Apologeet.nl

De wereld kan wel wat apologeten gebruiken

De Eindtijd

Apologeet.nl

De Eindtijd



Deel 1: Tussen nu en de eeuwigheid

Wat voor zin heeft het om na te denken over wat komen gaat?

Wat voor zin heeft het om na te denken over wat komen gaat?
Je bent voorbereid op wat komen gaat!
Vergelijk het maar met een examen.
Een examen moet je leren, voor een oorlog moet je oefenen in het vechten.

De gebeurtenissen in de juiste volgorde weergegeven:

  • herstel van Israël, tempel herbouwd
  • het eerste deel van de grote verdrukking (verschrikkingen)
  • het tweede deel van de grote verdrukking (verschrikkingen)
  • opstanding van gelovigen
  • de gelovigen worden opgenomen
  • Jezus komt terug
  • Armageddon (strijd)
  • 1000jarig vrederijk
  • Gog en Magog (strijd)
  • opstanding van alle doden
  • het oordeel
  • nieuwe hemel en aarde


In het onderstaand filmpje is de tempel in 3D te zien



3D tempel


Wat zijn dan van de grote komende wereldgebeurtenissen de onderdelen waarop we ons (in het bijzonder) moeten voorbereiden?

  • de grote verdrukking
  • 1000jarig vrederijk
  • het oordeel
In het eerste gedeelte gaan we het vooral hebben over de tijd tot Jezus terugkomst, het volgende gedeelte gaat over de tijd vanaf Jezus terugkomst.

De grote verdrukking / verschrikkingen

In Matteüs 24 en 25 staat een samenvatting / overzicht over de eindtijd inclusief wijze lessen over wat wij er nu mee moeten.
Matteüs 24: 3-29

3 En toen Hij op de Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld? 4 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand verleide. 5 Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden. 6 En gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt; want al die dingen moeten geschieden, maar nog is het einde niet. 7 Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen zijn hongersnoden, en pestilentiën, en aardbevingen in verscheidene plaatsen. 8 Doch al die dingen zijn maar een beginsel der smarten. 9 Als dan zullen zij u overleveren in verdrukking, en zullen u doden, en gij zult gehaat worden door alle volken, om Mijns Naams wil. 10 En dan zullen er velen geërgerd worden, en zullen elkander overleveren, en elkander haten. 11 En vele valse profeten zullen opstaan, en zullen er velen verleiden. 12 En omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden. 13 Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden. 14 En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen. 15 Wanneer gij dan zult zien de gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, de profeet, staande in de heilige plaats; (die het leest, die merke daarop!) 16 Dat alsdan, die in Judéa zijn, vluchten op de bergen; 17 Die op het dak is, kome niet af, om iets uit zijn huis weg te nemen; 18 En die op de akker is, kere niet weer terug, om zijn klederen weg te nemen. 19 Maar wee de bevruchte en de zogende vrouwen in die dagen! 20 Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat. 21 Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal. 22 En zo die dagen niet verkort werden, geen vlees zou behouden worden; maar om de uitverkorenen zullen die dagen verkort worden. 23 Als dan, zo iemand tot u zal zeggen: Ziet, hier is de Christus, of daar, gelooft het niet. 24 Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden. 25 Ziet, Ik heb het u voorzegd! 26 Zo zij dan tot u zullen zeggen: Ziet, hij is in de woestijn; gaat niet uit; Ziet, hij is in de binnenkamers; gelooft het niet. 27 Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst van de Zoon des mensen wezen. 28 Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden. 29 En terstond na de verdrukking van die dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.


Wat zien we hier staan over de grote verdrukking?

De grote verdrukking bestaat uit:

christen vervolging
  • oorlogen en oorlogsdreiging
  • hongersnoden
  • aardbevingen
  • vervolging van gelovigen
  • valse profeten / Messiassen
  • 'verwoestende gruwel' (Daniël 9:27)
  • dit alles eindigt in totale duisernis (vers 29)

De aard van de grote verdrukking:

  • enorme verschrikkingen zonder weerga (vers 21)
  • de tijd wordt kort gehouden (vers 22) omwille van de gelovigen
  • deze waarschuwingen gelden voor de gelovigen (Openb. 7:14)

Verdieping: wat is de verwoestende gruwel?

Daniël 11: 21, 29-36, Daniël 12:5-11

Daniël ontving van God berichten over de komende wereldgeschiedenis, vooral over de komende koninkrijken en heersers.

De teksten die we lazen spreken over een kwaadzuchtig wereldheerser die op het toppunt van zijn macht zich keert tegen God en de zijnen. Het ergste wat zal gebeuren is dat het heiligdom in Jeruzalem zal worden ontwijd. Daarna zullen de verschrikkingen nog 3 ½ jaar voortduren (een tijd, tijden en een halve tijd). In Openbaringen 11:1 zie je ook dat de voorhof van de tempel 42 maanden (3 ½ jaar) zal worden vertrapt door de heidenen. Dit is het tweede deel van de grote verdrukking die volgens de meeste bijbeluitleggers 7 jaar duurt. In Daniël 9:27 zien we dat deze slechte vorst één week (7 jaar) aan de macht zal zijn.

Deze profetie is deels vervuld door de Romeinse regent Antiochus Epifanes (regering 175-164 v.Chr.) die de Joodse gelovigen vervolgde. Hij richtte boven het brandofferaltaar in de tempel een altaar op voor de afgod Jupiter. Hij liet in de tempel varkens offeren (onrein vlees). Hij richtte meermalen een bloedbad aan onder de gelovige Joden. Hij had zich ten doel gesteld met geweld de Joodse godsdienst uit te roeien en de Griekse godendienst in te voeren #1. Je kunt hierover lezen in de apocriefe boeken 1 en 2 Makkabeeën (bevatten wel historische onjuistheden). Uit het feit dat Jezus het opnieuw over deze verwoestende gruwel heeft kunnen we opmaken dat dit slechts een voorafschaduwing was van wat nog komen zou in de eindtijd.

Behalve in Matteüs(24), Markus (13) en Daniël (9,11,12) vinden we ook in 2 Tessalonicenzen deze kwade wereldheerser terug: 2 Tessalonicenzen 2: 1-4. Uit dit bijbelgedeelte kunnen we opmaken dat deze kwade wereldheerser zal plaatsnemen in de tempel als was het zijn troon. Dit alles gaat gepaard met ernstige vervolging van gelovigen. Velen zullen het leven laten.

Verder denkend leren we hieruit dat er nog veel dingen staan te gebeuren voordat de verschrikkingen aanbreken. De tempel moet namelijk herbouwd worden! Veel oudtestamentische profeten hebben al voorspeld dat Israël zal worden hersteld, zowel geografisch als religieus. Dit is de reden waarom veel christenen ons aanraden te letten op Israël. Uit de gebeurtenissen daar kunnen we afleiden hoe ver we zitten in de tijd. Belangrijk is dan de stichting van de staat Israël in 1948. Voor de komst van Jezus staat dus nog te gebeuren dat Israël wordt hersteld inclusief de herbouw van de tempel. Op het moment dat de tempel dan wordt ontwijd duren de verschrikkingen nog 1260 dagen (zo'n 3 ½ jaar).

