Apologeet.nl

De wereld kan wel wat apologeten gebruiken

Tegenstrijdigheden

Apologeet.nl

Tegenstrijdigheden

Tegenstrijdigheden in de Bijbel?

Soms wordt er wel eens beweerd dat er tegenstrijdigheden in de Bijbel staan. Vaak worden deze 'onjuistheden' gebruikt om te beweren dat de Bijbel niet klopt want: "Als er onjuistheden in staan wie zegt dan dat andere dingen wel juist zijn?". Jammer genoeg leidt het weerleggen van deze tegenstrijdigheden zelden tot inkeer. Meestal gaan de betreffende personen verder met het zoeken naar fouten. Wat dat betreft is er sinds de dagen van Jezus niet veel veranderd. De Schriftgeleerden en Farizeeërs werden keer op keer door Jezus op hun nummer gezet maar toch hielden ze stug vast aan hun ongeloof. Zelfs de opstanding van Jezus kon hen niet overtuigen! Net als toen zijn weinig mensen bereid om hun kritische blik op hun eigen theorieën los te laten.

Op deze pagina zullen we de zogenaamde tegenstrijdigheden behandelen. Dit is niet om de mensen, die niet willen, te overtuigen, maar om hen die het wél willen snappen te helpen.

Inhoud:

  1. Zijn 1 Samuël 17: 48- 50 en 2 Samuël 21: 19 Tegenstrijdig? Wie heeft Goliath gedood?
  2. Hoe ging Judas Iskariot dood?
  3. Wat hoorden de mannen die bij Paulus' bekering waren?
  4. Spreuken 26: 4- 5 - Moeten we een dwaas nu wel antwoorden of juist niet?
  5. Genesis 1: 31; 6: 6 - God is tevreden/ontevreden met Zijn werk
  6. God niet alomtegenwoordig. Of wel?






Zijn 1 Samuël 17: 48- 50 en 2 Samuël 21: 19 Tegenstrijdig?

wie heeft goliath gedood? Wie heeft Goliath nu eigenlijk gedood? Was dat David of was het toch Elchanan.

1 Samuël 17: 48- 50 (nbv)
Toen kwam de Filistijn op David af en wilde tot de aanval overgaan, maar David was hem te snel af. Hij rende hem tegemoet, stak zijn hand in zijn tas en haalde er een steen uit, slingerde die weg en trof de Filistijn zo hard tegen het voorhoofd dat de steen naar binnen drong en de Filistijn voorover stortte. Zo overwon David de Filistijn met een slinger en een steen; hij trof hem dodelijk zonder dat hij daar een zwaard bij nodig had.

2 Samuël 21: 19 (nbv)
Tijdens een andere veldslag tegen de Filistijnen, opnieuw bij Gob, werd Goliath uit Gat gedood door Elchanan, de zoon van Jari, uit Betlehem. De schacht van Goliaths speer was zo dik als de boom van een weefgetouw.

Beidde teksten komen uit de NBV-vertaling. Toch is er niet zoveel aan de hand. Lees 2 Samuël maar eens in de Statenvertaling:

2 Samuël 21: 19 (sv)
Voorts was er nog een krijg te Gob tegen de Filistijnen; en Elchanan, de zoon van Jaäré-Oregim, sloeg Beth-Halachmi, die was met Goliath, de Gethiet, wiens spiesenhout was als een weversboom.

De Statenvertalers zijn zo vrij geweest om in hun vertaling duidelijk te maken dat we het inderdaad met een ander dan Goliath van doen hebben. Dezelfde veldslag wordt opnieuw verteld in 1 Kronieken.

1 Kronieken 20: 5 (nbv)
Tijdens een andere veldslag tegen de Filistijnen werd Lachmi, de broer van Goliat uit Gat, gedood door Elchanan, de zoon van Jaïr. De schacht van Lachmi’s speer was zo dik als de boom van een weefgetouw.

