Apologeet.nl
Het ene teken dat laat zien dat iemand nooit opnieuw geboren isEr zijn veel mensen die denken dat ze gered zijn omdat ze naar de kerk gaan, ooit een gebed hebben uitgesproken of zichzelf christen noemen.
Maar de Bijbel stelt een veel diepere vraag: Is je hart werkelijk veranderd?
Want uiteindelijk gaat het niet om de vraag wat iemand zegt dat hij gelooft. Het gaat om de vraag wat God in een mens heeft gedaan.
In dit article wil ik kijken naar één kenmerk dat volgens de Schrift laat zien dat iemand Christus nog niet kent.
En misschien verrast het je. Want het is niet wat de meeste mensen denken. Het heeft niets te maken met hoe vaak iemand struikelt of hoeveel zonden iemand nog doet. Misschien zit jij hier nu wel en denk je: "Maar ik worstel juist met zonde. Betekent dat dan dat ik niet gered ben?" Nee! Maar daar komen we zo op terug.
Maar voordat we daar naartoe gaan, moeten we eerst begrijpen wat redding eigenlijk is.
De Bijbel leert dat een mens geestelijk dood is. Paulus schrijft in Efeziërs 2:1
Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden
Een dode kan zichzelf niet levend maken. Een dode kan geen eerste stap zetten richting God. Hij heeft leven nodig. Daarom is wedergeboorte volledig Gods werk.
En dit is ontzettend belangrijk. Want als redding volledig Gods werk is, dan heeft dat ook gevolgen voor hoe een gered mens eruitziet. Bewaar die gedachte even. Want straks komen we terug bij de vraag: waaraan kun je zien dat God werkelijk in iemand werkt?
Jezus zegt in Johannes 3:3 tegen Nicodemus:
Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.
Een christen is dus niet simpelweg iemand die betere keuzes is gaan maken. Nee. Hij heeft nieuw leven ontvangen. En waar nieuw leven is, ontstaat ook een nieuw verlangen. Dat brengt ons bij een belangrijk onderscheid dat vaak door elkaar wordt gehaald: rechtvaardiging en wedergeboorte.
Wanneer iemand gelooft, verklaart God hem rechtvaardig. Dat noemen we rechtvaardiging. Maar tegelijkertijd vernieuwt God ook zijn hart. Dat noemen we wedergeboorte.
Die belofte vinden we al in Ezechiël 36:26-27
Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven.
Houd dat nieuwe hart goed in gedachten. Want precies daar zit straks het antwoord op de vraag.
Die belofte vinden we niet bij een perfecte levenswandel. Niet bij iemand die nooit meer valt. Maar bij wat God van binnen heeft veranderd. Let eens op wat God in deze tekst níét zegt.
Hij zegt niet alleen dat Hij schuld vergeeft.
Hij zegt ook dat Hij het hart verandert.
Dat betekent overigens niet dat een christen ineens zonder zonde leeft. Integendeel. Paulus beschrijft juist een voortdurende strijd. In Romeinen 7 zien we dat hij nog steeds met de zonde worstelt.
En dit is belangrijk, want veel mensen verwarren de strijd tegen de zonde met een gebrek aan redding. Maar juist daarin zit een groot misverstand.
Misschien kijk jij naar je eigen leven en denk je: "Waarom worstel ik nog steeds? Waarom val ik steeds weer?" Maar de aanwezigheid van strijd betekent niet automatisch dat Gods Geest afwezig is. Paulus zegt in Romeinen 7:21
Ik ontdek dus deze wet in mij: dat, als ik het goede wil doen, het kwade dicht bij mij ligt.
Maar even later zegt hij in Romeinen 7:22 ook
Want naar de innerlijke mens verheug ik mij in de wet van God.
En daar zit precies het verschil. Niet dat Paulus geen strijd meer kent. Maar dat zijn diepste verlangen veranderd is. Dat is het werk van God in een mens.
Door de geschiedenis heen zijn christenen steeds weer in twee uitersten terechtgekomen. Het eerste uiterste zegt:
‘Je moet goede werken toevoegen om gered te worden.’
Dat ontkent de genade.
Het andere uiterste zegt:
‘Als je eenmaal gelooft, maakt het niet meer uit hoe je leeft.’
Dat ontkent juist de wedergeboorte.
De Bijbel leert geen van beide. Wij worden gered door geloof alleen. Maar het geloof dat redt, blijft nooit alleen.