We weten nu een deel van de goede volgorde van de gebeurtenissen:

  • Israël hersteld, de tempel herbouwd
  • eerste deel van de verschrikkingen
  • tweede deel van de verschrikkingen

'Opname' en Jezus terugkomst

Matteüs 24: 29-31

29 En terstond na de verdrukking van die dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden. 30 En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid. 31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste daarvan.


We zien in dit bijbelgedeelte dat na de verschrikkingen het absolute dieptepunt volgt: totale duisternis, gevolgd door een hoogtepunt: Jezus komt terug! Hij komt terug op de wolken als een koning. Zijn engelen zullen de gelovigen voor die gelegenheid gaan halen.

1 Tessalonicenzen 4: 13-17

13 Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van hen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de anderen, die geen hoop hebben. 14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal God ook hen, die ontslapen zijn in Jezus, weerbrengen met Hem. 15 Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen hen, die ontslapen zijn. 16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods neerdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; 17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Heere wezen.


Uit dit stukje blijkt duidelijk dat niet alleen de dan levende gelovigen worden 'opgenomen'. Eerst staan de gestorven gelovigen op en samen met de levende gelovigen worden we weggevoerd op de wolken Jezus tegemoet.

1 Korintiërs 15: 51,52

51 Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; 52 In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.


Net zoals Jezus is opgestaan in een onvergankelijklichaam zullen ook de gelovigen die dan opstaan dat ook doen. En de levende gelovigen worden op dat moment veranderd, ook zij krijgen een onaantastbaar lichaam. Dit gebeurt bij de aankondiging van Jezus' komst: de laatste bazuin schalt.

Dus we kunnen aan de gebeurtenissen weer wat toevoegen:

  • Israël hersteld, de tempel herbouwd
  • eerste deel van de verschrikkingen
  • tweede deel van de verschrikkingen
  • opstanding van gelovigen
  • de gelovigen worden opgenomen
  • Jezus komt terug

Theorie rond een aparte 'opname':

rapture Inmiddels is er een wijdverspreide theorie die stelt dat de opname niet plaatsvindt na de verschrikkingen, maar daarvoor. Zij stelt dat de gemeente geheel onverwacht wordt opgenomen, vervolgens de verschrikkingen plaatsvinden waarna Jezus terugkomt.

Wanneer je aanhangers van die theorie vraagt waarop ze deze stoelen wijzen ze vooral op 1 Tessalonicenzen 4: 16, 17 en Matteüs 24:43 / 1 Tessalonicenzen 5: 2.
Ook 'voelt het beter' wordt vaak gehoord.
Dat laatste zijn we het direct met hen eens, het is natuurlijk niet leuk dat ook gelovigen de verschrikkingen gaan meemaken.

De oorsprong van de theorie zegt al veel over haar waarheidsgehalte. Zij is rond 1830 ontstaan, hoe is niet precies duidelijk. Het schijnt dat het begonnen is met een 'profetie' uitgesproken door een zekere Margaret MacDonald in het Schotse Port Glasgow. #2 Een aantal vooraanstaande christenen heeft het vervolgens voor zoete koek aangenomen en er zelfs een 'bijbelse basis' aan gegeven.

De Bijbel is echter vrij duidelijk. De teksten die we net lazen over de 'opname' vertellen duidelijk dat we Jezus tegemoet gaan in de lucht, een soort welkomstcommissie dus. Het heeft niets te maken met bescherming tegen ellende. We gaan Jezus tegemoet en komen met hem terug om op de aarde te regeren. Er staat ook niets over een mysterieuze verdwijning van gelovigen. Nee, we worden veranderd, krijgen een onvergankelijk lichaam. Dat is niet hetzelfde als onzichtbaar worden. Jezus was immers na zijn opstanding ook gewoon met menselijke ogen te zien.

Ook de teksten over de verschrikkingen zijn duidelijk aan gelovigen gericht. In Matteüs 24 worden de gelovigen aangespoord te bidden dat het plaatsnemen van de slechte wereldheerser niet plaats zal vinden in de winter. In Daniël staat dat de engel Michaël de gelovigen te hulp zal schieten. Maar in dezelfde en andere boeken lezen we duidelijk dat vele gelovigen het leven zullen laten. Nu wordt door aanhangers van de opnametheorie wel gezegd dat dit nieuwe gelovigen zijn, maar dat is erg gezocht. Ook zou het mijns inziens vreemd zijn dat God de wereld aan haar lot overlaat tijdens de verschrikkingen zonder ook maar één leraar die over Jezus kan vertellen.

Een laatste belangrijk bezwaar tegen de opnametheorie is dat het suggereert dat Jezus twee keer terugkomt. Uit de bijbel valt dat op geen enkele manier af te leiden. Jezus' terugkomst gaat gepaard met veel opsmuk, dus van een geheime opname kan al helemaal geen sprake zijn in combinatie met een terugkomst van Jezus. Jezus komt in al zijn majesteit en glorie en niet stiekempjes. De tekst dat Jezus terugkomt 'als een dief in de nacht' heeft niets te maken met de manier waarop Jezus terugkomt, maar slechts met het feit dat het voor de wereld geheel onverwacht zal zijn (tijdstip).

Wees voorbereid!

We begonnen met de vraag wat voor zin het heeft dingen te weten over wat komen gaat. We stelden vast dat dat alleen nuttig is met het oog op een voorbereiding. Jahweh wil dus dat we zijn voorbereid. Hoe kunnen we voorbereid zijn op de verschrikkingen die komen gaan?

Lees Matteüs 24: 3-28 nog eens door.

We moeten oppassen voor misleiding. Er zullen veel valse profeten en messiassen zijn. We kunnen ons tegen misleiding wapenen door de Bijbel te kennen met in het bijzonder de gedeelten over de eindtijd en door deel uit te maken van een kerkgenootschap (4 ogen zien meer dan 2).

Oorlogen, hongersnoden en aardbevingen zullen hand over hand toenemen. Jezus zegt dat we ons daarover niet moeten verontrusten. Dus: laat je niet van je stuk brengen. Dat geldt ook voor de vervolging die komen gaat. Jezus hield vol door verder te kijken, over het lijden heen naar de prachtige toekomst (Hebreeën 12: 2). Wanneer je dus met vervolging en allerlei andere ellende te maken krijgt moet je denken aan de terugkomst van Jezus. Een prachtig schouwspel, massa's engelen en de eer Hem tegemoet te gaan in de lucht, daar doe je het voor (in het volgende deel meer over de mooie vooruitzichten)!

