zijn om te verwerken, maar voor Daniël was het misschien nog erger dan voor anderen.
Daniël was zeer toegewijd aan het herstel van zijn volk uit de ballingschap waarin zij zich op dat moment bevonden. Zoals blijkt uit Daniël 9:2-3 (SV):
In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniël, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was. En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.
Hier zien we de wanhoop die Daniël overvalt wanneer hij beseft dat de ballingschap zeventig jaar zal duren, en hoe hij God onmiddellijk in zijn gebeden zoekt. Hij was zeer toegewijd aan zijn volk, en voor iemand als hij zou het zien van een visioen waarin zij zouden worden afgeslacht een zware aanslag op zijn psyche zijn geweest.
Volgens het onderzoeksartikel uit 2015 van Kozlowska et al13, is Daniëls reactie op het visioen – flauwvallen en enkele dagen ziek worden – een zeer normale psychofysiologische reactie.
Hun onderzoek liet zien dat een mens bij blootstelling aan een bedreiging de Defense Cascade doorloopt. De Defense Cascade is een reeks van zes fasen waarin een persoon op stress reageert.
De eerste fase is arousal, waarbij je hartslag en ademhaling enorm toenemen. Daarna komt de vlucht-of-vechtreactie, waarbij de persoon in kwestie beslist of hij voor de bedreiging zal vluchten of blijft en vecht. In het geval van Daniël zien we in vers 17 dat hij reageerde met angst en bevroor, waarmee hij de derde fase binnenging waarin iemand bevriest en de vlucht-of-vechtreactie tijdelijk onderbreekt.
Daniël 8:17 (SV):
En hij kwam nevens waar ik stond; en als hij kwam, verschrikte ik, en viel op mijn aangezicht. Toen zeide hij tot mij: Versta, gij mensenkind! want dit gezicht zal zijn tot den tijd van het einde.
De fase van bevriezing wordt snel gevolgd door tonische immobiliteit, waardoor de mens gaat dissociëren. We zien dit bij Daniël gebeuren in vers 18. Gabriël helpt Daniël echter eruit en verankert hem door hem overeind te helpen:
Als hij nu met mij sprak, viel ik in een diepen slaap op mijn aangezicht ter aarde; toen roerde hij mij aan, en hij stelde mij op mijn standplaats.
Nadat iemand de tonische immobiliteit heeft doorgemaakt, gaat hij de fase van ingestorte immobiliteit in. Dit gebeurt bij Daniël na het visioen. In deze fase zorgt extreme parasympathische activatie – een netwerk van zenuwen dat je lichaam ontspant na een langdurige periode van stress – ervoor dat iemand flauwvalt.
Na de fase van ingestorte immobiliteit, zoals we bij Daniël zien, gaat iemand de laatste fase van de Defense Cascade in: de fase van quiescente immobiliteit, waarin iemand ziek wordt terwijl zijn geest en ziel proberen de schade te herstellen die zij hebben ondergaan. We zien deze laatste twee fasen gebeuren in vers 27 van hoofdstuk 8 (SV):
Toen werd ik, Daniël, zwak, en was enige dagen krank; daarna stond ik op, en deed des konings werk; en ik was ontzet over dit gezicht; maar niemand merkte het.
Wanneer we naar Daniëls reactie op de verschijning van Gabriël en het visioen kijken, wordt duidelijk dat het niet Gabriël was die ervoor zorgde dat hij dissocieerde, flauwviel of ziek werd, maar dat het in werkelijkheid een zeer normale menselijke reactie was op een korte periode waarin iemand aan hoge stressniveaus wordt blootgesteld.
Gabriël was niet verantwoordelijk voor Daniëls lichamelijke reactie op de openbaring.
De vragen van Zacharias en Maria
Wat Zacharias betreft: hij werd niet stomgeslagen vanwege een normale menselijke reactie op hoge stressniveaus. Hij werd door Gabriël stomgeslagen in Lukas 1:19-20 (SV), waar staat:
En Zacharias zeide tot den engel: Waarbij zal ik dat weten? Want ik ben oud, en mijn vrouw is verre op haar dagen gekomen.
En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben Gabriël, die voor God sta, en ben uitgezonden, om tot u te spreken, en u deze dingen te verkondigen. En zie, gij zult zwijgen, en niet kunnen spreken, tot op den dag, dat deze dingen geschied zullen zijn; om dies wil, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt, welke vervuld zullen worden op hun tijd.
Dit roept de vraag op: waarom werd Zacharias stomgeslagen terwijl Maria dat niet werd? Wanneer we deze twee gebeurtenissen naast elkaar leggen, wordt duidelijk dat Gabriël Zacharias niet onrechtvaardig behandelde, maar precies handelde zoals de situatie vereiste.
Laten we de vragen van Zacharias en Maria naast elkaar bekijken. Zacharias vroeg in vers 18:
[…], Waarbij zal ik dat weten? Want ik ben oud, en mijn vrouw is verre op haar dagen gekomen.
Maria vroeg daarentegen in vers 34:
Hoe zal dat wezen,” […], “dewijl ik geen man bekenne?
Er is een subtiel maar belangrijk verschil tussen de twee. Zacharias vroeg Gabriël in wezen: Hoe kan ik u vertrouwen? Zijn enige basis voor twijfel was de hoge leeftijd van hemzelf en zijn vrouw. Eerder in de Bijbel zien we dat Sara (de vrouw van Abraham) op hoge leeftijd eveneens een kind kreeg. Zacharias zou deze geschiedenis hebben gekend en had zich er dus van bewust moeten zijn dat God in staat was zulke dingen te doen. Hij stelde Gabriël een vraag vanuit wantrouwen en twijfel.