Het gaat in 2 Samuël dus niet om Goliath zelf maar om zijn broer, Lachmi of Beth-Halachmi genaamd.

Wat is er aan de hand?

We spreken dus niet over dezelfde Goliath maar over twee verschillende personen. Beidde waren ze afkomstig uit Gat. Toen David Goliath doodde was dat tijdens de regering van koning Saul. Toen Elchanan Goliath doodde leefde Saul al niet meer. Het gaat in 2 Samuël 21 over een van Davids helden uit de tijd waarin Saul allang gestorven was.

De strijd van Elchanan was heel anders dan die van David. Het verhaal in 2 Samuël 21 maakt duidelijk dat de naam Goliath vaker voorkwam. Het schijnt dat 'Goliath' een erenaam voor de kampioen in Gat was. De naam betekent in het Hebreeuws: 'Grote, zonder bescherming'. Maar het kan ook zo zijn dat de naam 'Goliath' een titel was die op de broer van Davids 'Goliath' over gegaan was. Dit laatste komt in onze tijd ook nog wel eens voor (naamoverdracht).




Hoe ging Judas Iskariot dood?

Hoe ging Judas Iskariot door? Matteüs 27: 5 (HSV)
Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich.

Handelingen 1: 18 (HSV)
Deze nu heeft met het loon van de ongerechtigheid een stuk grond verkregen, en nadat hij voorovergevallen was, barstte hij in het midden open en kwamen al zijn ingewanden naar buiten.

Hoe is Judas nu uiteindelijk dood gegaan?

Er zijn al heel wat oplossingen aangedragen.

  1. Een voorbeeld is dat hij tijdens het ophangen viel (het touw of de tak brak) en kwam ongelukkig op een steen terecht.
  2. Een andere zegt bijvoorbeeld weer dat één van de schrijvers zich gewoon vergist heeft.
  3. Wat ik ook al regelmatig hoor is dat het te maken heeft met een kopieer fout.
De problemen die met deze oplossingen komen zijn zo mogelijke erger dan de kwaal.
  1. Het menselijk lichaam is bijzonder taai. De huid in het bijzonder. Door een eenvoudige val zal de huid niet zover openbarsten dat de ingewanden er uit komen. Er is enorm veel geweld nodig om dit te bereiken.
  2. Als er vergissingen in de Bijbel staan waar kunnen we dan nog zeker van zijn?
  3. Zou de God van de Bijbel niet in staat zijn Zijn woord te conserveren, te bewaren?

Er is een andere oplossing:

Er zijn twee schrijvers aan het woord.
De eerste is Matteüs en de tweede is de auteur van Handelingen, Lukas. Beidde beschrijven ze wat er aan de hand is. Matteüs verteld ons hoé Judas dood is gegaan en Lukas verteld ons de details.

Voordat ik verder ga geef ik eerst een voorbeeld: vliegtuigongeluk

Stel er stort een vliegtuigje met één persoon neer. Een gemiddeld persoon zal op een verjaardag vertellen dat de persoon in dat vliegtuigje gestorven is door het ongeluk. Nu komt het forensisch onderzoek op gang en deze brengt in kaart wat ze aantreffen. Ze vermelden in hun rapport dat de ledematen gebroken waren en de ingewanden van de persoon uit zijn buik stulpten. Beidde verklaringen zijn juist:
De eerste vermeld hoe en de tweede het visuele gedeelte daarna.

Terug naar Matteüs en Handelingen.

Matteüs vermeld de manier waarop het gestorven is en Lukas, de dokter, vermeld wat men aantrof. Matteüs vermeld dat Judas zich verhing op klaarlichte dag en dus in de brandende zon van Jeruzalem. Nu komt Lukas de dokter aan het woord en schrijft een rapport over het geen wat aangetroffen is. Na de dood van Judas begon door de hitte het lichaam al snel te ontbinden. De bacteriën breken niet alleen de lichaamscellen zeer snel af ze produceren daarbij ook gas. Het lichaam zal er binnen een paar uur uit hebben gezien als een ballon. Door dit gas komt een lichaam onder grote druk te staan. Op een gegeven moment is Judas gevallen. Hoe dit kan weten we niet. Het touw of de tak brak, of het kan zelfs in zeldzame gevallen gebeuren dat door het gewicht het hoofd van Judas' romp scheurde. Zijn lichaam valt en door het ontbindingsproces en de druk scheurt zijn buik open en ploffen de ingewanden letterlijk naar buiten.