Wij hebben invloed op de loop der gebeurtenissen! Want pas als het goede nieuws over Jezus de hele wereld heeft bereikt komt het einde. Dus: gaan met die banaan in je eigen stad tot in de rimboe en de noordpool, vertel iedereen van Jezus!

Een heel praktische waarschuwing geeft Jezus voor de periode dat de slechte wereldheerser op de troon in de tempel gaat zitten: ren voor je leven! En: bid dat het niet in de winter zal vallen of op de sabbat (dit laatste in verband met het reisverbod die de Joden hebben op deze dag).

Troost:

  • In al die moeilijkheden ziet God ons wel degelijk.
  • In Matteüs 24 zien we dat God de tijd van de verschrikkingen verkort omwille van ons.
  • In Daniël 12 zien we dat God Michaël, een aartsengel, er op uitstuurt om de gelovigen bij te staan.
  • In Openbaringen 7 lezen we over de troost die God degenen zal geven die in de grote verschrikkingen het leven laten:
16 Zij zullen niet meer hongeren, en zullen niet meer dorsten, en de zon zal op hen niet vallen, noch enige hitte. 17 Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

Tot slot:

Het is erg belangrijk te weten dat we door de grote verschrikkingen heen moeten. Degenen die dat niet weten of geloven zullen door allerlei emoties worden geplaagd op het moment dat ze ontdekken dat ze erdoorheen moeten: ongeloof, teleurstelling, boosheid en alle andere gevolgen van niet voorbereid zijn. Waarschuw dus ook anderen naarmate je de dag ziet naderen dat Jezus terugkomt en let op de tekenen van de tijd (herstel Israël, herbouw tempel, een kwade heerser komt aan de macht... het aftellen begint!).

Deel 2: Heilig leven

Doel verschrikkingen

De vorige keer hebben we het gehad over hoe we voorbereid moeten en kunnen zijn op moeilijke tijden. Maar wat voor nut heeft het dat gelovigen dat moeten doormaken?

1 Johannes 3: 2, 3

2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. 3 En een ieder, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelf, gelijk Hij rein is.

1 Petrus 1: 3- 9

3 Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden. 4 Tot een onverderfelijke, en onbevlekkelijke, en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u, 5 Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die gereed is, om geopenbaard te worden in de laatste tijd. 6 In welke gij u verheugt, nu een weinig tijds (zo het nodig is) bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen; 7 Opdat de beproeving van uw geloof, die veel kostbaarder is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus; 8 Die gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Wie gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde; 9 Verkrijgende het einde van uw geloof, namelijk de zaligheid der zielen.


Beide teksten spreken over een toekomstverwachting, over het zijn zoals Jezus is en over de redding die ons geopenbaard zal worden. Levend in die verwachting bereiden we ons voor op die volkomen redding door ons rein te maken, we moeten zo leven dat we eer en lof krijgen wanneer Jezus terugkomt. Daarvoor zijn beproevingen nodig. En net zoals de beproevingen in een finale van een wedstrijd zwaarder zijn dan in de voorrondes, zo zijn de beproevingen aan het einde van de tijd heviger dan nu. En dan komt het erop aan: de echtheid van je volhard! geloof zal dan blijken. Je weet pas of een sinaasappel zoet of zuur is wanneer je het sap eruit knijpt. Op dezelfde manier wordt duidelijk wie en wat we zijn in moeilijkheden. Wat komt eruit bij jou? Laat je Jezus in de steek of blijf je volhouden ondanks zware offers?

Zoals dit geldt in de verschrikkingen, zo geldt het natuurlijk ook nu! Je geloof wordt beproefd in moeilijkheden.
Hou vol! Zorg ervoor dat je de eindstreep haalt! Zie ook 1 Korinthiërs 9: 23- 27 en Hebreeën 12: 1- 3.

Haast? Spoed?

Veel christenen leggen de nadruk op de spoedige komst van Jezus, dat Hij elk moment kan terugkomen, liever nog dat de christenen elk moment kunnen verdwijnen. Dat er van een massale verdwijning geen sprake is, bespraken we vorige in het vorige deel. En we kunnen al onze kritische kanttekeningen plaatsen bij de stelling dat Jezus elk moment kan komen, immers Israël is nog niet hersteld, de tempel is nog niet herbouwd laat staan dat de slechte wereldheerser deze nog te herbouwen tempel heeft ontwijd.

Ten eerste kunnen we vaststellen dat God onder spoedig in deze context blijkbaar iets anders verstaat dan wij. Ik zou 2000 jaar namelijk nooit spoedig durven noemen, maar als je leeft in de eeuwigheid ligt dat heel anders.

Matteüs 24: 36 - 25: 30

(24: 36- 51)
36 Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen. 37 En gelijk de dagen van Noach waren, alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon des mensen. 38 Want gelijk zij waren in de dagen voor de zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot de dag toe, waarin Noach in de ark ging; 39 En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon des mensen. 40 Alsdan zullen er twee op de akker zijn, de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden. 41 Er zullen twee vrouwen malen in de molen, de ene zal aangenomen, en de andere zal verlaten worden. 42 Waakt dan; want gij weet niet, in welke ure uw Heere komen zal. 43 Maar weet dit, dat zo de heer des huizes geweten had, in welke nachtwake de dief komen zou, hij zou gewaakt hebben, en zou zijn huis niet hebben laten doorgraven. 44 Daarom, weest ook gij bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen. 45 Wie is dan de getrouwe en voorzichtige dienstknecht, die zijn heer over zijn dienstboden gesteld heeft, om hun hun voedsel te geven ter rechter tijd? 46 Zalig is die dienstknecht, die zijn heer, komende, zal vinden alzo doende. 47 Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem zal zetten over al zijn goederen. 48 Maar zo die kwade dienstknecht in zijn hart zou zeggen: Mijn heer vertoeft te komen; 49 En zou beginnen zijn mededienstknechten te slaan, en te eten en te drinken met de dronkaards; 50 Zo zal de heer van deze dienstknecht komen ten dage, waarin hij hem niet verwacht, en ter ure, die hij niet weet; 51 En zal hem afscheiden, en zijn deel zetten met de geveinsden; daar zal wening zijn en knersing der tanden.