Maria vroeg daarentegen hoe het mogelijk was, aangezien zij een maagd was. Wat Gabriël tegen haar zei moet verwarrend voor haar zijn geweest, aangezien zij nooit met een man had geslapen. Hoe kon zij een kind baren? Nadat het haar was uitgelegd, aanvaardde zij wat de Heere zei zonder verdere vragen.
Zacharias kende het verhaal van Abraham – de meeste Israëlieten zouden dit destijds waarschijnlijk hebben gekend, aangezien de Joden uit Abraham zijn voortgekomen – terwijl er in de Joodse geschiedenis nooit eerder een geval was geweest waarin een maagd zwanger werd.
Een ander punt dat in overweging moet worden genomen, is dat Zacharias voor een kind had gebeden, wat Maria niet had gedaan. En toen Zacharias vervolgens te horen kreeg dat hij het kind zou krijgen waarvoor hij had gebeden, twijfelde hij aan juist deze verkondiging!
Ook de locatie speelde een belangrijke rol. Zacharias bevond zich in de tempel, het huis van de Heere, terwijl Maria in Nazareth was – waar de tempel niet stond. Zacharias werd, terwijl hij in het huis van God was, benaderd door een boodschapper van God en stelde toch de boodschap ter discussie, terwijl alleen de locatie al duidelijk had moeten maken dat deze van God kwam, aangezien de tempel heilig was.
Ten slotte zien we hoe de Heere naar mensen kijkt in 1 Samuël 16:7 (SV):
Doch de HEERE zeide tot Samuël: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.
God kijkt niet naar wat aan de buitenkant is, maar naar wat vanbinnen is. Hij kon de innerlijke gedachten van Zacharias zien en ook die van Maria. Hij wist waar hun vragen vandaan kwamen en Gabriël mocht reageren overeenkomstig wat in hun harten te zien was.
Mohammed en de drievoudige omhelzing
Bij Mohammed lopen we tegen een muur aan. Om te beginnen is de Koran zeer onduidelijk over wat er precies tussen hem en Jibra’il gebeurde. Er is een groot debat over de vraag of Jibra’il hem wurgde, hem stevig omhelsde zodat hij zou weten dat wat hij zag waar was, of lichamelijk wijsheid in hem drukte.
De eerste opvatting wordt doorgaans door niet-moslims aangehangen, terwijl de andere opvattingen binnen de moslimgemeenschap worden verdedigd. Daarbij moet worden opgemerkt dat er onder moslims veel discussie over dit onderwerp bestaat, hoewel zij allemaal concluderen dat Allah het beste weet en dat het dus ten goede was.
Aandringen op wijsheid
Wanneer we naar deze verschillende verklaringen kijken, komt het velen nogal vreemd voor. Waarom had Gabriël, als hij in het boek Daniël – door moslims Daniyal genoemd en door hen aanvaard als een rechtvaardig persoon en profeet – en in het evangelie van Lukas (onderdeel van de Injil) de mensen met wie hij sprak niet lichamelijk hoeven aanraken om hen iets te laten onthouden, dat bij Mohammed wel nodig?
Natuurlijk raakte hij Daniël aan, maar dat was om hem te aarden en te stabiliseren, niet om wijsheid in zijn borst te drukken.
Het lijkt erop dat Jibra’il, wanneer we naar Daniyal en de Injil kijken, in de tijd van Mohammed plotseling duidelijk moest maken dat de persoon aan wie hij verscheen niet hallucineerde door hem hard vast te drukken.
Waarom zou dat nodig zijn geweest terwijl hij daarvoor volkomen in staat was een boodschap over te brengen zonder de ontvangers te hoeven aanraken? Was Jibra’il zijn vermogen tot duidelijke spraak kwijtgeraakt? Was hij slechter geworden in communiceren?
Bovendien, waarom moest hij het drie keer doen? Hij was daar zogenaamd namens Allah. Als hij onder het gezag van Allah stond, zou Allah hem dan niet voldoende macht hebben gegeven zodat hij Mohammed slechts één keer hoefde vast te drukken om hem wijsheid te laten verkrijgen?
Wanneer we deze handelwijze vergelijken met eerdere verschijningen van Gabriël, lijkt het alsof we met een geheel ander persoon te maken hebben. Niet alleen vanwege de lichamelijke interactie waarbij hij wijsheid in Mohammeds borst drukte, maar ook vanwege zijn algemene handelen, hoewel ik daar iets later op zal focussen.
Aandringen op herinnering
Als we rekening houden met het feit dat moslims hierover verschillende opvattingen hebben, laten we dan naar een andere interpretatie van de tekst kijken, namelijk dat Jibra’il Mohammed stevig vastdrukte zodat Mohammed zich zou herinneren wat er was gebeurd en zou weten dat wat hij zag waar was en niet zomaar een koortsdroom.
Opnieuw lijkt dit, net als bij de bovenstaande interpretatie, in strijd te zijn met wie Gabriël in de Bijbel is. Maria was volkomen in staat zich te herinneren dat zij de Zoon van de Allerhoogste zou baren; Zacharias zou niet gemakkelijk vergeten dat zijn oude vrouw een zoon zou baren die zij Johannes moesten noemen, op wie de Heilige Geest zou zijn, en ten slotte was Daniël daar eveneens toe in staat: hij was in staat te onthouden wat hij hoorde en zag en had het zelfs opgeschreven in het boek Daniël!
Ze hoefden niet drie keer agressief omhelsd te worden om dit te onthouden: het zien van een engel was op zichzelf al opmerkelijk genoeg om te onthouden dat het gebeurd was. Het was niet alsof ze hun huissleutels op het dressoir hadden gelegd. Ze zagen een machtige engel. Hij was zo angstaanjagend om te zien dat ze allemaal bevreesd werden. Een engel zien is niet hetzelfde als je sleutels op je dressoir leggen; het is een veel aangrijpender moment dat je niet zomaar vergeet.