Conclusie:

Er is geen tegenstrijdigheid tussen Matteüs 27: 5 en Handelingen 1: 18. Het is louter een beschrijving van twee verschillende mannen. De één beschrijft de oorzaak(verhanging) de ander wat aangetroffen werd (een lichaam waarvan de ingewanden naar buiten

Toegift:

30 zilverstukken voor verraad Voor de kritische lezer een toegift.
Matteüs beschrijft dat de Farizeeërs voor de 30 zilverstukken een stuk land kochten en Handelingen vermeld dat Judas met het geld een stuk land heeft verkregen. Een goede verklaring is: Toen de priesters de akker van de pottenbakker met Judas' 30 zilverstukken kochten deden zij dit om van het geld af te komen. Het geld werd uitgegeven op rekening van Judas. Het gebied behoorde juridisch dus aan Judas. Tegenwoordig zou men bijvoorbeeld de eerste steen ter ere van de geldschieter geplaatst hebben terwijl ze zelf de transactie af handelden. Judas 'verkreeg' het veld. Dit betekent niet automatisch dat hij ook degene was die het kocht.

Ironisch genoeg was deze akker hetzelfde gebied waar Judas zelfmoord pleegde. De akker werd 'bloedakker' genoemd om de volgende redenen:

  1. Het werd gekocht met bloedgeld
  2. De akker werd gebruikt als begraafplaats
  3. Judas stierf op dit veld

Toegift nummer twee:

Hoe kon het gebeuren dat Judas zo lang hing dat hij aan het ontbinden was? Het kan zijn dat men Judas simpelweg niet heeft zien hangen. Maar was dat wel het geval geweest dan speelde er ook nog een ander dilemma: "Haal ik hem er af of niet?". We moeten niet vergeten dat deze hele gebeurtenis zich afspeelde op de dag voor het grote Paschafeest (Zie het artikel over Jezus' dood en opstanding). Als iemand het lijk van een mens aanraakte was hij/zij zeven dagen onrein (Zie Numeri 19: 11). Wie het lijk van een mens aanraakt is zeven dagen onrein. De mensen zullen het lijk niet van het touw afgehaald hebben omdat niemand voor het Grote feest onrein wilde zijn. Er was wel een oplossing voor mensen die onrein waren en dus niet met het Pascha mee konden doen. De oplossing vinden we in Numeri 9: 6- 12. Hier verteld de Here God dat iemand die onrein was, door het aanraken van een lijk, het feest een maand later moest vieren.

Je begrijpt dat er velen geweest moeten zijn die na alle voorbereidingen geen zin hadden om het een maand uit te stellen. Dat klinkt gek maar buiten de reinheidsvoorschriften was er ook nog het aspect dat men niet veel op had met verraders. Ook al werkte de verrader eerst in het voordeel van de massa vele zullen een minachting voor Judas hebben gehad en het er niet voor over hebben gehad om het feest pas een maand later te gaan vieren.




Wat hoorden de mannen die bij Paulus' bekering waren?

bekering van Paulus In Handelingen staan twee verslagen van Paulus' bekering. In het ene gedeelte zegt Lukas dat de mannen die bij Paulus waren de stem die tot Paulus sprak wél hoorden en in het andere gedeelte staat het getuigenis van Paulus zelf die zegt dat de mannen de stem niet hoorden. Wat hoorden ze nu eigenlijk?

Handelingen 9: 7 (HSV)
En de mannen die met hem meereisden, stonden sprakeloos, want zij hoorden wel de stem, maar zagen niemand.