(25: 1- 30)
1 Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, die hun lampen namen, en uitgingen, de bruidegom tegemoet. 2 En vijf van hen waren wijzen, en vijf waren dwazen. 3 Die dwaas waren, hun lampen nemende, namen geen olie met zich. 4 Maar de wijzen namen olie in hun vaten, met hun lampen. 5 Toen nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap. 6 En te middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet! 7 Toen stonden al die maagden op, en bereidden hun lampen. 8 En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit. 9 Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelf. 10 Toen zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. 11 Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! 12 En hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet. 13 Zo waakt dan; want gij weet de dag niet, noch de ure, waarin de Zoon des mensen komen zal. 14 Want het is gelijk een mens, die buitenslands reizende, zijn dienstknechten riep, en hun zijn goederen overgaf. 15 En de een gaf hij vijf talenten, en de ander twee, en de derde een, een ieder naar zijn vermogen, en verreisde terstond. 16 Die nu de vijf talenten ontvangen had, ging heen, en handelde daarmee, en won vijf andere talenten. 17 Evenzo ook die de twee ontvangen had, die won ook twee andere. 18 Maar die het ene ontvangen had, ging heen en groef in de aarde, en verborg het geld van zijn heer. 19 En na een lange tijd kwam de heer van die dienstknechten, en hield afrekening met hen. 20 En die de vijf talenten ontvangen had, kwam, en bracht tot hem vijf andere talenten, zeggende: Heer, vijf talenten hebt gij mij gegeven; zie, vijf andere talenten heb ik boven deze gewonnen. 21 En zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht! over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde van uw heer. 22 En die de twee talenten ontvangen had, kwam ook tot hem, en zeide: Heer, twee talenten hebt gij mij gegeven; zie, twee andere talenten heb ik boven deze gewonnen. 23 Zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde van uw heer. 24 Maar die het ene talent ontvangen had, kwam ook en zeide: Heer, ik kende u, dat gij een hard mens zijt, maaiende, waar gij niet gezaaid hebt, en vergaderende van daar, waar gij niet gestrooid hebt; 25 En bevreesd zijnde, ben ik heengegaan, en heb uw talent verborgen in de aarde; zie, gij hebt het uwe. 26 Maar zijn heer, antwoordende, zeide tot hem: gij boze en luie dienstknecht! gij wist, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb, en van daar vergader, waar ik niet gestrooid heb. 27 Zo moest gij dan mijn geld naar de wisselaars gedaan hebben, en ik, komende, zou het mijne wedergenomen hebben met winst. 28 Neemt dan van hem het talent weg, en geeft het hem, die de tien talenten heeft. 29 Want een ieder die heeft, die zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van hem, die niet heeft, van die zal genomen worden, ook wat hij heeft. 30 En werpt de onnutte dienstknecht uit in de buitenste duisternis; daar zal wening zijn en knersing der tanden.



Net als in de dagen van Noach!
Je kunt uit dit gedeelte opmaken dat het dagelijkse leven doorgaat totdat Jezus komt. Net als Noach kunnen wij wel ongeveer verwachten wanneer Jezus komt (tekenen van de tijd) maar wanneer het precies is blijft Gods geheim. Je moet altijd klaarstaan, met andere woorden: zorg ervoor dat alles steeds o.k. is tussen God en jou.
Lees met aandacht de gelijkenissen van Jezus maar:
  • De betrouwbare en verstandige dienaar dwaze maagden
  • De meisjes met de lampjes
  • De heer die op reis ging

Bovenstaande verhalen hebben alle iets met elkaar gemeen: de heer bleef langer weg dan ze hadden gedacht. Goed loopt het af voor degenen die, hoewel de heer lang wegbleef, trouw hem bleven dienen. Als beloning krijgen ze nog meer verantwoordelijkheid dan ze al hadden en zijn ze uitgenodigd voor het feest. Slechter loopt het af met de dienaren die dachten "Ach, mijn heer komt nog lang niet terug. Dat dienen en verantwoordelijkheid dragen komt later wel. Waar is het bier?" We zien dat de verantwoordelijkheid die ze hadden hen wordt afgenomen en dat ze niet zijn uitgenodigd voor het feest maar naar een plek worden verwezen van jammeren en knarsetanden.

We kunnen hieruit leren dat:
  • de Heer waarschijnlijk langer wegblijft dan wij verwachten
  • Hij van ons verwacht dat we hem dienen met de bekwaamheden die we hebben, verantwoordelijkheid dragen
  • dat we moeten volhouden totdat hij komt

Jezus' terugkomst

Als het dus allemaal in orde is tussen God en jou sta je op uit de dood bij Jezus' terugkomst of, als je nog leeft, krijgt je een
onvergankelijk lichaam. We gaan hem tegemoet in de lucht, als een soort welkomstcommissie, en samen met Jezus gaan we direct weer terug naar de aarde. Wat moeten we daar eigenlijk nog? Eerst gaat er iets gebeuren waar wij niet zoveel mee te maken hebben (al is het wel stoer er getuige van te zijn).

Harmagedon

harmagedon
Je moet je voorstellen dat Jezus en de gelovigen terugkomen op een wereld die slecht is en onder de regering van de slechtste heerser aller tijden. Op de aarde zal er dus niet bepaald een welkomstcomité rondlopen, o nee!

Tegelijkertijd moet je je beseffen dat Jezus op een andere manier komt dan de eerste keer. De eerste keer kwam hij nederig, klein, kwetsbaar. Dit keer komt hij als heerser, machtighebber, rechtvaardige strijder. Lees in Openbaring 19:11-21 (Openbaring 16 vermeldt de plaats Harmagedon) over wat er gebeurt. Jezus komt als heerser, zijn kleed gedrenkt in het bloed van zijn vijanden, met de hemelse legermacht.

God laat een engel de vogels uitnodigen voor een grote lugubere maaltijd: mensen- en paardenvlees. Dan zien we dat de aardse heersers zich hebben verzameld om oorlog te voeren tegen de ruiter op het paard (Jezus). Dan worden de duivelse machten in de vuurpoel gegooid en hun menselijke handlangers werden gedood door het zwaard uit Jezus mond. Waarschijnlijk betekent dit dat Jezus maar een woord hoeft te spreken en ze zijn dood. Een mooie tekst is Zacharia 14: 1-15. Daar staat dat Jahweh op die dag paniek onder zijn tegenstanders zal zaaien. In Openbaring 20: 1-3 zien we dat de satan zelf voor 1000 jaar de gevangenis in gaat.

1000 jaar vrede

Gelukkig breken er dan eindelijk betere tijden aan. Alle aardse heersers die de satan aanhingen zijn dood, de duivelse machten in de vuurpoel gegooid en satan zelf is 1000 jaren buiten beeld.