Omdat de bovenstaande twee verklaringen in strijd zijn met het karakter van Gabriël uit de Injil en het boek Daniyal, blijft de laatste mogelijkheid over: wurging. Dit wordt door veel niet-moslims geloofd, die denken dat Jibra’il Mohammed wurgde. Dit lijkt echter werkelijk onlogisch, aangezien dit karakter nog verder verwijderd is van de Gabriël uit de Bijbel dan ooit tevoren.
Dat is nu precies het punt
Veel niet-moslims denken niet dat Jibra’il in werkelijkheid Gabriël uit de Bijbel was, maar eerder een demon of de duivel zelf die zich voordeed als een engel. Dit is verreweg de meest logische en gemakkelijkst te onderbouwen bewering. Om dit echter te begrijpen, moeten we eerst kijken naar het algemene gedrag van zowel Gabriël als Jibra’il, en niet alleen naar de lichamelijke gevolgen van hun verschijning voor de mensheid.
Analyse van gedragspatronen
Wanneer we naar Gabriël en Jibra’il kijken, zien we een groot verschil tussen hun handelen en woorden, wat de bewering ondersteunt dat Jibra’il niet werkelijk Gabriël was, maar een geheel andere entiteit.
Begroeting en duidelijke communicatie
Laten we beginnen met te kijken naar de manier waarop Gabriël en Jibra’il de mensen begroeten aan wie zij verschijnen. Jibra’il verschijnt aan Mohammed en zegt: ‘Lees!’, terwijl Gabriël, wanneer hij in de Bijbel verschijnt, meer zegt dan slechts één woord:
Tegen Daniël sprak Gabriël en zei: Versta, gij mensenkind! want dit gezicht zal zijn tot den tijd van het einde.
Op dat moment dissocieerde Daniël van angst en Gabriël hielp hem weer overeind, waardoor hij hem hielp te staan. Daarna ging hij verder door uit te leggen wat hij aan Daniël zou gaan uitleggen:
Zie, ik zal u te kennen geven, wat er geschieden zal ten einde dezer gramschap: want ter bestemder tijd zal het einde zijn.
Gabriël maakte Daniël duidelijk wat er zou gaan gebeuren en nam de tijd om ervoor te zorgen dat Daniël zou begrijpen wat voor uitleg er zou volgen. Hij gaf Daniël geen bevelen, maar sprak met hem zoals de ene mens met de andere zou spreken en legde zijn boodschap duidelijk uit.
Toen Gabriël aan Zacharias verscheen, werd deze bang, maar Gabriël stelde hem gerust en zei:
Vrees niet, Zacharias! want uw gebed is verhoord […]
Gabriël stelde Zacharias gerust, die bang was geworden bij het zien van zo’n machtig en heilig wezen als Gabriël. Direct daarna legde hij uit waarom hij aanwezig was, net zoals hij bij Daniël had gedaan, en zorgde hij ervoor dat de ontvanger van zijn boodschap de inleiding kreeg, zodat hij wist wat hij kon verwachten. Pas nadat hij Zacharias had gerustgesteld en ervoor had gezorgd dat deze wist wat er aan de hand was, bracht hij zijn boodschap over.
Ten slotte hebben we Gabriëls verschijning aan Maria, de moeder van Jezus. Hij begroette haar en zei:
Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen.
Maria was, toen zij hem zag en hem naar haar hoorde verwijzen als begenadigd en gezegend, verward en bang. Opnieuw stelde Gabriël de persoon met wie hij sprak gerust door te zeggen:
Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden.
Daarna ging hij verder met het overbrengen van zijn boodschap, net zoals hij bij Zacharias had gedaan. Niet voordat hij de mensen die hij namens God moest spreken had begroet en niet voordat hij hen had gerustgesteld, ging Gabriël verder met zijn boodschap.
Aan de andere kant van het spectrum hebben we Jibra’il. Hij begroette Mohammed niet, hij sprak geen woorden van troost toen Mohammed bang was. Hij beval: Lees! Geen enkele keer gaf hij een inleiding op wat hij Mohammed zou vertellen en geen enkele keer stelde hij Mohammed gerust of legde hij uit waarom hij verscheen. Hij kwam, gaf een bevel en drukte Mohammed hard vast, waarbij hij elementaire fatsoenlijkheid volledig oversloeg.
Wederzijds respect, voortkomend uit dienstbaarheid
Waar Gabriël degenen met wie hij sprak op een juiste manier behandelde, behandelde Jibra’il Mohammed als een dienaar die aan elke gril van hem moest gehoorzamen. Afgezien van het feit dat Jibra’il nogal onbeleefd leek, moeten we hier ook vanuit het Bijbelse perspectief naar kijken, dat ons antwoorden geeft over de verhouding tussen de mensheid en de engelen.
In Hebreeën 1:14 (SV), waar de auteur met betrekking tot engelen de retorische vraag stelt:
Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen?
Het Griekse woord15 voor dienende – leitourgos (uitgesproken als: lay-tourg-os’) – betekende een aanbidder (van God) of een weldoener (van de mens). Dit betekent dat engelen, die volgens Hebreeën 1:14 dienende geesten zijn, God aanbidden en weldoeners van de mens zijn – dat wil zeggen iemand of iets dat hulp of voordeel biedt.
Wanneer we naar Gabriël kijken, zien we deze definitie terug. Als dienende geesten dienen engelen de mensheid op verschillende manieren: zij worden door God gezonden om gebeden te beantwoorden, zoals Gabriël toen hij naar Zacharias kwam en zijn gebeden en die van zijn vrouw beantwoordde. Soms worden engelen gestuurd om profeten te helpen hun visioenen te begrijpen, zoals bij Daniël. Andere keren worden zij gestuurd om mensen een boodschap van God te brengen, zoals toen Gabriël aan Maria verscheen.