Handelingen 22: 9 (HSV)
En zij die bij mij waren, zagen wel het licht en werden zeer bevreesd, maar de stem van Hem Die tot mij sprak, hoorden zij niet.

Er ontstaan schijnbare tegenstrijdigheden omdat de grondtaal (Grieks) eigenschappen heeft, die we in het Nederlands niet kennen of niet goed kunnen weergeven/vertalen. Zo wordt bij het bekeringsverhaal van Paulus verteld, dat de anderen wél de stem hoorden die tot Paulus sprak, maar niemand zagen (Handelingen 9:7). Maar in een andere weergave van het verhaal zien ze wel iets, maar horen ze de stem niet (Handelingen 22:9).

Kijk je nu naar de Griekse tekst, dan ontdek je dat 'de stem horen' meer vormen kent, die in een vertaling verdwijnen:

Nederlands: horen/hoorden
Origineel: ἀκούω
Transliteratie: akouô
Fonetische spelling: ak-oo'-o

1) het vermogen tot horen hebben, niet doof zijn
2) horen
   2b) opletten, in overweging nemen wat gezegd wordt of is
   2c) begrijpen, de zin inzien van wat gezegd wordt
3) iets horen
   3a) met het oor waarnemen wat in iemands aanwezigheid gezegd wordt
   3b) door horen verkrijgen, leren
   3c) iets komt tot iemands oren, ontdekken, leren
   3e) gehoor geven aan onderwijs of aan een onderwijzer
   3f) begrijpen, verstaan

Concreet is het Griekse woord 'akouô' in Handelingen 9:7 gebruikt in de betekenis van: In Handelingen 22:9, wordt het woord 'akouô' gebruikt in de volgende betekenis: Dus ... ... de reizigers met Saul hoorde het geluid (Handelingen 9:7), maar begrepen niet wat Christus zei (Handelingen 22 : 9).

Je zou het dus als volgt kunnen omschrijven: '(het geluid van) de stem horen' en '(de betekenis van wat) de stem (zegt) horen'. Dan zouden de teksten als volgt klinken:

Handelingen 9: 7
En de mannen die met hem meereisden, stonden sprakeloos, want zij hoorden het geluid van de stem, maar zagen niemand.

Handelingen 22: 9
En zij die bij mij waren, zagen wel het licht en werden zeer bevreesd, maar de stem van Hem Die tot mij sprak, begrepen zij niet.

De meeste Bijbelvertalingen hebben het echter gewoon bij het woord 'gehoord/hoorden' gehouden. Dat is een goede vertaling maar zorgt dus wel voor enige verwarring omdat wij in onze taal het onderscheid minder goed kunnen aangeven.

Overigens hebben enkele Engelse vertalingen het wel anders gedaan:

Acts 22:9, NASB
And those who were with me beheld the light, to be sure, but did not understand the voice of the One who was speaking to me.

Acts 22:9, NIV
My companions saw the light, but they did not understand the voice of him who was speaking to me.




Spreuken 26: 4- 5 (stv)

Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt.
Antwoord den zot naar zijn dwaasheid, opdat hij in zijn ogen niet wijs zij.

Moeten we een dwaas nu wel antwoorden of juist niet?

Spreuken 26: 4
Antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid,
opdat gijzelf hem niet gelijk wordt.

In gesprekken met atheïsten zal je als christen snel in de gaten hebben dat een atheïst een totaal ander beginpunt heeft dan jij. We spreken ook wel van verschillende wereldbeelden of verschillende voor ingenomen standpunten. Een verschil is bijvoorbeeld dat een christen de God van de Bijbel als Schepper ziet terwijl een atheïst niets met het bovennatuurlijke te maken willen hebben. Dit betekent dus dat in een gesprek al snel zal blijken dat de atheïst naturalistische wetenschap de boventoon zal laten voeren. Een atheïst is dus volgens Bijbelse begrippen dwaas:

Psalm 53:2 (stv) De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.