In openbaring 20: 4-6 staat dat Jezus met de gelovigen zal regeren. duizend jaar vrede
Andere teksen over deze periode:
Jesaja 2: 1-5   Vanuit Jeruzalem wordt geregeerd met vrede
Jesaja 9: 1-6   De heerschappij rust op Jezus' schouders
Jesaja 14: 1-19   Spotlied over de koning van Babylon
Zacharia 14: 16-21   Alle volken komen Jahweh in Jeruzalem eer bewijzen

De vorige studie is verteld dat dit na de verschrikkingen de eerste tijd was waarop we ons moesten voorbereiden.
We pakken de gelijkenissen uit Matteüs 24: 45- 25: 30 er weer bij.
Nu zien we hoe we ons kunnen voorbereiden, door te dienen! Als we nu trouw zijn in wat God ons heeft gegeven te doen, mogen we naar zijn feest en krijgen we er nog meer verantwoordelijkheid bij. Dit slaat op het 1000-jarig vrederijk. Wij zullen dan met Jezus regeren. De opdracht die jij dan van Jezus krijgt hangt af van hoe je het er tot je lichamelijke dood af hebt gebracht. Ben je trouw geweest en eerlijk? Kwam je op voor de zwakkeren? Of was je liever lui dan moe? Pas op! Er staat zelfs meer op het spel dan een mooie baan in Jezus' koninkrijk. In de gelijkenissen zien we dat de ontrouwe, luie dienaren niet eens naar het feest mogen. Ze worden gestuurd naar een plek van knarsetanden en spijt. Ik hoef jullie vast niet uit te leggen welke plek daarmee bedoeld wordt. Wees dus dienstbaar, ook als het lang lijkt te duren voordat Jezus komt. Blijf volhouden, blijf trouw. Je zult zien dat dat niet voor niets is geweest.

Gog en Magog

Openbaringen 20: 7-10

7 En wanneer de duizend jaren zullen geëindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis ontbonden worden. 8 En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, de Gog en de Magog, om hen te vergaderen tot de krijg; welker getal is als het zand aan de zee. 9 En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur neer van God uit de hemel, en heeft hen verslonden. 10 En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en sulfer, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.


Lees ook: Ezechiël 38 en 39

Na de 1000 jaren vrede wordt satan nog 1 keer ten tonele gevoerd. Hij gaat opnieuw de volken verleiden en verzamelt ze tot de strijd. In beide bijbelgedeelten zien we dat God ingrijpt: God laat het vuur regenen uit de hemel dat hen verteert (dat is heet!). Aan het einde van Ezechiël 38 zien we dat er ook hagelstenen, slagregens en zwavel bij komt kijken. Gods vernietigt zijn vijanden.

Na deze laatste veldslag volgt er opnieuw vrede. Dit kun je uit Ezechiël 38 en 39 opmaken. Hoe lang deze periode zal zijn is mij niet duidelijk.

Opstanding van doden en oordeel

Matteüs 25: 31-46

31 En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. 32 En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt. 33 En Hij zal de schapen tot Zijn rechter hand zetten, maar de bokken tot Zijn linker hand. 34 Alsdan zal de Koning zeggen tot hen, die tot Zijn rechter hand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld. 35 Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd. 36 Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen. 37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven? 38 En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed? 39 En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen? 40 En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan. 41 Dan zal Hij zeggen ook tot hen, die ter linker hand zijn; Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, dat de duivel en zijn engelen bereid is. 42 Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; 43 Ik was een vreemdeling; en gij hebt Mij niet geherbergd; naakt, en gij hebt Mij niet gekleed; krank, en in de gevangenis, en gij hebt Mij niet bezocht. 44 Dan zullen ook dezen Hem antwoorden, zeggende: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of een vreemdeling, of naakt, of krank, of in de gevangenis, en hebben U niet gediend? 45 Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze minsten niet gedaan hebt, zo hebt gij het Mij ook niet gedaan. 46 En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.

Openbaringen 20: 11-15 the-sea-gave-up-the-dead

11 En ik zag een grote witte troon, en Hem, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvluchtten, en geen plaats is voor die gevonden. 12 En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken. 13 En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren; en zij werden geoordeeld, een ieder naar hun werken. 14 En de dood en de hel werden geworpen in de poel des vuurs; dit is de tweede dood. 15 En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in de poel des vuurs.

Johannes 5: 22- 30

22 Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel de Zoon gegeven; 23 Opdat zij allen de Zoon eren, gelijk zij de Vader eren. Die de Zoon niet eert, eert de Vader niet, Die Hem gezonden heeft. 24 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven. 25 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem van de Zoon van God, en die ze gehoord hebben, zullen leven. 26 Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelf, alzo heeft Hij ook de Zoon gegeven, het leven te hebben in Zichzelf; 27 En heeft Hem macht gegeven, ook gericht te houden, omdat Hij des mensen Zoon is. 28 Verwondert u daar niet over, want de ure komt, waarin allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen; 29 En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis. 30 Ik kan van Mijzelf niets doen. Gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en Mijn oordeel is rechtvaardig; want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van Mijn Vader Die Mij gezonden heeft.

1 Korinthiërs 3: 11-15

11 Want niemand kan een ander fundament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus. 12 En indien iemand op dit fundament bouwt: goud, zilver, kostbare stenen, hout, hooi, stoppels; 13 Eens ieders werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, daar het door vuur geopenbaard wordt; en hoedanig eens ieders werk is, zal het vuur beproeven. 14 Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen. 15 Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.


Dan verandert in ene het toneel. Aarde en hemel verdwijnen, vluchtten van Jezus weg en zijn er niet meer. Dan zien we de troon en alle doden verschijnen daar. Boeken worden geopend, waaronder het levensboek waarin de namen staan van de gelovigen. Alle doden worden geoordeeld naar hun daden.

We zien in Openbaringen dat degenen van wie de namen in het levensboek staan vermeld veilig zijn, zij worden niet in de vuurpoel, dat is de hel, gegooid. Je staat in dat boek opgetekend als je in Jezus gelooft en dit ook uit je daden laat blijken. In de brief Jakobus lees je duidelijk dat geloof zonder actie een dood geloof is, het stelt niets voor. Dit zien we ook terug in de gelijkenissen van Matteüs 24 en 25.
Als je alleen in naam Christen bent val je lelijk door de mand, in de vuurpoel om precies te zijn. Het moet duidelijk zijn dat het fundament van je leven Jezus is en niets of niemand anders. Je moet niet van de Weg zijn afgedwaald.