Door dit alles heen zien we bij Gabriël en andere engelen die in de Bijbel verschijnen dat er wederzijds respect is tussen de engel en de mens met wie hij omgaat. De engelen helpen mensen en de mensen tonen op hun beurt respect voor degenen die hen dienen, aangezien degenen die dienen groot zullen zijn in het Koninkrijk van God. Zoals staat in Mattheüs 20:26-27 (SV):
[…] maar zo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar; En zo wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij uw dienstknecht.
Dit alles kunnen we in de Bijbel herkennen wanneer Gabriël met mensen communiceert. Hij respecteert hen en helpt hen, en zij tonen op hun beurt ook eerbied voor hem. Wanneer we echter naar Jibra’il kijken, wordt dit patroon abrupt doorbroken.
Hij begroet Mohammed niet. Hij legt zijn aanwezigheid niet uit. Hij gebruikt één woord, een bevel: ‘Reciteer’ of ‘Lees’ (afhankelijk van hoe het wordt vertaald). Mohammed wordt, in plaats van door Jibra’il gerustgesteld te worden zoals Gabriël Maria, Zacharias en Daniël geruststelde, lichamelijk hard vastgedrukt. Hoewel het onduidelijk is wat dit vastdrukken precies inhield, is het duidelijk dat Mohammed er geen plezier aan beleefde. Mohammed werd na het visioen niet gerustgesteld en wist zelfs niet welke boodschap Jibra’il eigenlijk overbracht. Hij was alleen maar doodsbang.
Jibra’il helpt Mohammed niet en Mohammed kijkt niet naar Gabriël als naar een wonderbaarlijk wezen dat door God naar hem was gezonden, zoals Maria, Zacharias en Daniël naar hem keken. Het enige wat hij voelt wanneer hij oog in oog met Jibra’il staat, is een zeer gerechtvaardigd gevoel van angst, waarvoor hem nooit enige geruststelling wordt geboden.
Gods heraut
Het Hebreeuwse woord voor engel is ‘Malach’, wat boodschapper betekent. Zoals we in het geval van Gabriël hebben gezien, diende hij ook de mensheid door boodschappen van God aan hen over te brengen. Zoals Psalm 103:20 (SV) zegt:
Looft den HEERE, Zijn engelen! gij krachtige helden, die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem Zijns woords.
Door de geschiedenis heen is aanvaard dat boodschappers degene vertegenwoordigen die hen zendt, aangezien het diens woord is dat zij aan anderen overbrengen. Dit betekent dat engelen God vertegenwoordigen wanneer zij boodschappen aan mensen overbrengen. Gabriël vertegenwoordigde God daarom toen hij Maria, Zacharias en Daniël de boodschappen vertelde die God voor hen had.
Als vertegenwoordiger van God zou hij moeten handelen zoals God het wil. Dit betekent dat de engel er bij alles wat hij doet voor moet zorgen dat God met deze handeling zou instemmen. Wanneer we kijken naar alles wat Gabriël doet, kunnen we er geen fout in vinden, want hij vertegenwoordigt God en doet wat God wil.
Wanneer we naar Jibra’il kijken, handelt hij op een manier waarmee de God van de Bijbel niet zou instemmen. God zou degenen voor wie Hij een hoopvolle boodschap heeft geen pijn doen. Heeft Gabriël Maria tegen een muur geslagen zodat ze zou onthouden wat haar was verteld? Heeft hij Zacharias gewurgd om hem wijsheid te geven? Heeft hij Daniël geschopt toen hij al flauwgevallen was van angst?
Natuurlijk deed hij dat niet, want hij handelde zoals God wilde dat hij zou handelen. Jibra’il handelde daarentegen helemaal niet zoals God zou willen dat hij handelde.
Jibra’il: vijand van God
Nu is het eindelijk tijd om te kijken naar alles wat Jibra’il deed en zei, dit te vergelijken met wat we over God weten en te onderscheiden of deze bijzondere openbaring werkelijk afkomstig was van de God die wij kennen uit het Oude en Nieuwe Testament.
Alleen als alles wat Jibra’il deed overeenkomt met wat God van hem gewild zou hebben, kunnen we zeggen dat hij inderdaad door God was gezonden. Als wat hij deed Gods eigen handelen of woorden niet weerspiegelt, kan er geen andere conclusie zijn dan dat Jibra’il niet in opdracht van God handelde, maar een boodschapper was van een geheel ander wezen.
We hebben gekeken naar het verschil tussen Gabriëls begroeting en communicatie met degenen die hij bezocht en die van Jibra’il. Waar Gabriël ervoor zorgde degenen die bang waren bij het zien van hem gerust te stellen, deed Jibra’il dat niet. Waar Gabriël vanaf het begin duidelijk maakte waarom hij aan Maria, Zacharias en Daniël verscheen, had Jibra’il dergelijke scrupules niet. Waar Gabriël de mensen met wie hij omging met respect behandelde, behandelde Jibra’il Mohammed als iemand aan wie hij alles kon bevelen.
Gabriël nam de tijd om dingen uit te leggen, terwijl Jibra’il hetzelfde woord drie keer herhaalde: ‘Lees’ of ‘Reciteer’. Waar Gabriël, toen Maria vroeg hoe zij zwanger kon worden, het haar uitlegde, drukte Jibra’il Mohammed hard vast toen hij antwoordde dat hij niet kon lezen.
Waar Gabriël verscheen als een machtig wezen dat degenen die hem zagen angst inboezemde, maar die angst snel wegnam door hen gerust te stellen, boezemde Jibra’il Mohammed angst in en deed niets om hem gerust te stellen. Gabriël handelde uit liefde. Jibra’il leek uit kwaadwilligheid te handelen.