In discussies met atheïsten krijgt een christen dus al snel het verwijt dat hij of zij onwetenschappelijk is, de Bijbel niets met wetenschap te maken kan hebben en dat God niet te bewijzen is. Als we uitgaan van het atheïstische wereldbeeld klopt dat als een zwerende vinger, maar wie heeft bepaald dat wetenschap op deze manier uitgeoefend moet worden? Desalniettemin zal een atheïst al snel zeggen dat hij of zij wel met de christen in discussie wil, maar dat deze zich dan zich niet op de Bijbel mag beroepen. Alleen dan kan, volgens de atheïst, een wetenschappelijk verantwoorde discussie gevoerd worden. Lees hieronder maar eens wat de heer Peterse te zeggen heeft over het boek 'Degeneratie' van Peter Scheele:

"In de eerste plaats zijn binnen de wetenschap alleen in fysieke termen formuleerbare, tot het materiële terug te voeren oorzaken legitiem; het bovennatuurlijke valt buiten het wetenschappelijke domein, en verklaringen die naar het bovennatuurlijke - bijvoorbeeld naar een schepper - verwijzen zijn niet toegestaan."

Hans Peterse,
Degeneratie - Het Einde van de Evolutietheorie?

disarmed In het bovenstaande stukje wordt duidelijk dat er geprobeerd wordt om 'spelregels' voor te houden. Al lijkt het vrij onschuldig, een christen kan niet aan deze spelregels meedoen. Deze regels zijn namelijk dwaas. In een discussie zal een atheïst zijn vooringenomen standpunten óók niet aan de kant leggen. Dat kan hij niet en dat zou een christen ook niet moeten doen. Als een christen dat wel doet heeft hij of zij al bij voorbaat verloren. Het fundament van een christen is de Bijbel, zonder dat fundament stort zijn betoog in!

Stel dat je doet wat je opponent zegt en je legt Bijbel aan de kant om vervolgens de discussie verder te voeren met de uitgangspunten van de atheïst, dan ben je net zo dwaas bezig als je tegenstander. De uitkomst van de discussie kan nooit voldoen aan jou standpunten. Vandaar: "Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt."

Spreuken 26: 5
Antwoord een zot naar zijn dwaasheid,
opdat hij niet wijs zij in eigen oog.

Als je niet meegaat met een atheïst in zijn/haar spelregels zal de atheïst al snel denken dat hij/zij wijs is. Om dit te voorkomen zal je een atheïst moeten laten inzien waarom zijn vooringenomen standpunten onjuist zijn. Door alleen vanuit je Bijbelse standpunten te redenen bereik je vaak niet veel, deze worden immers niet geaccepteerd door atheïsten. De kunst is dus om aan te tonen dat het atheïstische wereldbeeld vele tegenstrijdigheden bevatten.

Zo is bijvoorbeeld de vraag waar moraal vandaan komt een erg moeilijk verklaarbare vraag in het atheïsme. Als christenen zeggen we dat JHWH de absolute moraalgever is. Hier kunnen atheïsten niet mee aankomen dus bedenken ze al snel wat anders. Sommige zullen toegeven dat ze hier geen aantwoord op hebben. Anderen zullen zeggen dat moraal bepaald wordt door het volk. Het volk zegt bijvoorbeeld dat verkrachting onwenselijk en zelfs schadelijk is voor het collectief. De vraag is dan natuurlijk wat er gebeurd als een volk het niet erg vind dat vrouwen verkracht worden. Betekent dit dan dat het goed is? Er zullen weinig atheïsten zijn die dit zullen goedkeuren... Is er dan toch een absolute moraal? Was de Jodenvervolging in de tweede wereldoorlog goed omdat het uitgevoerd werd door een regime die gekozen was door het volk? Zelfs de wetgeving in Nazie Duitsland keurde dit soort gruwelijkheden goed... In het atheïstische wereldbeeld zou dit betekenen dat het goed was wat er gebeurde.