Jakobus 2:17 zegt:
Zo is ook het geloof als het geen werken heeft, in zichzelf dood.
Jakobus zegt niet dat werken redden. Hij zegt dat levend geloof zichtbaar wordt.
Maar misschien vraag je je nu af: “Hoe ziet dat er dan concreet uit?” “Hoe kan ik het verschil zien tussen iemand die werkelijk opnieuw geboren is en iemand die dat niet is?” Dat is precies de vraag waar we naartoe werken.
Maar voordat we die beantwoorden, moeten we eerst nog een lastig Bijbelgedeelte bekijken. Want misschien denk je nu aan 1 Johannes 3. Dat gedeelte maakt veel gelovigen onzeker.
1 Johannes 3:6 zegt namelijk:
Ieder die in Hem blijft, zondigt niet; ieder die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend.
Betekent dat dan dat een christen nooit meer zondigt? Nee. Want dezelfde Johannes schrijft eerder in 1 Johannes 1:8
Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons.
Hij spreekt zichzelf dus niet tegen. In hoofdstuk 3 gaat het over een levenspatroon. Over iemand die de zonde bewust blijft beoefenen als levensstijl. Niet over een gelovige die struikelt. Maar over iemand die zich thuis voelt in de zonde.
En nu komen we heel dicht bij het antwoord.
Want het verschil tussen iemand die worstelt met zonde en iemand die de zonde liefheeft, raakt precies aan het kenmerk waar deze video over gaat.
Het gaat niet om de vraag: ‘Val jij nog wel eens?’
Het gaat om de vraag: ‘Waar verlangt jouw hart naar?’
Johannes 16:8 zegt
En als Die gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel
Met andere woorden: Wanneer de Heilige Geest in iemand woont, overtuigt Hij van zonde. Dat waren de woorden van Jezus Zelf! De Geest brengt verdriet over de zonde. Hij wekt verlangen naar heiligheid. Hij leert ons: “Abba, Vader” roepen, zoals Paulus schrijft in Romeinen 8:15
Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!
En Hij brengt de vrucht van de Geest voort, zoals we kunnen lezen in Galaten 5. Dat proces gaat langzaam. Soms heel langzaam. Soms met vallen en opstaan. Maar Hij werkt.
Laat dat even binnenkomen: Een echt christen is niet iemand die nooit meer strijd heeft. Een echt christen is iemand in wie God bezig is.
En daarom spreekt de Bijbel zo ernstig over een onberouwvol hart. Niet omdat iemand te veel gezondigd heeft. Maar omdat hij geen droefheid naar God kent. Geen verlangen naar bekering. Geen verlangen om Christus te volgen. Daarom spreekt Hebreeën over een hart dat verhard raakt. En daarom zegt Johannes dat iemand die de zonde liefheeft, God niet kent.
Maar misschien herken jij jezelf daar helemaal niet in. Misschien zit jij juist aan de andere kant. Misschien kijk je naar je eigen leven en denk je: “Waarom ben ik nog niet verder?” of “Waarom worstel ik nog steeds met dezelfde dingen?”
Je ziet nog zoveel zonde. Je baalt ervan. Je bidt ertegen. Je valt. En je staat weer op. Dan wil ik je juist bemoedigen. Want juist die strijd laat zien dat er iets veranderd is.
Een ongelovige kan soms ook spijt hebben. Maar vaak gaat die spijt over de gevolgen van de zonde.
Een gelovige heeft verdriet omdat zijn zonde God bedroeft. Dat is een wezenlijk verschil.
Misschien kijk je nu opnieuw naar jezelf en vraag je je af: “Ben ik wel echt gered?” Laat me je dit zeggen. Je zekerheid ligt uiteindelijk niet in de mate waarin jij veranderd bent. Je zekerheid ligt in Christus. De grond van je redding is niet jouw heiliging, maar Zijn volbrachte werk aan het kruis. Dat betekent niet dat heiliging onbelangrijk is. Integendeel. Wie werkelijk opnieuw geboren is, zal veranderen. Maar die verandering is niet de oorzaak van je redding. Het is de vrucht ervan. Het is het werk van de Heilige Geest in een hart dat God nieuw heeft gemaakt.