Wanneer we deze twee vergelijken, zien we een groot verschil. Gabriël handelde uit liefde. Hij maakte duidelijk wat hij meedeelde. Hij stelde degenen die door hem bang werden gerust. Hij hielp Daniël toen deze te zwak was om te staan. Hij weerspiegelde God volmaakt in zijn verschijningen. Niet verrassend, aangezien hij volgens Lukas 1:19 (SV) voor God staat:
[…] Ik ben Gabriël, die voor God sta, en ben uitgezonden, om tot u te spreken,
Wanneer we ondertussen naar Jibra’il kijken, wordt duidelijk dat hij niet verder van Gods aanwezigheid verwijderd had kunnen zijn. Hij spreekt niet uit liefde tot Mohammed. Hij doet Mohammed pijn – welke verklaring er ook voor is, algemeen wordt aanvaard dat het hard vastdrukken van Mohammed door Jibra’il geen prettige ervaring voor hem was – en geeft hem slechts een bevel van één woord. Hij maakt pas helemaal aan het einde duidelijk waarom hij daar is. Hij neemt Mohammeds angsten niet weg, maar speelt erop in door hem vast te drukken. In al zijn handelingen weerspiegelt hij geen enkele keer de God die hij zogenaamd dient.
Als Jibra’il een boodschapper van God was geweest, zou hij Hem hebben weerspiegeld. Jibra’il lijkt echter het absolute tegenovergestelde van God te weerspiegelen.
Om te beoordelen of een bijzondere openbaring van God afkomstig is, moet de boodschapper degene weerspiegelen die hem heeft gezonden. Gabriël weerspiegelt God. Jibra’il weerspiegelt God niet.
De meest waarschijnlijke verklaring voor het handelen van Jibra’il, vergeleken met dat van Gabriël en van God, is daarom dat Jibra’il in werkelijkheid niet Gabriël uit het Oude en Nieuwe Testament was. Hij was zelfs geen engel. In 2 Korinthe 11:14-15 (SV) schrijft Paulus:
En het is geen wonder; want de satan zelf verandert zich in een engel des lichts. Zo is het dan niets groots, indien ook zijn dienaars zich veranderen, als waren zij dienaars der gerechtigheid; van welke het einde zal zijn naar hun werken.
Het lijkt mij, en vele anderen, dat Jibra’il een demon was, of Satan zelf, die naar Mohammed kwam om een vals geloof te scheppen. Hij deed zich voor als de God van wie Mohammed al had gehoord, zodat de woorden van Jibra’il als waar zouden worden aanvaard.
Door dit te doen creëerde Jibra’il een religie die volledig tegengesteld is aan het christendom en het jodendom, waarbij hij velen van de ware God wegleidde en hen ervan overtuigde een valse god genaamd Allah te dienen, die het exacte tegenovergestelde is van de God van de Bijbel.
Een islamitisch dilemma
Men zou denken dat mijn punt nu gemaakt is. Door Jibra’il te vergelijken met de Schrift, die moslims als waar aanvaarden, heb ik een onweerlegbaar argument neergelegd. Helaas is die aanname onjuist.
Wanneer ik wijs op Bijbelgedeelten die bepaalde onderwerpen in de Koran weerleggen, wijzen veel moslims erop dat de Bijbel die wij tegenwoordig hebben niet langer betrouwbaar is, omdat hij in de loop van de tijd enorm is gecorrumpeerd.
Zij beweren dat de Bijbel eeuwenlang mondeling werd doorgegeven voordat hij tijdens of na de Babylonische ballingschap uiteindelijk op schrift werd gesteld. Daarom zouden de eerdere geschriften zijn gecorrumpeerd omdat mensen zich dingen verkeerd herinnerden. Later werden de evangeliën – of de Injil zoals moslims ze noemen – vele malen gekopieerd, wat tot veel fouten zou hebben geleid. Daarom zou wat de Bijbel bijvoorbeeld over Gabriël zegt niet langer correct zijn, omdat de oorspronkelijke betekenis verloren is gegaan door vertalingen en gebrekkige kopieën.
Allereerst wil ik erop wijzen dat er twee verschillende opvattingen bestaan over wanneer de Bijbel op papier/papyrus/lemen tabletten werd gezet. Waar de moslims hier naar verwijzen is de JEDP-theorie, die door veel christelijke geleerden wordt aanvaard. De JEDP-theorie – ook wel de Documentaire Hypothese genoemd – stelt dat de Torah tijdens de Babylonische ballingschap door vijf verschillende auteurs werd geschreven. Volgens deze hypothese verzonnen zij een geschiedenis voor de Israëlieten om het moreel tijdens hun verblijf in Babylon te versterken. Deze theorie is al geruime tijd de algemene consensus onder geleerden.
Er is echter een ander standpunt dat men kan innemen: de Toledoth-theorie. Deze stelt dat de Torah vrij snel na de gebeurtenissen die zij beschrijft werd geschreven.
Deze theorie legt uit dat Genesis 1 tot en met Genesis 2:3 door God zijn geschreven. Dit wordt onderscheiden door het feit dat wanneer God wordt genoemd, Hij “Elohim” wordt genoemd. Na Genesis 2:3 wordt God aangeduid als ‘YHWH’, wat suggereert dat een andere auteur het schrijven van de geschiedenis van Genesis overnam. Daarna wordt telkens wanneer iemand sterft vermeld op welke leeftijd hij kinderen kreeg, hoe lang hij daarna bleef leven en hoe oud hij was toen hij stierf.
De Toledoth-theorie stelt dat iedere persoon over zijn eigen leven schreef en dat vervolgens een van zijn kinderen, na de dood van zijn ouders, het afsluitende gedeelte schreef (over hoe oud zij waren toen zij kinderen kregen enzovoort) en daarna zijn eigen leven begon te beschrijven.
Als deze theorie juist is, werd de Bijbel (waarschijnlijk) vrij snel op lemen tabletten gezet en heeft Mozes de zorgvuldig doorgegeven stukken Schrift slechts samengevoegd.