Nog een tegenstrijdigheid in het wereldbeeld van de atheïst is het punt van het ontstaan van alles om ons heen. Wanneer je alleen maar af mag gaan op naturlijke verklaringen dan kan gerust zeggen dat de atheïst niet kan uitleggen hoe alles is begonnen. De atheïst zal misschien zeggen dat er een oerknal was maar hij/zij zal onmogelijk kunnen verklaren hoe er uit niets iets is voortgekomen. Er moet dus iets zijn dat buiten het natuurlijke staat, iets wat zelf niet onderhevig is aan onze natuurwetten. In het christelijke wereldbeeld is dat JHWH maar hier mogen atheïsten wederom niet mee aankomen. Door te zeggen dat God ook een oorzaak moet hebben laten ze zien dat ze vast zitten in hun eigen wereldbeeld en beseffen ze zich niet dat je eenvoudig weg niet eindeloos naar oorzaken kunt zoeken. Uiteindelijk moet er ergens een absoluut begin zijn. Dit absolute begin kan dan alleen maar een oorzaak hebben in iets dat daar buiten staat en zelf geen begin heeft.

Op deze manier 'antwoord je een zot naar zijn dwaasheid'. Je laat hem inzien hoe inconsequent zijn/ haar wereldbeeld is. Een atheïst zal op die manier (hopelijk) inzien hoe dom het atheïstische wereldbeeld is. Als ze dat inzien zullen ze niet 'wijs zijn in eigen' ogen. Zo kun je een zot antwoorden naar zijn dwaasheid (zijn uitgangspunten), met het doel hem in te doen zien dat zijn wereldbeeld niet consistent is, zodat hij niet wijs is in zijn eigen ogen.




God is tevreden/ontevreden met Zijn werk

God is tevreden met Zijn werk:
Genesis 1:31 (hsv) "En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed."

God is ontevreden met Zijn werk:
Genesis 6: 6 (hsv) "Toen kreeg de HEERE er berouw over dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het bedroefde Hem in Zijn hart."

Allebei uitspraken zijn juist omdat het twee verschillende gebeurtenissen beschrijft. Er is iets ná Genesis 1: 31 en vóór Genesis 6: 6 gebeurd. Deze gebeurtenis was de zondeval. Zonde kwam in de wereld door toedoen van de ongehoorzaamheid van de mens tegenover JHWH. Er is dus geen tegenstrijdigheid in deze twee uitspraken. Toen JHWH alles schiep, was Hij zeer tevreden maar dat veranderde na de zondeval.




God is niet alomtegenwoordig, of wel?

God is alomtegenwoordig, ziet en weet alle dingen

God is omnipresent

(Spreuken 15:3 / Psalm 139:7-10 / Job 34:21-22)

God is niet alomtegenwoordig, ook ziet en weet Hij niet alle dingen

"En zij hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namiddag. Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de HEERE God te midden van de bomen in de hof." (Genesis 3:8)

"Toen daalde de HEERE neer om de stad en de toren te zien die de mensenkinderen aan het bouwen waren" (Genesis 11:5)

"Verder zei de HEERE: De roep van Sodom en Gomorra is groot en hun zonde heel zwaar. Ik zal nu afdalen en zien of zij werkelijk alles gedaan hebben zoals de roep luidt die over haar tot Mij gekomen is. En zo niet, Ik zal het weten." (Genesis 18:20-21)

Laten we een kijken wat er in Genesis gebeurd

Genesis 3:8 "En zij hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namiddag. Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de HEERE God te midden van de bomen in de hof."

Om het de critici makkelijker te maken doen we vers 9 er ook bij: "En de HEERE God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent u?"

Hoe kan iemand zich nou verschuilen voor de Heer? En waarom vond God het nodig om deze vraag te stellen?

Ten eerste kunnen we stellen dat Adam en Eva zich alleen konden verstoppen voor Gods zichtbare openbaring. Dat wil zeggen, God liep zichtbaar in de tuin en zodoende kan iemand zich van het zicht onttrekken door achter de struiken te gaan zitten.