Nieuwe hemel en aarde

Openbaringen 21: 1- 22:5

(21: 1- 27)
nieuwe jeruzalem 1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. 2 En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalende van God uit de hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is. 3 En ik hoorde een grote stem uit de hemel, zeggende: Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn. 4 En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan. 5 En Die op de troon zat, zeide: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw. 6 En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Oméga, het Begin en het Einde. Ik zal de dorstige geven uit de fontein van het water des levens om niet. 7 Die overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn. 8 Maar de vreesachtigen, en ongelovigen, en gruwelijken, en doodslagers, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars, en al de leugenaars, hun deel is in de poel, die daar brandt van vuur en sulfer; hetwelk is de tweede dood. 9 En tot mij kwam een van de zeven engelen, die de zeven schalen hadden, welke vol geweest waren van de zeven laatste plagen, en hij sprak met mij, zeggende: Kom herwaarts, ik zal u tonen de Bruid, de Vrouw des Lams. 10 En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, neerdalende uit de hemel van God. 11 En zij had de heerlijkheid Gods, en haar licht was de allerkostbaarste steen gelijk, namelijk als de steen jaspis, blinkende gelijk kristal. 12 En zij had een grote en hoge muur, en had twaalf poorten, en in de poorten twaalf engelen, en namen daarop geschreven, welke zijn de namen van de twaalf geslachten der kinderen Israëls. 13 Aan het oosten waren drie poorten, aan het noorden drie poorten, aan het zuiden drie poorten, aan het westen drie poorten. 14 En de muur der stad had twaalf fundamenten, en daarin de namen van de twaalf apostelen des Lams. 15 En hij die met mij sprak, had een gouden rietstok, opdat hij de stad zou meten, en haar poorten, en haar muur. 16 En de stad lag vierkant, en haar lengte was zo groot als haar breedte. En hij mat de stad met de rietstok op twaalf duizend stadiën; de lengte, en de breedte, en de hoogte ervan waren even gelijk. 17 En hij mat haar muur op honderd vier en veertig ellen, naar de maat van een mens, welke van de engel was. 18 En het gebouw van haar muur was jaspis; en de stad was zuiver goud, zijnde zuiver glas gelijk. 19 En de fundamenten van de muur der stad waren met allerlei kostbaar gesteente versierd. Het eerste fundament was jaspis, het tweede saffier, het derde chalcédon, het vierde smaragd. 20 Het vijfde sardónix, het zesde sardius, het zevende chrysoliet, het achtste beryl, het negende topaas, het tiende chrysopraas, het elfde hyacinth, het twaalfde amethyst. 21 En de twaalf poorten waren twaalf paarlen, en iedere poort was elk uit een parel; en de straat der stad was zuiver goud, gelijk doorzichtig glas. 22 En ik zag geen tempel in haar; want de Heere, de almachtige God, is haar Tempel, en het Lam. 23 En de stad behoeft de zon en de maan niet, dat zij in haar zouden schijnen; want de heerlijkheid Gods heeft haar verlicht, en het Lam is haar Kaars. 24 En de volken, die zalig worden, zullen in haar licht wandelen; en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid en eer in haar. 25 En haar poorten zullen niet gesloten worden des daags; want aldaar zal geen nacht zijn. 26 En zij zullen de heerlijkheid en de eer der volken daarin brengen. 27 En in haar zal niet inkomen iets, dat verontreinigt, en gruwelijkheid doet, en leugen spreekt; maar die geschreven zijn in het boek des levens des Lams.

(22: 1- 5)
1 En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit de troon van God, en van het Lam. 2 In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was de boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijn vrucht; en de bladeren van de boom waren tot genezing der heidenen. 3 En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn; en de troon van God en van het Lam zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen; 4 En zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn. 5 En aldaar zal geen nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht der zon van node hebben; want de Heere God verlicht hen; en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid.


Mooier kan niet! Een nieuwe aarde met een nieuw luchtruim. Het bruiloftsfeest van het Lam breekt aan. Het is geweldig! Jezus en de gemeente (gelovigen) worden één. En zoals de eenwording in het huwelijk bezegeld wordt door seksuele eenwording tijdens de huwelijksnacht zien we dat hier de eenheid wordt bezegeld doordat God naar de nieuwe aarde komt om voor altijd bij de mensen te wonen. Een huwelijk dat perfect is. Mis het niet!

De les

Hoe kun je je op deze gebeurtenissen voorbereiden?

We zagen dat het er in het 1000-jarig vrederijk op aan komt hoe je tijdens je aardse leven met je verantwoordelijkheden en bekwaamheden bent omgegaan. Deed je dat goed, dan krijg je meer verantwoordelijkheid. Als je helemaal niets gedaan hebt met je bekwaamheden en verantwoordelijkheden loop je een onaanvaardbaar risico het Koninkrijk van God niet eens binnen te komen.

Iets dergelijks zien we bij het oordeel. Het is te eenvoudig om te zeggen dat als je in Jezus gelooft je in het levensboek staat en het wel goed zit. De bijbel leert ons dat echt geloof uit daden blijkt. Het komt erop aan op de Weg te blijven, Jezus het fundament van je leven te laten zijn en Gods grote geboden te bewaren.
Die geboden zijn:
1. God liefhebben met al wat in je is.
2. De ander liefhebben als jezelf (Matteüs 22: 34-40).
Daaruit vloeien allerlei daden voort. Doe die en je zult op de oordeelsdag eer ontvangen.

De Les is dus:
Leef als een geestelijk mens. Wat je doet, ook in je 'gewone' werk doet ertoe. De omgang met je buren, je collega's, vrienden maar ook vijanden zijn toetsstenen voor je geloof. Wat laat je zien als er in je geknepen wordt? Hou je vol tot het einde?

Meer lezen?

Het profetische boek Zacharia is zeker een aanrader. Je zult vast niet alles begrijpen, maar je zult zeker meerdere dingen over de eindtijd herkennen, vooral in de hoofdstukken 2 en 8 -14.

Het boek Matteüs is vooral een praktisch boek waaruit je veel kan leren hoe je als christen kunt leven (het is het handboek voor discipelschap). Voor Jakobus geldt hetzelfde. Wat verwacht Jezus van ons?

Deel 3: handvatten bij het lezen van Openbaringen

Waarom werd Openbaringen geschreven?

Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden zal ik eerst vertellen wanneer en onder welke omstandigheden het boek werd geschreven.

Openbaringen 1: 9,10

9 Ik, Johannes, die ook uw broeder ben, en medegenoot in de verdrukking, en in het Koninkrijk, en in de lijdzaamheid van Jezus Christus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het Woord Gods, en om het getuigenis van Jezus Christus. 10 En ik was in de geest op de dag des Heeren; en ik hoorde achter mij een grote stem, als van een bazuin,


De gemeente van God verkeerde op dat moment in ellende. Het was tegen het einde van de eerste eeuw na Christus, de Romeinen regeerden. De heersende godsdienst was polytheïstisch, wat betekent dat men geloofde in een veelheid van goden. De Romeinse keizer Julius Caesar was de eerste die zichzelf tot god had verklaard. Zijn opvolger Augustus liet een tempel voor zichzelf bouwen. Onder Nero vonden ernstige christenvervolgingen plaats: Christenen werden met bij feesten pek overgoten en daarna in brand gestoken als tuinfakkels, ook liet hij hen in dierenhuiden naaien en opjagen door honden.

