Apologeet.nl
Spreken in TongenWat zegt Paulus over tongentaal in 1 Korinthiërs 14
In sommige christelijke kringen wordt tongentaal niet alleen gewaardeerd, maar zelfs gezien als het hoogtepunt van de geestelijke gaven in de gemeente. Soms geldt het als een teken van geestelijke volwassenheid of diepte. Maar wanneer Paulus in 1 Korinthiërs 14 over tongentaal schrijft, lijkt hij zich juist zorgen te maken over het effect ervan — niet alleen op gelovigen, maar vooral op mensen die God nog niet kennen. Dat roept een ongemakkelijke vraag op: kan iets wat door christenen als een hoogtepunt wordt gezien, door Paulus juist als een probleem worden benaderd?
In deze studie willen we daarom geen discussie voeren, maar samen de tekst zelf lezen. We gaan 1 Korinthiërs 14 vers voor vers door en luisteren aandachtig naar wat Paulus werkelijk zegt, en niet naar wat wij misschien gewend zijn erin te horen. Juist in dat spanningsveld tussen overtuiging en Schrift wordt dit gedeelte verrassend scherp.
Voordat we verder gaan is één taalkundig punt belangrijk. In het Oudgrieks wordt het woord voor tongentaal aangeduid met de term γλώσσα (glōssa), wat eenvoudigweg ‘tong’ of ‘taal’ betekent. Het gaat dus om een gave van spreken in een andere taal die niet van tevoren geleerd is. Ondanks dat sommige stromingen dit uitleggen als een mystieke of hemelse taal, neigde de westerse kerk door de eeuwen heen — onder invloed van theologen zoals Thomas van Aquino — juist naar het verstaan van tongentaal als een echte, bestaande taal.
Vers 20 – houding vóór gaven
1 Korinthiërs 14:20
“Broeders, word geen kinderen in uw denken, maar wees kinderlijk in de slechtheid, en word in uw denken volwassen.”
Paulus begint opvallend genoeg niet bij tongentaal of profetie, maar bij het denken. Hij roept de gemeente op om volwassen te denken over geestelijke zaken. Daarmee zet hij meteen de toon voor alles wat volgt: geestelijke gaven moeten niet emotioneel of impulsief worden benaderd, maar met onderscheidingsvermogen.
Vers 21 – citaat uit het Oude Testament
1 Korinthiërs 14:21
“In de wet staat geschreven: Door mensen die een andere taal spreken, en door andere lippen zal Ik spreken tot dit volk, en ook dan zullen zij niet naar Mij luisteren, zegt de Heere.”
Paulus citeert hier Jesaja 28. Dat lijkt misschien een detail, maar dit vers zal straks beslissend blijken voor hoe we alles wat volgt moeten begrijpen. Dit Oudtestamentische citaat vormt de sleutel tot Paulus’ redenering.
Vers 22 – de opvallende uitspraak
1 Korinthiërs 14:22
“Zo zijn de andere talen dus tot een teken, niet voor hen die geloven, maar voor de ongelovigen, en zo is de profetie niet voor de ongelovigen, maar voor hen die geloven.”
Dit is een vers waar veel mensen blijven hangen, omdat het bijna tegenstrijdig klinkt. Tongentaal als teken voor ongelovigen — maar wat voor teken dan? Die vraag houden we vast, want Paulus zal die zelf beantwoorden in de verzen die volgen.
Vers 23 – de praktijk in de samenkomst
1 Korinthiërs 14:23
“Als nu de hele gemeente samen zou komen, en allen spraken in andere talen, en er kwamen niet-ingewijden of ongelovigen binnen, zouden zij dan niet zeggen dat u buiten zinnen bent?”
Hier wordt Paulus ineens heel praktisch. Hij denkt expliciet aan ongelovigen die een samenkomst binnenlopen. Zijn conclusie is duidelijk: zij zijn niet onder de indruk, maar raken juist vervreemd. In plaats van aangetrokken te worden, denken zij dat de gemeente buiten zinnen is.