Ten tweede zal iedere opvoeder zich herkennen in de volgende vragen: "Wat doe je?", "wat heb je gedaan". Dit soort vragen stellen vaders en moeders regelmatig aan hun kinderen. Betekend dit dat ze niet weten wat hun kind gedaan heeft? Nee, natuurlijk weten ze het vaak al, maar door deze vragen stellen ze het kind instaat zich te verantwoorden, en uiteindelijk te verontschuldigen. De Heer doet dit ook, Hij stelt meerdere vragen:

  • "Waar ben je?"
  • "Wie heeft verteld dat je naakt bent?"
  • "Heb je van de vrucht gegeten?"

Nu komt het typische mensengedrag naar voren. Adam en Eva vragen niet om vergeving, ze smeken niet om genade. Nee, ze proberen zichzelf te rechtvaardigen en proberen elkaar de schuld te geven. Door verschillende vragen te stellen gaf de Heer ze de kans om ofwel vrijwillig berouw te tonen ofwel zelf hun schuld stevig te bevestigen.

Dit is een vrij eenvoudige uitleg van deze tekst. Critici 'vergeten' dus het vader/kind aspect in de hele affaire.

Wat doen we met de andere tekst?

"Toen daalde de HEERE neer om de stad en de toren te zien die de mensenkinderen aan het bouwen waren" (Genesis 11:5)

"Verder zei de HEERE: De roep van Sodom en Gomorra is groot en hun zonde heel zwaar. Ik zal nu afdalen en zien of zij werkelijk alles gedaan hebben zoals de roep luidt die over haar tot Mij gekomen is. En zo niet, Ik zal het weten." (Gen 18:20-21)

Het lijkt er sterk op dat de schrijver de Heer opzettelijk menselijk maakt, hetgeen niet vreemd is als we zien hoe God met bijvoorbeeld Adam en Eva, zoals hierboven besproken, om ging.

Er nog een ander aspect. God is duidelijk transcendent, en het demonstreert ook Gods interesse. Hij is niet één of ander afstandelijke god ver weg in een hemel. Hij bekijkt de zaak niet van een afstand maar komt dicht bij de mens.

Het zou ook kunnen dat God niet fysiek maar geestelijk afdaalt. Rabbijn Schelomo zegt dat God neerdaalde van de 'troon van genade' naar de 'troon van oordeel. In dit opzicht is het alsof de troon van genade een hoger verheven, meer glorieus attribuut is dan het oordeel. Joodse schrijvers zeggen dat als iets op deze manier beschreven is dat men Gods handelen in taal probeert te beschrijven. Dit idee wordt bevestigd door Maimonides. Hij merkte op dat als het woordje 'stijgen' (ascend in het Engels) toegepast werd op het verstand, dit zou impliceren dat het over nobele en verheven zaken zou gaan. Daar tegenover staat dat het woordje 'afdalen' (descend in het Engels) impliceert dat men de gedachte richt op lagere onwaardige zaken. God komt dus niet naar beneden in fysieke toestand maar in geestelijk opzicht om Zijn aandacht te richten op zondig gedrag van de mens en dit te veroordelen.1 Als het zo bekeken wordt is het dus dat God Zijn aandacht richt op wat er gebeurd. Het alsof je naar iemand met een spannend verhaal luistert en dan zegt: "Het is alsof ik er zelf bij ben". Het blijft echter wel moeilijk om God in menselijke termen te beschrijven.

Conclusie

De zogenaamde tegenstrijdigheden gaan uit van een bepaalde interpretatie van de tekst. De tekst leent zich niet voor deze uitleg en kunnen we dus niet over een tegenstrijdigheid spreken.

Bibliografie

Haley, J. W. and Hovey, A., Examination of the Alleged Discrepancies of the Bible 1876, Forgotten Books, 2013, p. 59.