Als we naar het fysieke bewijs kijken, hebben we de Ketef Hinnom-rollen, die in 1980 werden ontdekt in het zuidwesten van Jeruzalem tijdens een opgraving onder leiding van prof. Gabriel Barkay. Toen conservatoren van het Israel Museum de metalen rollen openden, vonden zij daarin verzen uit de Torah. Deze passages zijn tegenwoordig bekend als Numeri 6 en Deuteronomium 7.
Deze verzen kwamen perfect overeen met de Hebreeuwse Torah en waren vrijwel identiek wat betreft woordkeus, grammatica, interpunctie en formulering van de zinnen. De rollen werden op basis van het schrift dat erop stond en de artefacten die eromheen werden gevonden gedateerd op het einde van de zevende/begin van de zesde eeuw v.Chr., waardoor ze de oudste bewaard gebleven teksten uit de Bijbel zijn en dateren van VOOR de Babylonische ballingschap.
Hoe was het mogelijk dat datgene wat mondeling was doorgegeven en nooit vóór of tijdens de Babylonische ballingschap was opgeschreven, werd gevonden en gedateerd op een tijd van vóór die ballingschap? Simpel gezegd: omdat de Torah niet tijdens of na de Babylonische ballingschap werd geschreven, maar rond de tijd waarin deze gebeurtenissen plaatsvonden. Dit weerlegt al de islamitische bewering dat er fouten in de Bijbel zouden zijn ontstaan doordat deze mondeling werd doorgegeven.
Een ander punt dat moet worden genoemd zijn de Dode Zeerollen. Zij komen vrijwel perfect overeen met de Bijbel van vandaag en bewijzen dat de Bijbelse teksten niet door slechte kopieerfouten zijn veranderd, maar in wezen door de eeuwen heen hetzelfde zijn gebleven.
Wat fouten betreft, moeten we ook naar de Koran kijken, die aanvankelijk mondeling werd doorgegeven, hoewel dit mensen er niet van weerhield hem ook op schrift te stellen. Veertig jaar na de eerste Wahi werden de teksten uiteindelijk verzameld en in één vorm van de Koran samengebracht. Er waren echter zeven sterk verschillende versies van de Koran, waaruit stukken werden gekozen. Wanneer we hiernaar kijken, lijkt het erop dat de Koran misschien wel onbetrouwbaarder is dan de Bijbel ooit zou kunnen zijn.
Bovendien moeten we, als de Koran het woord van Allah is en waar is, ook kijken naar wat hij over de Bijbel zegt. Eén tekst springt daarbij bijzonder in het oog, namelijk Koran 6:115, waar staat:
En het Woord van jouw Heer is tot voltooiing gekomen in waarachtigheid en rechtvaardigheid. Niemand kan Zijn Woorden veranderen. En Hij is de Alhorende, de Alwetende.
Moslims geloven dat de oorspronkelijke Tawrat, Zabur en Injil het Woord van God waren. Hoe kunnen zij dan beweren dat dit in de loop der jaren is gecorrumpeerd als hun eigen Koran precies het tegenovergestelde zegt?
Want als zij beweren dat de Bijbel is gecorrumpeerd, zeggen zij in wezen dat de Koran ongelijk heeft, en als zij zeggen dat de Bijbel niet is gecorrumpeerd, zeggen zij nog steeds dat de Koran niet waar is, aangezien de Bijbel hem op veel verschillende onderwerpen weerlegt. Zo hebben zij voor zichzelf een eindeloze lus gecreëerd waarin de conclusie altijd zal zijn dat de Bijbel waar is en de Koran onwaar.
Dit argument – dat de Bijbel is gecorrumpeerd en daarom niet langer als betrouwbare informatiebron kan worden gebruikt – is daarom ongeldig en wordt weerlegd door de Koran van de moslims.
Conclusie
Om te bepalen of een bijzondere openbaring van God afkomstig is, moeten we kijken of deze overeenkomt met wat God in het verleden heeft gedaan en met wat Gods Woord erover zegt. We moeten kijken naar de boodschapper, in ons geval de engel Gabriël en het wezen Jibra’il, en hun taak en positie in overweging nemen.
Engelen zijn aanbidders en boodschappers van God, die Hem die hen zendt volmaakt vertegenwoordigen, en dienen de mensheid door hen te helpen wanneer zij vallen en uit te leggen wat nadere toelichting nodig heeft, waarbij zij altijd handelen vanuit de liefde die men in God kan zien. Gabriël belichaamt deze definitie volmaakt, Jibra’il niet. Daarom kan Jibra’il onmogelijk een boodschapper van God of een engel zijn. Jibra’il werd niet door God naar Mohammed gezonden en was daar uit eigen beweging (als de duivel) of op bevel van de duivel (als demon).
Het geloof dat moslims aanhangen is vals, voortkomend uit een boodschap die werd gebracht door iemand die Mohammed niet liefhad en niet om hem gaf. Het kwam voort uit een diepe haat tegen de mensheid die de duivel en zijn demonen bezitten.
Wanneer we naar bijzondere openbaringen kijken, moeten we altijd onthouden dat we deze moeten vergelijken met de bron van waarheid, namelijk Gods Woord, zoals dat in de Bijbel te vinden is. Als zij niet goed met elkaar overeenkomen, is datgene wat geopenbaard is niet van God. Dit geldt niet alleen voor bijzondere openbaringen die religies zoals de islam in gang hebben gezet, maar ook voor bijzondere openbaringen die mensen beweren in het dagelijks leven te hebben ervaren. Zoals Paulus zegt in 1 Thessalonicenzen 5:21-22 (SV):
Beproeft alle dingen; behoudt het goede. Onthoudt u van allen schijn des kwaads.