In de jaren 90 van de eerste eeuw kwam Domitianus aan de macht. Hij zette vervolgingen in gang die - met onderbrekingen - 200 jaren zouden duren. Hij eiste dat hij in het hele Romeinse Rijk zou worden aanbeden. Als je dat niet deed werd je gedood (iets dergelijks gebeurde ook tijdens de Babylonische ballingschap, zie het boek Daniël). Een keer per jaar moest er wierook worden gesprenkeld op een altaar dat voor zijn beeld stond met de uitroep 'Caesar is Heer'. De dag waarop die ceremonie plaatshad heette de 'dag van de Heer'. Sommige bijbeluitleggers #3 denken dat dit precies de dag was waarop Johannes zijn visioen ontving (Openbaringen 1: 10). Andere bijbeluitleggers houden het op zondag omdat Jezus op een zondag opstond uit het graf. Nog weer een ander groep zegt dat Johannes meegevoerd werd naar de dag van het oordeel. Johannes was de laatst levende van de twaalf apostelen en hij zat gevangen om zijn geloof. De andere elf apostelen hadden hun leven gegeven voor Jezus, geen van hen is volgens de overlevering een natuurlijke dood gestorven.

Het waren donkere tijden voor de kerk. Juist nu was het boek nodig, het is een handboek voor martelaarschap.

In Openbaringen worden de gelovigen aangemaand te overwinnen en vol te houden tot de dood. Het vertelt ook waarom. Als we overwinnen en volhouden zullen we beloning ontvangen: eeuwig bij God zijn en vele zegeningen daarbij. Als we niet volhouden en Jezus' verloochenen is daar de straf van de poel van het vuur: eeuwige kwelling. Het boek vertelt ons ook dat, hoe het kwaad ons ook omringt en schade doet lijden, het beste nog moet komen: Jezus overwint!

Belangrijk is nog te weten dat Openbaringen niet is geschreven zodat we kunnen 'uitrekenen' wanneer Jezus terugkomt. Daarmee horen we ons niet bezig te houden. Het is eerder een vermaning altijd klaar te zijn voor Jezus' spoedige komst.

Openbaringen is een belangrijk boek, dit wordt benadrukt door het eerste hoofdstuk vers 3: Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden van deze profetie, en die bewaren, hetgeen daarin geschreven is; want de tijd is nabij. En in het laatste hoofdstuk de verzen 18 en 19: Want ik betuig aan een ieder, die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn. En indien iemand afdoet van de woorden van het boek dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is.
Je bent gelukkig als je het voorleest en haar boodschap ter harte neemt. En waag het niet veranderingen aan te brengen: Je verspeelt dan jouw plaats in het Koninkrijk van God.

Indeling van Openbaringen

Je kunt Openbaringen indelen in 3 gedeelten:
1. De brieven aan de gemeenten (heden), hoofdstukken 2 t/m 3
2. Het gaat steeds slechter (toekomst), hoofdstukken 4 t/m 18
3. Het komt allemaal goed (toekomst), hoofdstukken 19 t/m 22

De lijn van de menselijke geschiedenis verloopt dus eigenlijk zo:
Alles was goed, na de zondeval wordt het almaar slechter met een absoluut dieptepunt aan het einde van de verschrikkingen, gevolgd door het hoogtepunt van Jezus' terugkomst, daarna wordt alles weer goed (zie de woorden van Jezus in Openbaringen 21: 5). We zagen deze lijn ook in Matteüs 24 en 25. Op het dieptepunt van de verschrikkingen wordt alles donker. Dan breekt meteen het hoogtepunt aan: de Koning komt!
grafiek de eindtijd

De brieven aan de gemeenten

Dit is misschien wel het makkelijkste gedeelte van Openbaringen. Voordat de visioenen beginnen heeft Jezus eerst een boodschap voor 7 gemeenten, toegespitst op hun situatie. De 7 boodschappen voor de gemeenten zijn gelijk opgebouwd: eerst volgt een beschrijving van Jezus, dan een beschrijving van de betreffende gemeente met opbouwende kritiek en / of complimenten en tot slot een vermaning te luisteren naar de Geest en te overwinnen (vol te houden).

Hoewel de boodschappen waren toegespitst op de toenmalige gemeenten zijn de waarschuwingen en bemoedigingen universeel. We kunnen er nu nog steeds van leren en onszelf erin herkennen. In die zin is het symbolisch dat er geschreven wordt aan 7 gemeenten, 7 is in de bijbel het getal van de volheid (volledigheid, volkomenheid). Dit betekent dus ook dat de rest van het boek (de visioenen) zijn bedoeld voor de gemeente van Jezus van alle tijden en plaatsen.

Er zijn wel bijbeluitleggers die zeggen dat de 7 gemeenten 7 perioden in de wereldgeschiedenis aanduiden. Dit zijn de uitleggers die de 'bedelingenleer' aanhangen. We kwamen deze uitleggers al eerder tegen: zij zijn het ook die geloven in een 'geheime opname' van de gemeente voor Jezus komst en voor de verschrikkingen. Deze uitleggers geloven dat de gemeente nu in de tijd van de laatste gemeente verkeert, die van Laodicea. Natuurlijk, het is herkenbaar dat veel Christenen lauw zijn, maar geldt dat overal op aarde? Kun je dat ook zeggen van Christenen die worden gemarteld om hun geloof en toch volhouden? Het is te makkelijk, zelfs een tikkeltje arrogant, om de toestand van de gemeente te meten aan hoe het in het rijke westen eraan toegaat. Waarschijnlijk herkennen trouwe Christenen in de verdrukking zich meer in Filadelfia dan in Laodicea. Het is Gods wijsheid dat alle 7 brieven een universele, tijdloze boodschap bevatten. Christen van alle tijden en in allerlei omstandigheden kunnen ervan leren en erdoor vermaand en bemoedigd worden, net zoals door de rest van Openbaringen.

Donkere tijden: rampen

Het gedeelte van hoofdstuk 4 t/m 18 laat zien dat het almaar slechter en donkerder wordt op de aarde. Allerlei rampen komen over haar: 7 zegels, 7 bazuinen en 7 schalen.

Lees nu eerst de volgende bijbelgedeelten:
Openbaringen 6 (zegels 1 t/m 6),
Openbaringen 8 en 9 (zegel 7, bazuinen 1 t/m 6),
Openbaringen 11: 15-19 (bazuin 7), 15,16 (schalen 1 t/m 7).

Als we deze rampen bestuderen vallen de volgende dingen op:
  • De eerste 4 rampen uit elke reeks van 7 horen bij elkaar, de overige 3 rampen uit de 7 reeksen lijken niet zo samen te hangen.
  • De rampen worden steeds ernstiger: bij de zegels komt ¼ deel van de mensheid om, bij de bazuinen is dat 1/3 deel, de rampen van de schalen zijn 'totaalrampen'.
  • De zegels lijken een menselijke oorsprong te hebben, de bazuinen lijken verband te houden met een natuurlijke verslechtering van het milieu en de schalen worden door engelen uitgegoten (goddelijke oorsprong).
  • Bij meerdere rampen wordt aangegeven dat die alleen de ongelovigen zullen treffen (bazuin 5, schaal 1).
  • Er lijkt sprake te zijn van een versnelling van de gebeurtenissen.