Vers 24–25 – het contrast met profetie
1 Korinthiërs 14:24–25
“Maar als allen zouden profeteren, en er kwam een ongelovige of niet-ingewijde binnen, dan zou die door allen overtuigd en door allen beoordeeld worden. En zo worden de verborgen dingen van zijn hart openbaar, en zo zal hij zich met het gezicht ter aarde werpen en God aanbidden, en verkondigen dat God werkelijk in uw midden is.”
Het contrast is scherp. Geen verwarring of afstand, maar overtuiging, aanbidding en erkenning. Profetie leidt ertoe dat de ongelovige erkent dat God werkelijk aanwezig is in de gemeente.
Terug naar het begin
Nu we de hele tekst vers voor vers hebben gelezen, kunnen we teruggaan naar de kernvraag: waarom haalt Paulus Jesaja aan, en wat bedoelt hij precies met tongentaal als teken? Zoals eerder gezegd, is dat Oudtestamentische citaat de sleutel tot dit gedeelte.
Jesaja 28 en het teken van oordeel
In Jesaja 28 spreekt God tot Israël. Hij had profeten gestuurd en herhaaldelijk gewaarschuwd, maar het volk luisterde niet. Daarom kondigt God aan dat Hij tot hen zal spreken door mensen met een andere taal. Dat gebeurde toen het Assyrische leger het land binnenviel. Hun vreemde, onverstaanbare taal was een teken — geen teken van zegen, maar van oordeel over een volk dat niet wilde luisteren.
Terug naar 1 Korinthiërs 14:22
Met die achtergrond keren we terug naar vers 22. Op het eerste gezicht lijkt Paulus zichzelf tegen te spreken, omdat tongentaal volgens vers 23 juist een afschrikkend effect heeft op ongelovigen. Maar Paulus gebruikt het woord ‘teken’ hier bewust in de lijn van Jesaja 28. Het gaat niet om een uitnodigend teken, maar om een bevestiging van ongeloof.
Tongentaal zonder uitleg zegt tegen de ongelovige niet: “God spreekt tot jou”, maar: “God spreekt, maar niet op een manier die jij begrijpt.” En daarom is het effect precies wat Paulus beschrijft: verwarring en afstand.
Hoe dit alles samenkomt
Wanneer we vers 22, 23 en 25 naast elkaar leggen, ontstaat er geen tegenstelling maar een duidelijke lijn. Tongentaal zonder uitleg leidt tot afstand, verwarring en afwijzing. Profetie daarentegen bestaat uit verstaanbare woorden die leiden tot overtuiging, aanbidding en erkenning dat God werkelijk aanwezig is.
Paulus is hierin volkomen consistent. Hij wil geen tekenen die mensen op afstand houden, maar woorden die harten openen.
Waarom tongentaal hier negatief uitwerkt
Wanneer de Korinthiërs blijven spreken in onverstaanbare tongen zonder uitleg, communiceren zij onbedoeld dat God niet helder spreekt, dat Hij op afstand blijft en dat de buitenstaander er eigenlijk niet bij hoort. Zo wordt tongentaal een negatief teken voor ongelovigen.
Waarom profetie het tegenovergestelde doet
Profetie is verstaanbaar, raakt het hart en legt verborgen dingen bloot. Daardoor zal de ongelovige God aanbidden en verkondigen dat God werkelijk in het midden van de gemeente is. Dat is het doel waar Paulus naar verlangt.
Betekent dit dat tongentaal verboden is?
Nee. Paulus verbiedt tongentaal niet, maar plaatst haar binnen duidelijke grenzen. Alles moet gebeuren tot opbouw. Luister naar wat hij zegt.
1 Korinthiërs 14:26
“Laat alles gebeuren tot opbouw.”
En dus:
“Als iemand in een andere taal spreekt, laat het dan door twee of hoogstens drie mensen gedaan worden… en laat één het uitleggen.”
En dan heel scherp:
“Maar als er geen uitlegger is, laat hij dan in de gemeente zwijgen.”
Afsluiting
Is tongentaal een goed teken? Volgens Paulus alleen wanneer het op de juiste manier wordt gebruikt. God wil Zich bekendmaken, niet verbergen of verwarren, maar spreken op een manier die verstaanbaar en opbouwend is. Alles wat in de samenkomst gebeurt, moet dat doel dienen.