Bijlage A: Sahih Muslim 160a, Boek 1, Hadith 308
A’isha, de vrouw van de Boodschapper van Allah (ﷺ), rapporteerde:
De eerste (vorm) waarmee de openbaring aan de Boodschapper van Allah begon, was het ware visioen in de slaap. En hij zag geen visioen of het kwam als de heldere glans van de dageraad. Vanaf dat moment werd afzondering hem dierbaar en trok hij zich terug in de grot van Hira’, waar hij zich bezighield met tahannuth (en dat is een vorm van aanbidding gedurende een aantal nachten) voordat hij terugkeerde naar zijn familie en opnieuw proviand voor dit doel haalde. Vervolgens keerde hij terug naar Khadija en nam proviand mee voor eenzelfde periode, totdat de Waarheid tot hem kwam terwijl hij in de grot van Hira’ was. De engel kwam tot hem en zei: Reciteer, waarop hij antwoordde: Ik kan niet lezen. Hij greep mij vast [zei de Boodschapper] en drukte mij tegen zich aan, totdat ik stevig onder druk werd gezet; daarna liet hij mij los en zei: Reciteer. Ik zei: Ik kan niet lezen. Vervolgens greep hij mij opnieuw vast en drukte mij voor de tweede keer totdat ik stevig onder druk werd gezet, en daarna liet hij mij los en zei: Reciteer, waarop ik antwoordde: Ik kan niet lezen. Hij greep mij vast en drukte mij voor de derde keer totdat ik stevig onder druk werd gezet en liet mij vervolgens gaan en zei: Reciteer in de naam van jouw Heer, Die heeft geschapen, Hij heeft de mens geschapen van een bloedklomp. Lees voor! En jouw Heer is de Meest Edele. Degene Die onderwezen heeft met de pen. Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist (de Koran, 96:1-4). Daarna keerde de Profeet hiermee terug, zijn hart beefde, en hij ging naar Khadija en zei: Bedek mij, bedek mij! En zij bedekten hem totdat de angst van hem was geweken. Toen zei hij tegen Khadija: O Khadija! Wat is er met mij gebeurd? En hij vertelde haar wat er was gebeurd en zei: Ik vrees voor mijzelf. Zij antwoordde: Dat kan niet. Wees blij. Ik zweer bij Allah dat Hij je nooit zal vernederen. Bij Allah, jij onderhoudt familiebanden, spreekt de waarheid, draagt de lasten van mensen, helpt de behoeftigen, ontvangt gasten en helpt tegen de wisselvalligheden die mensen treffen. Khadija bracht hem vervolgens naar Waraqa b. Naufal b. Asad b. ‘Abd al-‘Uzza, en hij was de zoon van Khadija’s oom, dat wil zeggen de broer van haar vader. Hij was de man die zich in de Tijd van Onwetendheid (dat wil zeggen vóór de islam) tot het christendom had bekeerd en hij placht boeken in het Arabisch te schrijven en schreef daarom de Injil in het Arabisch, zoals God wilde dat hij die schreef. Hij was zeer oud en blind geworden. Khadija zei tegen hem: O oom! Luister naar de zoon van je broer. Waraqa b. Naufal zei: O mijn neef! Wat heb je gezien? De Boodschapper van Allah (ﷺ) vertelde hem vervolgens wat hij had gezien en Waraqa zei tegen hem: Het is de namus die God naar Musa heeft neergezonden. Was ik toen maar een jonge man. Was ik maar in leven wanneer jouw volk je zal verdrijven! De Boodschapper van Allah (ﷺ) zei: Zullen zij mij verdrijven? Waraqa zei: Ja. Nooit is er een man gekomen met iets als wat jij hebt gebracht zonder vijandigheid te ontmoeten. Als ik jouw dag meemaak, zal ik je van ganser harte helpen.
Bijlage B: Bibliografie
Anonymous Christian Missionary amongst Muslims (4th of October, 2020) De Koran getuigt dat de Bijbel het Woord van God is. Geraadpleegd op 29th of July 2026, via: https://nocousinsleft.com/2020/10/04/the-quran-testifies-that-the-bible-is-the-word-of-god/
Armstrong Institute Staff (24 juni 2018) Ketef Hinnom-rollen. Geraadpleegd op 4 augustus 2026, via: https://armstronginstitute.org/45-ketef-hinnom-scrolls
Bible Hub (z.d.) Waarom was Daniël onwel na zijn visioen? Geraadpleegd op 31 juli 2026, via: https://biblehub.com/q/Why_was_Daniel_unwell_after_his_vision.htm
Bible Hub (z.d.) 3011. leitourgus. Geraadpleegd op 4 augustus 2026, via: https://biblehub.com/greek/3011.htm
Cleveland Clinic (6 juni 2022) Parasympathisch zenuwstelsel (PSNS). Geraadpleegd op 31 juli 2026, via: https://my.clevelandclinic.org/health/body/23266-parasympathetic-nervous-system-psns
de Clairvaux, H. (21 januari 2025) Wie is de aartsengel Gabriël? De goddelijke boodschapper en heraut van de Annunciatie. Geraadpleegd op 4 augustus 2026, via: https://jesuschrist.pictures/blog/archangel-gabriel-divine-messages/?srsltid=AfmBOoqCpYPhfG4_oWuWAq7Grb2g-3d0OOpYKkCcSqdKBaWFdUVIQqVG
Ehrman, B. D. (2 mei 2017) Is de Bijbel veranderd? Een vooraanstaande geleerde legt het uit. Geraadpleegd op 4 augustus 2026, via: https://aboutislam.net/reading-islam/understanding-islam/was-the-bible-changed-a-distinguished-bible-scholar-explains/
Groseclose, W. (21 april 2008) Vormen van bijzondere openbaring. Geraadpleegd op 29 juli 2026, via: https://preacherwin.com/2008/04/21/forms-of-special-revelation/