Over de volgorde van gebeurtenissen zijn 3 theoriën:

Theorie 1:
Dit is de meest voor de hand liggende theorie op grond van de volgorde in Openbaringen, maar als we zorgvuldig het 7e zegel, de 7e bazuin en de 7e schaal bestuderen zien we dat dit om één en dezelfde gebeurtenis lijkt te gaan: Een ernstige aardbeving op wereldwijde schaal.

grafiek 2

Theorie 2:
Een beperkt aantal bijbelgeleerden gaat ervan uit dat de zegels, bazuinen en schalen ongeveer tegelijkertijd plaatsvinden. Ze kwamen tot deze conclusie toen ze ontdekten dat het laatste zegel en de laatste bazuin en schaal dezelfde ramp zijn.

grafiek 3

Theorie 3:
Toch is theorie 2 niet erg logisch: de eerste 6 rampen van iedere serie zijn echt verschillend, terwijl er aanwijzingen zijn in de tekst dat er geen sprake is van gelijktijdigheid (de verzegeling van de Israëlieten na de 1e 6 zegels en voor de bazuinen). Dit leidt tot een derde theorie, die iets ingewikkelder is:
grafiek 4

Donkere tijden: De gemeente

Maar dan zijn we er nog niet! In Openbaringen 4 t/m 18 worden niet alleen de 3 reeksen rampen beschreven, er zijn ook tussenstukken die niet direct over de rampen gaan.
Het zijn er 3:
  • tussen zegel 6 en 7 (hoofdstuk 7)
  • tussen bazuin 6 en 7 (hoofdstukken 10 en 11)
  • voor de 1e schaal (hoofdstukken 12-14)
De tussenstukken vertellen vooral wat er geestelijk aan de hand is op de aarde en in de hemel ten tijde van de rampen. Na de tussenstukken volgt er in hoofdstuk 17 en 18 een relaas over het einde van Babylon.

Israël en de gemeente bewaard:
Het eerste tussenstuk gaat over Israël en de gemeente. Van Israël wordt gezegd dat een aantal van 144.000 mensen wordt verzegeld ter bescherming tegen de komende bazuinrampen. Over de Christenen meer in het algemeen wordt gezegd dat zij, na gestorven te zijn tijdens de verschrikkingen, worden getroost in de hemel.

De kleine boekrol en de 2 getuigen:
Het tweede tussenstuk begint wat wonderlijk. Johannes moet een kleine boekrol opeten, waarschijnlijk staat dit voor het innerlijk in zich opnemen van de rest van het visioen dat God Johannes gaf. Dan wordt er verteld over de tempel en het altaar. Gedurende 42 maanden / 1260 dagen / 3 ½ jaar wordt de voorhof van de tempel vertrapt door de heidenen. In deze periode zullen daar echter twee getuigen profeteren tegen de mensen. De getuigen worden uiteindelijk gedood, maar staan weer op en varen naar de hemel. Daarna treft een aardbeving Jeruzalem. Het is aannemelijk dat dit stukje vertelt over de eerste periode van de grote verschrikkingen.

Tussenstuk 3:
In hoofdstuk 12 komen we een mysterieuze vrouw tegen. Er zijn meerdere verklaringen voor wie zij is: Maria, Israël, de gemeente. De draak uit dit stuk slaat duidelijk op satan. Hij wordt uit de hemel verbannen met zijn engelen (1/3 deel van de sterren). Vanaf dat moment rust satan geen moment: hij bundelt zijn krachten en machten en voert strijd tegen de gelovigen. In dit hoofdstuk komen we opnieuw de tijdsperiode van 3 ½ jaar tegen. De vrouw wordt voor die periode in de woestijn verzorgd ter bescherming. Wellicht dat dit betekent dat een deel van de gelovigen in verlaten gebieden worden beschermd door de Heer.

In hoofdstuk 13 maken we kennis met satans handlangers: het beest uit de zee en het beest uit de aarde. Ze voeren strijd tegen de gelovigen gedurende 3 ½ jaar. Onder dwang moet het eerste beest worden aanbeden. Ook de economie is dan volledig in satans macht: je kunt alleen nog iets kopen wanneer je het eerste beest aanbidt en zijn teken ontvangt. Dit lijkt te slaan op de 2e periode van de verschrikkingen wanneer de tempel wordt ontheiligd.

Hoofdstuk 14 beschrijft hoe een eerste opbrengst van de oogst van gelovigen, een aantal van 144.000 aan Jezus wordt aangeboden. Ook wordt het einde aangekondigd van Babylon, het machtscentrum van satan en het centrum van de duivelse economie.

Babylon, de grote hoer:
In hoofdstuk 17 wordt een beschrijving gegeven van Babylon. Ze wordt neergezet als de grote hoer (voor geld kan alles). Terwijl eerst alle machthebbers op aarde haar eer bewijzen keren ze zich tegen haar. De stad zal in brand worden gestoken en alle macht wordt aan het beest overgedragen.

Wanneer? Hoelang?

Hoe lang de rampen in beslag zullen nemen wordt uit de tekst niet voor 100% duidelijk. Er zijn wel aanwijzingen dat het gaat om de totaal 7 jaren van de verschrikkingen. In de tussenstukken worden beide perioden van 3 ½ jaar genoemd. Het begin zal lastig te markeren zijn omdat dit rampen zijn die nu ook al veel voorkomen (oorlog, honger, ziekten). Bij het 6e zegel wordt het wel duidelijk, lijkt me. In Matteüs 24 zien we ook dat de komende rampen hun schaduwen vooruit werpen, met andere woorden: voordat die donkere tijden aanbreken vindt soortgelijke ellende al plaats op kleinere schaal.

Alles wordt nieuw!

Na de vorige studies is het vanaf hoofdstuk 19 een feest van herkenning. Vanaf de 5e schaal zien we weer duidelijk de tijdlijn lopen: het totale dieptepunt (duisternis) wordt gevolgd door het hoogtepunt van Jezus' terugkomst. Daarna volgt de strijd in Harmagedon (Openbaringen 16: 12-16, 19:19-21). De geschiedenis eindigt zoals die hoort te eindigen: Alles wordt nieuw!

Voetnoten:

1- Bijbels Theologische Encyclopedie Ed. 2005, aantekening 23209. Terug
2- Dave MacPherson, The great rapture hoax, New Puritan Library, 1983 en David Pawson, Wanneer Jezus terugkomt..., Opwekking lectuur, Putten 2001. Terug
3- De dag van Caesar: http://www.despatch.cth.com.au/Transcripts/Pawson_expose.htm. Terug
    De eerste dag van de week (zondag): http://www.statenvertaling.info/kt-op_1.html.
    De dag van het oordeel: http://www.workmatch.nl/workmap/artikelen/ag/shabbat_of_zondag.htm.