Probeer daarom niet rechtvaardig te leven om door God rechtvaardig verklaard te worden. Laat dat goed tot je doordringen. Je hoeft jezelf niet eerst te verbeteren voordat je naar Christus mag komen. Je hoeft niet eerst genoeg veranderd te zijn voordat God je wil aannemen. Kom tot Hem zoals je bent. Besef juist dat iedereen die zijn vertrouwen op Christus heeft gesteld, door God al rechtvaardig is verklaard.
Niet omdat hij zelf rechtvaardig is. Maar omdat Christus’ volmaakte gerechtigheid hem is toegerekend. En juist wanneer je steeds dieper gaat begrijpen wat Jezus voor jou heeft gedaan, zul je Hem steeds meer gaan liefhebben. Niet uit angst voor straf. Maar uit dankbaarheid. Niet om Gods liefde te verdienen. Maar omdat je die al ontvangen hebt.
Dat is het wonder van heiliging. De Heilige Geest vormt je stap voor stap steeds meer naar het beeld van Christus. Soms langzaam. Soms met veel strijd. Soms met vallen en opstaan.
Maar God laat het werk dat Hij begonnen is niet los.
Dus wat is nu het ernstige kenmerk dat de Schrift steeds weer noemt?
Niet dat iemand nog met zonde worstelt. Niet dat iemand soms struikelt. Niet dat iemand door een diep dal gaat.
Nee.
Het ernstige teken is dat iemand geen berouw kent. Geen verlangen heeft om van de zonde bevrijd te worden. En geen verlangen heeft om God na te volgen. Een hart dat zich thuis voelt in de zonde, zonder strijd, zonder overtuiging en zonder bekering, laat zien dat het werk van de Heilige Geest ontbreekt.
Maar als jij juist verlangt naar Christus… Als je verdriet hebt over je zonde… Als je verlangt om Hem meer lief te hebben en Hem te volgen, ook al schiet je zo vaak tekort… Kijk dan niet voortdurend naar jezelf.
Misschien vraag je jezelf wel af: “Hoor ik er wel bij?” “Ben ik misschien niet uitverkoren?”
Misschien is dat wel de diepste angst die sommige gelovigen kennen. Niet: “Wil ik Christus volgen?” Maar: “Wil Christus mij wel hebben?”
Maar denk eens na over wat er op dit moment in je hart gebeurt. Waar komt dat verlangen vandaan? Waar komt dat verdriet over de zonde vandaan? Waar komt dat verlangen vandaan om Christus te kennen? De Bijbel zegt dat de mens van nature God niet zoekt. En toch is er in jouw hart een verlangen naar Christus. Hoe kan dat?
Niet omdat jij uit jezelf geestelijk leven hebt voortgebracht. Niet omdat jij jezelf naar God toe hebt getrokken. Maar omdat God Zelf in je werkt.
Paulus zegt in Filippenzen 2:13
want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.
En in Romeinen 8 lazen we al dat het de Geest is Die ons doet roepen:
Abba, Vader.
Dus als jij verlangt naar Christus, ga dan niet zitten turen naar Gods verborgen raad. Blijf niet eindeloos zoeken naar een bewijs in jezelf dat je uitverkoren bent. God heeft ons niet geroepen om in Zijn verborgen besluiten te graven om zekerheid te vinden. Hij heeft ons geroepen om naar Christus te gaan.
De vraag in de Bijbel is niet: “Kan ik ontdekken of ik uitverkoren ben?”
De vraag is: “Kom ik tot Christus?”
Kijk naar Zijn geopenbaarde belofte. Christus zei in Johannes 6:37
en wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen.
Richt daarom je ogen niet op de vraag of je uitverkoren bent. Richt ze op Christus. Hij nodigt zondaren uit om tot Hem te komen. En niemand die tot Hem komt, wordt door Hem afgewezen. Kijk daarom naar Christus.
Misschien zie je nog zoveel zonde in je eigen leven dat je denkt: “Hoe kan God mij nog aannemen?” Dan mag je weten dat jouw hoop niet ligt in de mate waarin jij al veranderd bent.
Jouw hoop ligt in de volkomen genoegzaamheid van Christus. Hoe diep je zonde ook is, Gods genade in Christus is nog groter. Daarom hoef je niet eerst jezelf op te knappen voordat je tot Hem komt. Kom juist met je zonde naar Hem. Hij rechtvaardigt goddelozen die op Hem vertrouwen. En Hij vernieuwt hen vervolgens door Zijn Geest.
Hij is niet alleen een Redder van mensen die zichzelf bijna hebben verbeterd.