Got Questions (z.d.) Op welke manieren verschillen engelen en mensen? Geraadpleegd op 29 juli 2026, via: https://www.gotquestions.org/angels-humans-different.html
Got Questions (z.d.) Wat is de documentaire hypothese? Geraadpleegd op 28 augustus 2026, via: https://www.gotquestions.org/documentary-hypothesis.html
Got Questions (z.d.) Wat is het doel van engelen? Geraadpleegd op 4 augustus 2026, via: https://www.gotquestions.org/purpose-of-angels.html
Gravitter, K. (11 mei 2025) De Bijbel was niet altijd wat hij nu is: een tijdlijn van veranderingen door de geschiedenis heen. Geraadpleegd op 4 augustus 2026, via: https://medium.com/@gravitterkaya/the-bible-was-not-always-what-it-is-a-timeline-of-changes-through-history-08f306f7fde7
International Fellowship of Christians and Jews (2023) Een boodschap van een engel. Geraadpleegd op 4 augustus 2026, via: https://www.youtube.com/watch?v=pODCevTSXNQ
Kosloski, P. (13 juli 2022, bijgewerkt op 19 maart 2025) Hoe vaak verschijnt Gabriël in de Bijbel? Geraadpleegd op 29 juli 2026, via: https://aleteia.org/2022/07/13/how-many-times-does-gabriel-appear-in-the-bible/
Kozlowska, K. et al. (8 juli 2015) Angst en de Defense Cascade: klinische implicaties en behandeling. Geraadpleegd op 31 juli 2026, via: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4495877/
Longacre, D. (29 april 2023) Is het Nieuwe Testament geschreven in het Hebreeuws, Aramees of Grieks? Geraadpleegd op 4 augustus 2026, via: https://www.logos.com/grow/min-was-the-new-testament-written-in-hebrew-aramaic-or-greek/
Leithart, P. (5 september 2017) Toledoth en de structuur van Genesis. Geraadpleegd op 4 augustus 2026, via: https://theopolisinstitute.com/toledoth-and-the-structure-of-genesis/
Meyers, A. (3 februari 2020) DE BIJBEL IS VERANDERD: HOE TE REAGEREN OP ONZE MOSLIMVRIENDEN. Geraadpleegd op 4 augustus 2026, via: https://www.everywhere2everywhere.org/articles/the-bible-has-been-changed-how-to-respond-to-our-muslim-friends
Nelson (2021) Wat betekent het dat engelen dienende geesten zijn? | GotQuestions.org. Geraadpleegd op 4 augustus 2026, via: https://www.youtube.com/watch?v=hS86LUErW1A
Omar, A. R. (1990) IBN HAZM OVER DE LEER VAN TAHRÍF. Geraadpleegd op 29 juli 2026, via: https://open.uct.ac.za/server/api/core/bitstreams/0cd80963-75fe-4501-990d-c950928458f2/content
Rahman, M. (september 2025) De aard van Wahi in de islam en het jodendom: een vergelijkende bespreking. Geraadpleegd op 29 juli 2026, via: https://www.researchgate.net/publication/395872336_The_Nature_of_Wahi_in_Islam_and_Judaism_A_Comparative_Review
Storms, S. (6 januari 2020) Dromen, visioenen, verschijningen van engelen en openbaring. Geraadpleegd op 29 juli 2026, via: https://www.samstorms.org/enjoying-god-blog/post/dreams-visions-angelic-visitations-and-revelation
Shah, Z. H. (17 augustus 2025) De Koranische Injil en de evangeliën van het Nieuwe Testament – een historische, filosofische en theologische bespreking. Geraadpleegd op 29 juli 2026, via: https://thequran.love/2025/08/17/the-quranic-injil-and-the-new-testament-gospels-a-historical-philosophical-theological-commentary/
TrueTube (18 januari 2017) Hoe de islam begon – in tien minuten. Geraadpleegd op 28 juli 2026, via: https://www.youtube.com/watch?v=PDxKxnVZtgo
Von Denffer, A. (z.d.) Hoe de openbaring tot de profeet Mohammed kwam. Geraadpleegd op 28 juli 2026, via: https://islamonline.net/en/how-the-revelation-came-to-prophet-muhammad/
Voetnoten
1. Ook door de islam aangeduid als de Tawrat (wat verwijst naar de wetboeken, de eerste vijf boeken van het Oude Testament in de Bijbel) en de Zabur (wat verwijst naar de Psalmen).
2. Die zij de Injil noemen. Alternatieve spellingen: Injīl; Insjeel en Injeel
3. Zoals beschreven in Sahih Muslim; Boek 1, Hadith 308, of hoofdstuk 73. De volledige tekst is te vinden in Bijlage A. Omwille van de leesbaarheid heb ik het hier samengevat.
4. Betekenis: de god of heer
5. Arabisch voor ‘Openbaring’. Alternatieve spellingen: Wahee; Wahy
6. Arabische naam voor de engel Gabriël uit de Bijbel
7. Betekenis: Nacht van de macht
8. Rechtstreeks citaat uit Sahih al-Bukhari: Boek 1, Hadith 308 (Engelse vertaling met Arabische vertaling ernaast)
9. Ibid
10. Arabisch woord voor de evangeliën zoals die in het Nieuwe Testament van de Bijbel worden gevonden (Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes)
11. Rechtstreeks citaat uit Sahih al-Bukhari: Boek 1, Hadith 308 (Engelse vertaling met Arabische vertaling ernaast)
12. Volgens een tijdlijn van de jonge aarde
13. K. Kozlowska, et al. Fear and Defence Cascade: Clinical Implications and Management
14. Hij, namelijk Gabriël
15. Veel geleerden geloven dat het nieuwtestamentische boek Hebreeën oorspronkelijk in het Grieks is geschreven.







